Kinder-lijk
Constantijntje, 't zalig kijntje,
Cherubijntje, van omhoog
De ijdelheden hier beneden
Uitlacht met een lodderoog
Moeder, zeit hij, waarom schreit gij,
Waarom greit gij op mijn lijk?
Boven leef ik, boven zweef ik,
Engeltje van 't hemelrijk
En ik blink er, en ik drink er
'tGeen de schinker alles goeds,
Schenkt de zielen, die daar knielen,
Dertel van veel overvloeds
Leer dan reizen met gepeizen
Naar paleizen, uit het slik
Dezer werrelt, die zo dwerrelt
Eeuwig gaat voor ogenblik
Het Pensioenfonds, Algemeen Burgerlijk
Constant wijntjes, samenzijntjes,
Rookgordijntjes nooit omhoog,
Plannen smedend, aanbestedend,
Handig met de elleboog:
Broeders zijt gij, dus gedijt gij,
Kwaliteitsvrij, in het slijk
Geen gezanik, denkend aan 'ik',
Eigenbaat maakt vindingrijk
Luie stinkers, nooit uitblinkers -
Bij de pinken, roets-roets-roets,
Om serviel en zwaar te knielen
Voor de God Onroerend Goeds
Smeergeld, reizen, vette spijzen,
Sekspaleizen, vaste prik
Dezer werreld die carrierelt
Maar die thuishoort in de lik
Gerrit Komrij
Thursday, February 21, 2008
Monday, February 18, 2008
Verschrijver verstomt
Als Frits Abrahams zoveel beter kan schrijven, waartoe dan nog verschrijven ? Eigen verhalen maken ? Een eigen stiel ontwikkelen ? Ook de andere columns zijn erg goed op www.nrc.nl, bijvoorbeeld die van Youp van t Hek, Aaf Brandt Corstius en/of Blokker. Misschien iets te vaak kritiek en geen oplossingen, maar dat is ook niet het doel van een nederhekel columnist. Mannen met oplossingen zijn eng. Vrouwen trouwens ook. Het is niet de islam. Het is niet het christe-lijke; het zijn de mannen. Dat weet ik nog niet zo heel zeker. Grotendeels wel, maar van Verdonk, via Thatcher tot Cleopatra...zodra mensen zich leidinggevende wanen...dan leven ze in een waan-zinnige wereld.
Nieuws
‘My gosh’, zei mevrouw Holloway vanmorgen toen ze uit Nederland het laatste nieuws over Joran van der Sloot hoorde. „Geen vervolging? Wie zegt dat? De advocaat van Joran? O my gosh, laat het niet waar zijn. Ik moet even met Pieter de Vriez bellen. Hij heeft me toch niet met een dead sparrow blijgemaakt? Pieter, where are you?”
„Goshverdomme”, zei Peter R. de Vries, terwijl hij met zijn verkeerde been uit bed stapte. „Dit kán niet waar zijn, het zal wel een stuntje van die advocaat zijn. Ze zijn toch niet gek geworden op Aruba? Ben ik dan helemaal voor niks naar ze toe gegaan om ze met mijn indrukwekkende reportaasje te overtuigen? Ze hebben toch zelf gezegd dat ze het prima materiaal vonden? Als dit geen bekentenis is, wat is dan nog wél een bekentenis? Ik heb die zaak opgelost, punt uit.
„Net als de moord op John F. Kennedy. Ik heb de dader aangewezen en nu moet Justitie gewoon zijn werk doen. Wat zullen we nou krijgen? Nee, ik heb nu geen tijd voor de telefoon. Ik moet vandaag overal dat prachtige boek gaan aanprijzen dat mijn medewerker over mij geschreven heeft en waar Matthijs van Nieuwkerk mij in zijn programma tegen alle afspraken in geen tijd voor gaf. Wie belt daar? Larry King? Oprah Winfrey? My ass! Ik wil alleen over dat boek komen praten!”
„Djiezes”, siste Patrick van der Eem, freelance-verrader onder supervisie van Peter R. de Vries. „Dit zou betekenen dat ik alles focking voor niks heb gedaan! Al die dagen dat ik met die focking klootzak in die focking auto heb gezeten. Ik was nog maar twee weken beroemd. Is het nu alweer voorbij? Zal ik Joran maar weer even bellen? Misschien heeft hij zin om naar het casino te gaan.”
„Gossie”, zei Harm Brouwer, topman van het Openbaar Ministerie in Nederland, „ik kan me niet voorstellen dat dit nieuws klopt. Dan zouden ze bij het Hof op Aruba niet goed snik zijn. Die Peter R. de Vries, ik blijf erbij, is in vele opzichten een journalistieke vakman. De kritiek op hem uit mediakringen is behoorlijk hypocriet. Wat hij deed is een logisch vervolg op een trend die al jaren aan de gang is. We móeten op deze weg doorgaan. Zeg, bel even Aruba voor me en vraag ze of het soms hun bedoeling is mij in mijn hemd te laten staan. Een of ander competentiestrijdje over mijn rug?”
„Goh”, zei advocate Bénédicte Ficq, „het ziet ernaar uit dat ik nog eerder gelijk krijg dan ik had verwacht. Ik heb toch steeds gezegd dat zo’n bekentenis alléén niet voldoende bewijs is, te meer omdat die jongen apestoned was?”
„Jeetje”, zei Pauw tegen Witteman, „als dit waar blijkt te zijn, dan moeten we Peter R. de Vries misschien toch eens een beetje kritisch gaan ondervragen als we wéér een hele uitzending aan hem wijden, vind je ook niet, Paul?”
„Jemig”, zei vader Paul van der Sloot tegen zijn zoon Joran, „je mag hopen dat het waar is, jongen, dan kom je er toch nog goed mee weg. Maar doe mij een vreselijke lol: hou voor de rest van je leven je grote bek over Natalee Holloway. En vooral: hou mij er buiten.”
„Jezus, dit is vies, pa, dit is vies”, juichte Joran. „Zal ik jou eens precies vertellen…”
„Tsssss…” zuchtten zeven miljoen Nederlanders, „waar zullen we het nou eens over hebben?”
Ontknoping
Op bijna volmaakte wijze, als een briljant thrillerschrijver, werkt Peter R. de Vries naar de ontknoping van de zaak-Natalee Holloway toe. Nog drie nachtjes slapen, hield hij de wereld gisteren voor, en ik zal u onthullen wie de dader is. Drie nachtjes! Da’s lang voor de razend nieuwsgierige thrillerlezer.
Maar De Vries is onverbiddelijk in zijn zwijgzaamheid, en terecht. Als hij de aandacht van de media wil vasthouden, mag er niet te veel uitlekken.
Geruchten over verborgen opnamen van een bekennende Joran van der Sloot deren hem nog niet. Het blijven tot zondagavond speculaties.
Hoe teleurstellend moet het daarom voor De Vries zijn dat ik nu toch, drie dagen te vroeg, de ontknoping van de zaak-Natalee kan melden. Dankzij geheime bronnen waarover ik begrijpelijkerwijs geen mededeling kan doen, wist ik beslag te leggen op het draaiboek van de SBS6-uitzending van zondag. Het spijt me voor De Vries, maar wég is zijn wereldprimeur.
Het wordt een spectaculaire uitzending, althans, een uitzending met een spectaculair einde. U móét kijken. De Vries zal de spanning tot schier ondraaglijke hoogte opvoeren. Alleen voor de lezers van dit stukje zal het nogal lang duren. Twee uur naar Peters nasale, lijzige stem luisteren, het is geen sinecure als je weet hoe het afloopt.
Eerst worden er lange samenvattingen van het voorafgaande getoond. Telkens als de kijker naar het puntje van zijn stoel is geschoven, komt er een eindeloos reclameblok met spotjes over rechtsbijstandsverzekeringen en een vrolijke vakantie op Aruba.
Maar dan gebeurt het, eindelijk. We zien De Vries met kaarsrechte rug naar zijn bureau lopen. Hij gaat zitten, kijkt ons via de camera met die fameuze, borende blik aan en zal zeggen: „Beste kijkers, ik moet u in alle openhartigheid iets zeer belangrijks vertellen. Ik weet dat u een hoge dunk van mij heeft, en eerlijk gezegd heb ik die ook van mezelf. Toch ben ik ook maar een mens, en – ik zeg het met grote tegenzin – misschien soms wel een zwak mens.
„Ik houd van aandacht, dat is bekend. Het is mijn belangrijkste, misschien wel mijn enige drijfveer op dit ondermaanse. Zonder aandacht kan ik niet bestaan. Verschil ik daarmee van u, bent u wezenlijk ánders? Ik denk het niet. Het verschil is hooguit dat ik nooit genoeg aandacht kan krijgen. Daarom wilde ik ook zo graag premier van Nederland worden. Mijn behoefte aan aandacht is dermate onverzadigbaar dat ik mezelf telkens meen te moeten overtreffen.
„Tot dusver is dat goed gelukt. Mijn onthullingen werden steeds opzienbarender: de Puttense moordzaak, de kwestie-Mabel. Hoe kon ik mezelf nog verbeteren? Hoe vreemd het ook klinkt, maar ik wist het niet meer. Radeloos werd ik. Was dit het einde van een speurdersgenie? Zou ik in de vergetelheid verdwijnen?
„Toen zag ik tijdens een vrolijke vakantie op Aruba een vrolijk Amerikaans meisje lopen. Plotseling kreeg ik een verbijsterende ingeving. Wat zou er gebeuren als ik dit meisje zomaar liet verdwijnen? De hele wereld zou naar haar zoeken, alleen ik wist wat er gebeurd was.
„Nu zult u zich afvragen: hoe heb je dat in godsnaam gedaan? Welnu, vindt u het goed als ik uw geduld nog even beproef en u pas volgende week zondag de ronduit onthutsende details verstrek ?”
Nieuws
‘My gosh’, zei mevrouw Holloway vanmorgen toen ze uit Nederland het laatste nieuws over Joran van der Sloot hoorde. „Geen vervolging? Wie zegt dat? De advocaat van Joran? O my gosh, laat het niet waar zijn. Ik moet even met Pieter de Vriez bellen. Hij heeft me toch niet met een dead sparrow blijgemaakt? Pieter, where are you?”
„Goshverdomme”, zei Peter R. de Vries, terwijl hij met zijn verkeerde been uit bed stapte. „Dit kán niet waar zijn, het zal wel een stuntje van die advocaat zijn. Ze zijn toch niet gek geworden op Aruba? Ben ik dan helemaal voor niks naar ze toe gegaan om ze met mijn indrukwekkende reportaasje te overtuigen? Ze hebben toch zelf gezegd dat ze het prima materiaal vonden? Als dit geen bekentenis is, wat is dan nog wél een bekentenis? Ik heb die zaak opgelost, punt uit.
„Net als de moord op John F. Kennedy. Ik heb de dader aangewezen en nu moet Justitie gewoon zijn werk doen. Wat zullen we nou krijgen? Nee, ik heb nu geen tijd voor de telefoon. Ik moet vandaag overal dat prachtige boek gaan aanprijzen dat mijn medewerker over mij geschreven heeft en waar Matthijs van Nieuwkerk mij in zijn programma tegen alle afspraken in geen tijd voor gaf. Wie belt daar? Larry King? Oprah Winfrey? My ass! Ik wil alleen over dat boek komen praten!”
„Djiezes”, siste Patrick van der Eem, freelance-verrader onder supervisie van Peter R. de Vries. „Dit zou betekenen dat ik alles focking voor niks heb gedaan! Al die dagen dat ik met die focking klootzak in die focking auto heb gezeten. Ik was nog maar twee weken beroemd. Is het nu alweer voorbij? Zal ik Joran maar weer even bellen? Misschien heeft hij zin om naar het casino te gaan.”
„Gossie”, zei Harm Brouwer, topman van het Openbaar Ministerie in Nederland, „ik kan me niet voorstellen dat dit nieuws klopt. Dan zouden ze bij het Hof op Aruba niet goed snik zijn. Die Peter R. de Vries, ik blijf erbij, is in vele opzichten een journalistieke vakman. De kritiek op hem uit mediakringen is behoorlijk hypocriet. Wat hij deed is een logisch vervolg op een trend die al jaren aan de gang is. We móeten op deze weg doorgaan. Zeg, bel even Aruba voor me en vraag ze of het soms hun bedoeling is mij in mijn hemd te laten staan. Een of ander competentiestrijdje over mijn rug?”
„Goh”, zei advocate Bénédicte Ficq, „het ziet ernaar uit dat ik nog eerder gelijk krijg dan ik had verwacht. Ik heb toch steeds gezegd dat zo’n bekentenis alléén niet voldoende bewijs is, te meer omdat die jongen apestoned was?”
„Jeetje”, zei Pauw tegen Witteman, „als dit waar blijkt te zijn, dan moeten we Peter R. de Vries misschien toch eens een beetje kritisch gaan ondervragen als we wéér een hele uitzending aan hem wijden, vind je ook niet, Paul?”
„Jemig”, zei vader Paul van der Sloot tegen zijn zoon Joran, „je mag hopen dat het waar is, jongen, dan kom je er toch nog goed mee weg. Maar doe mij een vreselijke lol: hou voor de rest van je leven je grote bek over Natalee Holloway. En vooral: hou mij er buiten.”
„Jezus, dit is vies, pa, dit is vies”, juichte Joran. „Zal ik jou eens precies vertellen…”
„Tsssss…” zuchtten zeven miljoen Nederlanders, „waar zullen we het nou eens over hebben?”
Ontknoping
Op bijna volmaakte wijze, als een briljant thrillerschrijver, werkt Peter R. de Vries naar de ontknoping van de zaak-Natalee Holloway toe. Nog drie nachtjes slapen, hield hij de wereld gisteren voor, en ik zal u onthullen wie de dader is. Drie nachtjes! Da’s lang voor de razend nieuwsgierige thrillerlezer.
Maar De Vries is onverbiddelijk in zijn zwijgzaamheid, en terecht. Als hij de aandacht van de media wil vasthouden, mag er niet te veel uitlekken.
Geruchten over verborgen opnamen van een bekennende Joran van der Sloot deren hem nog niet. Het blijven tot zondagavond speculaties.
Hoe teleurstellend moet het daarom voor De Vries zijn dat ik nu toch, drie dagen te vroeg, de ontknoping van de zaak-Natalee kan melden. Dankzij geheime bronnen waarover ik begrijpelijkerwijs geen mededeling kan doen, wist ik beslag te leggen op het draaiboek van de SBS6-uitzending van zondag. Het spijt me voor De Vries, maar wég is zijn wereldprimeur.
Het wordt een spectaculaire uitzending, althans, een uitzending met een spectaculair einde. U móét kijken. De Vries zal de spanning tot schier ondraaglijke hoogte opvoeren. Alleen voor de lezers van dit stukje zal het nogal lang duren. Twee uur naar Peters nasale, lijzige stem luisteren, het is geen sinecure als je weet hoe het afloopt.
Eerst worden er lange samenvattingen van het voorafgaande getoond. Telkens als de kijker naar het puntje van zijn stoel is geschoven, komt er een eindeloos reclameblok met spotjes over rechtsbijstandsverzekeringen en een vrolijke vakantie op Aruba.
Maar dan gebeurt het, eindelijk. We zien De Vries met kaarsrechte rug naar zijn bureau lopen. Hij gaat zitten, kijkt ons via de camera met die fameuze, borende blik aan en zal zeggen: „Beste kijkers, ik moet u in alle openhartigheid iets zeer belangrijks vertellen. Ik weet dat u een hoge dunk van mij heeft, en eerlijk gezegd heb ik die ook van mezelf. Toch ben ik ook maar een mens, en – ik zeg het met grote tegenzin – misschien soms wel een zwak mens.
„Ik houd van aandacht, dat is bekend. Het is mijn belangrijkste, misschien wel mijn enige drijfveer op dit ondermaanse. Zonder aandacht kan ik niet bestaan. Verschil ik daarmee van u, bent u wezenlijk ánders? Ik denk het niet. Het verschil is hooguit dat ik nooit genoeg aandacht kan krijgen. Daarom wilde ik ook zo graag premier van Nederland worden. Mijn behoefte aan aandacht is dermate onverzadigbaar dat ik mezelf telkens meen te moeten overtreffen.
„Tot dusver is dat goed gelukt. Mijn onthullingen werden steeds opzienbarender: de Puttense moordzaak, de kwestie-Mabel. Hoe kon ik mezelf nog verbeteren? Hoe vreemd het ook klinkt, maar ik wist het niet meer. Radeloos werd ik. Was dit het einde van een speurdersgenie? Zou ik in de vergetelheid verdwijnen?
„Toen zag ik tijdens een vrolijke vakantie op Aruba een vrolijk Amerikaans meisje lopen. Plotseling kreeg ik een verbijsterende ingeving. Wat zou er gebeuren als ik dit meisje zomaar liet verdwijnen? De hele wereld zou naar haar zoeken, alleen ik wist wat er gebeurd was.
„Nu zult u zich afvragen: hoe heb je dat in godsnaam gedaan? Welnu, vindt u het goed als ik uw geduld nog even beproef en u pas volgende week zondag de ronduit onthutsende details verstrek ?”
Thursday, February 14, 2008
Verschrijver verliefd
I've got the blues for Lousewies. Die prachtige, fiere en stoere dame, die Balkenende en vooral Verdonk de wacht aan zei. Verdonk zit in de tweede kamer, met potentieel een tiental zetels, Lousewies hoor ik af en toe op de radio waarin ze een verhaal van "der boml" voorleest, Bommel van Marten Toonder. Van het volk moet je het hebben. Ik wil Lousewies terug ! En van verdonk af, die wil ik nooit meer zien of horen. Vandaag een stukje tekst gelezen van Lousewies in de volkskrant: een goede schrijfster of denker is ze helaas niet. Wel knap en leuk. En een wat brallerige egocentrische rijke stinkerd. Join the upper laan van meerdervoort club in the hague. On vous souhaite le bienvenue a Bruxelles, parbleu ! Haute ville !
Vrouwen ! Beter dan dat haantjes machopoloticus geluid van een eurlings, een dijsselbloem, een 80% van de tweede kamer en regering ? Van Geel mis ik ook enigszins, vriendelijke, humoristische op samenwerking gerichte valse nicht. Van collegiaal bestuur is in ieder geval geen sprake, wat een schrijnende tweedeling en tegenstelling tussen het cda en de pvda.
"Zeg meisje, zeg meisje, kan ik je versieren ?"
"Nee, nee, dan moet je zeggen, zeg kankerhoer, kan ik je versieren ?"
Opmerkingen van een groepje marrokanen. Toch jammer, groepsvorming en bijbehorende waanzin en narigheid.
Een knappe dame lacht vrolijk in de eetzaal van een hotel in Italie, wintersport. Een vijftal Polen in dezelfde eetzaal doen haar na. De dame lacht niet meer.
"Zeg Mano, de CDA van de gemeenteraad in Wezep (of Oldebroek, Elburg of Dronten, omgeving van Zwolle) heeft me gevraagd...dat is het meest linkse wat je in Wezep hebt....CDA en CU maken daar de dienst uit, d66, groen links en pvda heb je er niet eens. Denk je dat het volk zich druk maakt om de film van wilders ? Denk je dat de burgers van Wezep zich interesseren voor Ayaan Hirsi Ali ? De haagse kaasstolp interesseert ze geen bal."
Een groep nederlandse jongeren met kaalgeschoren hoofden, de nederlandse vlag en legerlaarzen. Eng. Hullie en zullie, de grondslag voor de tweede wereldoorlog en de vergassing.
Verliefd op het verleden. Beelden uit het verleden. Ik ben verliefd op de jaren 1965 tm 2006.
Tijdens mijn vakantie "de liefste van de buis" gelezen van Wim de Bie. Hoe Wim de Bie verliefd wordt op Memien Holboog, zij zit 's avonds achter de pc, hij overdag en dan schrijven ze elkaar liefdesbrieven....eerst noemt Memien Wim Wieme en uiteindelijk wordt dat "Ha die Wiemel, met je grote piemel !". Wim wordt totaal verliefd op zijn alter ego, zichzelf (en beschrijft tussendoor ook zijn verbroken relatie met een zekere Anna van 1980-1989, die wel erg weinig belangstelling had voor de ideeën, werkzaamheden en geschiedenis van Wim, terwijl hij zich verdiepte in de kunstgeschiedenis vanwege die Anna). Je blijft doorlezen omdat je wil weten hoe de relatie afloopt. Memien wil dat Wim een vrouw wordt en zijn piemel verwijdert. Wim weigert en dat is reden voor Memien om de prachtige zinderende liefdesrelatie te verbreken. Ik bleef het boek lezen vanwege Wim de Bie, de humor en omdat je toch het einde wil weten. .
Nu, omstreeks drie maart 2008, ook nog "schoftentuig" van Wim de Bie gelezen, voornamelijk over de kluizenaar en ongrijpbare Walter de Rochebrune. Een verhaal over meubels inruilen dat rechtstreeks van Kees van Kooten lijkt te komen. En er zijn meer overeenkomsten met de boekjes van Van Kooten.
"Mijn plezierbrevier" gelezen van Kees van Kooten en daar mooie verhalen in gevonden, "een glaasje water halen", "hoe eten wij een ijshoorn", "het wezen van de wraak", "de fietsrevisie", "hoe oud schat ik mij" en "het oorlogsgebed". Opmerkelijk dat een vermaard econoom zijn wetenschappelijke werk makkelijk vond, maar dat hij voor een grappig geschreven verhaal keihard moest werken. Daarin vindt Van Kooten dan misschien weer een rechtvaardiging dat hij nooit een academische studie heeft gedaan ? Youp van 't Hek en Kees van Kooten lijken daar soms ten onrechte gefrustreerd over; nooit gestudeerd.
Vraag me af waar Van Kooten dat verhaal over professor Buikhuisen vandaan heeft gehaald (in de jaren 60/70 een experiment om in achterstandswijken van Den Haag rond te lopen tijdens oud/nieuwjaarsnacht en continu te zeggen "er is niet veel aan vanavond", "laten we maar naar huis gaan" enz.. Het gevolg is dat de jeep van professor Buikhuisen gekanteld wordt op straat en dat de studenten van Buikhuisen bij de kraag gegrepen worden en een pak slaag krijgen). Een vriendin vond "keek op de week" belegen humor. Daar neigt dit boek ook enigszins naar. Van oude humor en de dingen die voorbij gaan.
De beste verhalen gelezen van F.B. Hotz met een mooi nawoord van Maarten t Hart.
Vooral het verhaal "proefspel" maakte indruk. Een vijftal musici in Den Haag dweept met muziek uit de jaren twintig (het speelt zich af rond 1955) en de hoofdpersoon, Borg, vindt zijn leven prachtig in het dwepen met de twintiger jaren en de cynische stemming onder het vijftal jazzmusici, tot een achttienjarig meisje hem erop wijst dat het een nep leven is, dat hij een berooid musicus is en dat hij geen toekomst heeft en niet echt leeft. Het verhaal "proefspel" geef ik een 8,5 of een 9, net zoals het nawoord van Maarten t Hart (maarten t hart heeft die opmerking over beatrix gejat !: Trombonist Frits Hotz verzorgde aan het eind van de jaren vijftig met een jazzband de dansmuziek voor een studentengezelschap in Leiden. Het was de overige okestleden opgevallen dat Frits tijdens de pauzes steeds in gesprek gewikkeld was met dezelfde blonde, mollige studente. Eén van de orkestleden vroeg tenslotte aan de slechtziende trombonist: 'Frits, weet je wel wie die studente is, waar je steeds mee staat te praten?' 'Geen idee,' was het antwoord. 'Het is prinses Beatrix.' 'O,' sprak Frits toen, 'ik had al het gevoel dat 't niks zou worden.' (Herman Openneer, Nederlands Jazz-bulletin, maart 2001) . Was ik maar leraar geworden die makkelijk orde houdt en met een goed salaris, zonder managers of een directeur op de school.
Dat verschijnsel, een verhaal en plotseling een buitenstaander die door "het levensverhaal" heen prikt zie je ook terug in "lord of the flies", een twintigtal jongetjes van 12 jaar spoelt (spoelen, ze spoelen aan, het twintigtal spoelt) aan op een eiland na schipbreuk; het begint avontuurlijk maar binnen de kortste keren heerst er oorlog tussen de twaalfjarigen. Dan staat er opeens een 40-jarige kapitein op het eiland en die vraagt zich af waar die jochies mee bezig zijn.
De jochies kijken raar op; ze zijn binnen een maand verworden tot een primitieve stam, overgeleverd aan bijgeloof en moorden.
Is er nu ook niet sprake van een terugkeer naar de middeleeuwen ? De verzameling in Drachten om een Joran van der Sloot te lynchen ? Kun je onder de haagse kaasstolp ook niet vragen "waar zijn jullie mee bezig ?" Kun je op een ministerie of bij een bedrijf ook niet vragen "waar zijn jullie nou helemaal mee bezig ?" "Navelstaren ?" "Papier verschuiven ?" "Politieke spelletjes ?" "Leugenachtige spelletjes ?" "Jezelf (te) belangrijk of belachelijk maken ?".
Sylvia Witteman kwam met een leuke kinder-lijke analyse van links en rechts. Linkse mensen zijn gericht op "alles samen delen", rechtse mensen willen alles egoistisch voor zichzelf houden: wij zijn de elite geworden met geld en dat willen we blijven.
Zake-lijk. Met als kanttekening dat linkse mensen vaak hypocriet zijn en dat het ze ook vaak naar het hoofd stijgt zodra ze "leidinggevende" worden.
"Ahem, goed. Paps gaat naar de yab yum."
Het trekt mij niet geheel om met onbekende dames tegen betaling liefde te bedrijven.
De schrijver F.B. Hotz is zonder twijfel een moralist van onze tijd. In zijn boeken geen wilde paringen zoals in het realistische proza van de jaren zestig gedetailleerd beschreven, maar de vage witte sierlijkheid van een nachthemd en een blote arm. Hotz bemint de dosering. (Wam de Moor, De Tijd, 10-06-1983).
Hoewel ik dankzij mijn vakantie en het lezen nauweliks meer somber ben denk ik wel heel vaak aan die videoclip waarin Michael Jackson door twee verplegers meegenomen wordt als hij weer zijn moon walk vertoont. Iedereen leeft toch in zijn eigen gekkenhuis, in zijn eigen waan, op zijn eigen eiland, zijn eigen (ambtenaren)toren, zijn eigen bedrijf, zijn of haar inrichting. You suffer from delusion. Delusion: waanzin, hersenschim, misvatting, waanidee(ën). We zijn allemaal gevangenen van onszelf. Rare jongens, die mensen. En verliefdheid is ook een waan(zin).
Vrouwen ! Beter dan dat haantjes machopoloticus geluid van een eurlings, een dijsselbloem, een 80% van de tweede kamer en regering ? Van Geel mis ik ook enigszins, vriendelijke, humoristische op samenwerking gerichte valse nicht. Van collegiaal bestuur is in ieder geval geen sprake, wat een schrijnende tweedeling en tegenstelling tussen het cda en de pvda.
"Zeg meisje, zeg meisje, kan ik je versieren ?"
"Nee, nee, dan moet je zeggen, zeg kankerhoer, kan ik je versieren ?"
Opmerkingen van een groepje marrokanen. Toch jammer, groepsvorming en bijbehorende waanzin en narigheid.
Een knappe dame lacht vrolijk in de eetzaal van een hotel in Italie, wintersport. Een vijftal Polen in dezelfde eetzaal doen haar na. De dame lacht niet meer.
"Zeg Mano, de CDA van de gemeenteraad in Wezep (of Oldebroek, Elburg of Dronten, omgeving van Zwolle) heeft me gevraagd...dat is het meest linkse wat je in Wezep hebt....CDA en CU maken daar de dienst uit, d66, groen links en pvda heb je er niet eens. Denk je dat het volk zich druk maakt om de film van wilders ? Denk je dat de burgers van Wezep zich interesseren voor Ayaan Hirsi Ali ? De haagse kaasstolp interesseert ze geen bal."
Een groep nederlandse jongeren met kaalgeschoren hoofden, de nederlandse vlag en legerlaarzen. Eng. Hullie en zullie, de grondslag voor de tweede wereldoorlog en de vergassing.
Verliefd op het verleden. Beelden uit het verleden. Ik ben verliefd op de jaren 1965 tm 2006.
Tijdens mijn vakantie "de liefste van de buis" gelezen van Wim de Bie. Hoe Wim de Bie verliefd wordt op Memien Holboog, zij zit 's avonds achter de pc, hij overdag en dan schrijven ze elkaar liefdesbrieven....eerst noemt Memien Wim Wieme en uiteindelijk wordt dat "Ha die Wiemel, met je grote piemel !". Wim wordt totaal verliefd op zijn alter ego, zichzelf (en beschrijft tussendoor ook zijn verbroken relatie met een zekere Anna van 1980-1989, die wel erg weinig belangstelling had voor de ideeën, werkzaamheden en geschiedenis van Wim, terwijl hij zich verdiepte in de kunstgeschiedenis vanwege die Anna). Je blijft doorlezen omdat je wil weten hoe de relatie afloopt. Memien wil dat Wim een vrouw wordt en zijn piemel verwijdert. Wim weigert en dat is reden voor Memien om de prachtige zinderende liefdesrelatie te verbreken. Ik bleef het boek lezen vanwege Wim de Bie, de humor en omdat je toch het einde wil weten. .
Nu, omstreeks drie maart 2008, ook nog "schoftentuig" van Wim de Bie gelezen, voornamelijk over de kluizenaar en ongrijpbare Walter de Rochebrune. Een verhaal over meubels inruilen dat rechtstreeks van Kees van Kooten lijkt te komen. En er zijn meer overeenkomsten met de boekjes van Van Kooten.
"Mijn plezierbrevier" gelezen van Kees van Kooten en daar mooie verhalen in gevonden, "een glaasje water halen", "hoe eten wij een ijshoorn", "het wezen van de wraak", "de fietsrevisie", "hoe oud schat ik mij" en "het oorlogsgebed". Opmerkelijk dat een vermaard econoom zijn wetenschappelijke werk makkelijk vond, maar dat hij voor een grappig geschreven verhaal keihard moest werken. Daarin vindt Van Kooten dan misschien weer een rechtvaardiging dat hij nooit een academische studie heeft gedaan ? Youp van 't Hek en Kees van Kooten lijken daar soms ten onrechte gefrustreerd over; nooit gestudeerd.
Vraag me af waar Van Kooten dat verhaal over professor Buikhuisen vandaan heeft gehaald (in de jaren 60/70 een experiment om in achterstandswijken van Den Haag rond te lopen tijdens oud/nieuwjaarsnacht en continu te zeggen "er is niet veel aan vanavond", "laten we maar naar huis gaan" enz.. Het gevolg is dat de jeep van professor Buikhuisen gekanteld wordt op straat en dat de studenten van Buikhuisen bij de kraag gegrepen worden en een pak slaag krijgen). Een vriendin vond "keek op de week" belegen humor. Daar neigt dit boek ook enigszins naar. Van oude humor en de dingen die voorbij gaan.
De beste verhalen gelezen van F.B. Hotz met een mooi nawoord van Maarten t Hart.
Vooral het verhaal "proefspel" maakte indruk. Een vijftal musici in Den Haag dweept met muziek uit de jaren twintig (het speelt zich af rond 1955) en de hoofdpersoon, Borg, vindt zijn leven prachtig in het dwepen met de twintiger jaren en de cynische stemming onder het vijftal jazzmusici, tot een achttienjarig meisje hem erop wijst dat het een nep leven is, dat hij een berooid musicus is en dat hij geen toekomst heeft en niet echt leeft. Het verhaal "proefspel" geef ik een 8,5 of een 9, net zoals het nawoord van Maarten t Hart (maarten t hart heeft die opmerking over beatrix gejat !: Trombonist Frits Hotz verzorgde aan het eind van de jaren vijftig met een jazzband de dansmuziek voor een studentengezelschap in Leiden. Het was de overige okestleden opgevallen dat Frits tijdens de pauzes steeds in gesprek gewikkeld was met dezelfde blonde, mollige studente. Eén van de orkestleden vroeg tenslotte aan de slechtziende trombonist: 'Frits, weet je wel wie die studente is, waar je steeds mee staat te praten?' 'Geen idee,' was het antwoord. 'Het is prinses Beatrix.' 'O,' sprak Frits toen, 'ik had al het gevoel dat 't niks zou worden.' (Herman Openneer, Nederlands Jazz-bulletin, maart 2001) . Was ik maar leraar geworden die makkelijk orde houdt en met een goed salaris, zonder managers of een directeur op de school.
Dat verschijnsel, een verhaal en plotseling een buitenstaander die door "het levensverhaal" heen prikt zie je ook terug in "lord of the flies", een twintigtal jongetjes van 12 jaar spoelt (spoelen, ze spoelen aan, het twintigtal spoelt) aan op een eiland na schipbreuk; het begint avontuurlijk maar binnen de kortste keren heerst er oorlog tussen de twaalfjarigen. Dan staat er opeens een 40-jarige kapitein op het eiland en die vraagt zich af waar die jochies mee bezig zijn.
De jochies kijken raar op; ze zijn binnen een maand verworden tot een primitieve stam, overgeleverd aan bijgeloof en moorden.
Is er nu ook niet sprake van een terugkeer naar de middeleeuwen ? De verzameling in Drachten om een Joran van der Sloot te lynchen ? Kun je onder de haagse kaasstolp ook niet vragen "waar zijn jullie mee bezig ?" Kun je op een ministerie of bij een bedrijf ook niet vragen "waar zijn jullie nou helemaal mee bezig ?" "Navelstaren ?" "Papier verschuiven ?" "Politieke spelletjes ?" "Leugenachtige spelletjes ?" "Jezelf (te) belangrijk of belachelijk maken ?".
Sylvia Witteman kwam met een leuke kinder-lijke analyse van links en rechts. Linkse mensen zijn gericht op "alles samen delen", rechtse mensen willen alles egoistisch voor zichzelf houden: wij zijn de elite geworden met geld en dat willen we blijven.
Zake-lijk. Met als kanttekening dat linkse mensen vaak hypocriet zijn en dat het ze ook vaak naar het hoofd stijgt zodra ze "leidinggevende" worden.
"Ahem, goed. Paps gaat naar de yab yum."
Het trekt mij niet geheel om met onbekende dames tegen betaling liefde te bedrijven.
De schrijver F.B. Hotz is zonder twijfel een moralist van onze tijd. In zijn boeken geen wilde paringen zoals in het realistische proza van de jaren zestig gedetailleerd beschreven, maar de vage witte sierlijkheid van een nachthemd en een blote arm. Hotz bemint de dosering. (Wam de Moor, De Tijd, 10-06-1983).
Hoewel ik dankzij mijn vakantie en het lezen nauweliks meer somber ben denk ik wel heel vaak aan die videoclip waarin Michael Jackson door twee verplegers meegenomen wordt als hij weer zijn moon walk vertoont. Iedereen leeft toch in zijn eigen gekkenhuis, in zijn eigen waan, op zijn eigen eiland, zijn eigen (ambtenaren)toren, zijn eigen bedrijf, zijn of haar inrichting. You suffer from delusion. Delusion: waanzin, hersenschim, misvatting, waanidee(ën). We zijn allemaal gevangenen van onszelf. Rare jongens, die mensen. En verliefdheid is ook een waan(zin).
Tuesday, February 12, 2008
Thursday, January 24, 2008
Verschrijver verbetert
Mevrouw Balkenende
Van Dalsumlaan 213
Capelle a/d IJssel
Den Haag, 24 januari 2008
Betreft: verklikken en vervreemding
Geachte mevrouw Balkenende,
Het moment lijkt mij opportuun om u te waarschuwen voor de heer Balkenende. Sinds enige jaren werk ik in zijn nabijheid als assistent op het Ministerie van Algemene Zaken. Niet alleen staat zijn mond steeds meer pedant vastberaden, maar ook stapt hij nu kordaat door zijn Ministerie, geeft links en recht een aanwijzing en bemoeit zich met alle aspecten van 's lands bestuur. Hij schijnt over het algemeen in toenemende mate met zichzelf ingenomen en ook met de nonchalante wijze waarop hij dat allemaal klaar speelt.
De fractiemedewerker, de politieke assistente, de receptioniste en de journaliste spreekt hij stuk voor stuk aan alsof hij ze al jaren kent. Terwijl zij flink doorwerken, maakt hij met Maxime grapjes met de ster-allures van iemand die op de TV de dienst uitmaakt. Ik vraag me altijd af wat hij met dit gedrag precies probeert te verhullen. Bij zoveel jovialiteit en toenemend zelfvertrouwen is, naar mijn mening, een gepast wantrouwen op zijn plaats. Zelf stel ik mij altijd bescheiden op en dat zal ik blijven doen, ongeacht de omstandigheden.
Daarom spijt het mij u formeel van het volgende op de hoogte te moeten brengen. U heeft een goede man, maar herhaling verzwakt de roerselen. Ik weet dat uit mijn vak. Jaren achterheen hetzelfde schrijven vermindert de leesbaarheid en de boodschap. Het is eigenlijk niet aan mij om u over deze zaak te berichten, maar onlangs ben ik de heer Balkenende eens gevolgd na gedane arbeid, omdat hij betrekkelijk weinig los laat over zijn privé leven. Voor zover hij daarover beschikt, want hij propageert het leven in een glazen huis, omdat hij zelf niets te verbergen zou hebben. Daar liep hij door het Haagse. Af en toe stond hij stil. Hij dacht zeker na of hij kreeg het unheimliche gevoel gevolgd te worden. Uiteindelijk liep hij een niet onaardig pand binnen op de Lange Voorhout. Eerder op de dag had hij lang naar het glimmende zwarte rokje van Mirjam Sterk gestaard. Deze rol vervul ik niet graag maar hij...hij had een tulp bij zich...ik moet u mededelen dat hij daar 's lands belang verkwanselde en dames van lichte zeden bezocht met mogelijk landaanwas in de vorm van een tulp in het achterhoofd. Zou god het zien en denken dat het goed was, zo'n fletse tulp voor de kust ?
Om deze zaak te vergeten ben ik naar het strand gegaan, waar ik een lange wandeling maakte. Ik dacht aan een ver land en een terras. Een paar tafeltjes van mij verwijderd heeft een knappe dame al enige tijd naar mij zitten kijken. Liefde begint altijd met een blik. Ik wenk de ober en fluister hem iets toe. Als hij het glas voor haar neerzet, kijkt zij mij even nadrukkelijk aan. Op haar gezicht verschijnt een glimlach. Dan slaat zij de ogen neer. Onder zwarte lokken heeft ze regelmatige, zeer zinnelijke trekken; het soort gezicht dat een man makkelijk inspireert tot een zekere roekeloosheid, of anders tot melancholie om de onbereikbaarheid van zoiets moois. Beide reacties strijden in mijn hart, met als resultaat dat ik voornamelijk verwarring voel. Desondanks gaan we naar mijn hotelkamer en drinken wat op het balkon, dat over de haven uitziet. Ik vertel haar een verhaal. Zij moet lachen, waarbij zij uit haar glas op haar zijden strakzittende jurk morst. Wanneer de zon in de zee daalt, leunen we over de balustrade en kijken naar de golven. Ik pas ervoor op om haar niet aan te raken, om onze verstandhouding niet te verstoren. Echte vrouwen voelen dat heel goed aan en weten het ook te waarderen. Toen ik haar naam vroeg, fluisterde ze: "Bianca Balkenende". Misschien zou ik toch mijn armen om haar middel moeten slaan en haar teder in de hals kussen.
Na deze dagdromen trek ik mij terug achter mijn bureau. Ik zou aan mijn nota inzake "politieke standpuntbepaling ten opzichte van het koningshuis en ideeën over het integratiebeleid in het kader van verfilming en het bestaan van Nederland" moeten werken, maar de gedachte aan de werkelijkheid staat mij niet aan. Opeens ken ik mijn taak en mijn plaats op de wereld. Ik heb deze brief aan u opgesteld na ampel beraad. Ik hoop u voldoende informatie te hebben verschaft. Dat de heer Balkenende dingen doet die het daglicht niet kunnen verdragen, zal u inmiddels duidelijk zijn. Ik meen er goed aan gedaan te hebben om een en ander onder uw aandacht te brengen. Ik houd er niet van om mij met de zaken van anderen te bemoeien, maar op gezette tijden help ik vrouwen in nood graag. Mijn opvatting is dat ieder wijs genoeg is om zijn vrijheid tot aan bepaalde grenzen te benutten. Mijns inziens zijn het anderen die de plicht hebben hem of haar hierbij niet te laten ontsporen. Gaarne ben ik bereid een en ander nader toe te lichten tijdens een ontmoeting. Hopende dat u hiermee voorlopig naar tevredenheid bent ingelicht, teken ik met de meeste hoogachting,
Mano Verschrijver
Pauwlaan 66
2566 FF Den Haag
(ten dele overgenomen van H. Koch)
Van Dalsumlaan 213
Capelle a/d IJssel
Den Haag, 24 januari 2008
Betreft: verklikken en vervreemding
Geachte mevrouw Balkenende,
Het moment lijkt mij opportuun om u te waarschuwen voor de heer Balkenende. Sinds enige jaren werk ik in zijn nabijheid als assistent op het Ministerie van Algemene Zaken. Niet alleen staat zijn mond steeds meer pedant vastberaden, maar ook stapt hij nu kordaat door zijn Ministerie, geeft links en recht een aanwijzing en bemoeit zich met alle aspecten van 's lands bestuur. Hij schijnt over het algemeen in toenemende mate met zichzelf ingenomen en ook met de nonchalante wijze waarop hij dat allemaal klaar speelt.
De fractiemedewerker, de politieke assistente, de receptioniste en de journaliste spreekt hij stuk voor stuk aan alsof hij ze al jaren kent. Terwijl zij flink doorwerken, maakt hij met Maxime grapjes met de ster-allures van iemand die op de TV de dienst uitmaakt. Ik vraag me altijd af wat hij met dit gedrag precies probeert te verhullen. Bij zoveel jovialiteit en toenemend zelfvertrouwen is, naar mijn mening, een gepast wantrouwen op zijn plaats. Zelf stel ik mij altijd bescheiden op en dat zal ik blijven doen, ongeacht de omstandigheden.
Daarom spijt het mij u formeel van het volgende op de hoogte te moeten brengen. U heeft een goede man, maar herhaling verzwakt de roerselen. Ik weet dat uit mijn vak. Jaren achterheen hetzelfde schrijven vermindert de leesbaarheid en de boodschap. Het is eigenlijk niet aan mij om u over deze zaak te berichten, maar onlangs ben ik de heer Balkenende eens gevolgd na gedane arbeid, omdat hij betrekkelijk weinig los laat over zijn privé leven. Voor zover hij daarover beschikt, want hij propageert het leven in een glazen huis, omdat hij zelf niets te verbergen zou hebben. Daar liep hij door het Haagse. Af en toe stond hij stil. Hij dacht zeker na of hij kreeg het unheimliche gevoel gevolgd te worden. Uiteindelijk liep hij een niet onaardig pand binnen op de Lange Voorhout. Eerder op de dag had hij lang naar het glimmende zwarte rokje van Mirjam Sterk gestaard. Deze rol vervul ik niet graag maar hij...hij had een tulp bij zich...ik moet u mededelen dat hij daar 's lands belang verkwanselde en dames van lichte zeden bezocht met mogelijk landaanwas in de vorm van een tulp in het achterhoofd. Zou god het zien en denken dat het goed was, zo'n fletse tulp voor de kust ?
Om deze zaak te vergeten ben ik naar het strand gegaan, waar ik een lange wandeling maakte. Ik dacht aan een ver land en een terras. Een paar tafeltjes van mij verwijderd heeft een knappe dame al enige tijd naar mij zitten kijken. Liefde begint altijd met een blik. Ik wenk de ober en fluister hem iets toe. Als hij het glas voor haar neerzet, kijkt zij mij even nadrukkelijk aan. Op haar gezicht verschijnt een glimlach. Dan slaat zij de ogen neer. Onder zwarte lokken heeft ze regelmatige, zeer zinnelijke trekken; het soort gezicht dat een man makkelijk inspireert tot een zekere roekeloosheid, of anders tot melancholie om de onbereikbaarheid van zoiets moois. Beide reacties strijden in mijn hart, met als resultaat dat ik voornamelijk verwarring voel. Desondanks gaan we naar mijn hotelkamer en drinken wat op het balkon, dat over de haven uitziet. Ik vertel haar een verhaal. Zij moet lachen, waarbij zij uit haar glas op haar zijden strakzittende jurk morst. Wanneer de zon in de zee daalt, leunen we over de balustrade en kijken naar de golven. Ik pas ervoor op om haar niet aan te raken, om onze verstandhouding niet te verstoren. Echte vrouwen voelen dat heel goed aan en weten het ook te waarderen. Toen ik haar naam vroeg, fluisterde ze: "Bianca Balkenende". Misschien zou ik toch mijn armen om haar middel moeten slaan en haar teder in de hals kussen.
Na deze dagdromen trek ik mij terug achter mijn bureau. Ik zou aan mijn nota inzake "politieke standpuntbepaling ten opzichte van het koningshuis en ideeën over het integratiebeleid in het kader van verfilming en het bestaan van Nederland" moeten werken, maar de gedachte aan de werkelijkheid staat mij niet aan. Opeens ken ik mijn taak en mijn plaats op de wereld. Ik heb deze brief aan u opgesteld na ampel beraad. Ik hoop u voldoende informatie te hebben verschaft. Dat de heer Balkenende dingen doet die het daglicht niet kunnen verdragen, zal u inmiddels duidelijk zijn. Ik meen er goed aan gedaan te hebben om een en ander onder uw aandacht te brengen. Ik houd er niet van om mij met de zaken van anderen te bemoeien, maar op gezette tijden help ik vrouwen in nood graag. Mijn opvatting is dat ieder wijs genoeg is om zijn vrijheid tot aan bepaalde grenzen te benutten. Mijns inziens zijn het anderen die de plicht hebben hem of haar hierbij niet te laten ontsporen. Gaarne ben ik bereid een en ander nader toe te lichten tijdens een ontmoeting. Hopende dat u hiermee voorlopig naar tevredenheid bent ingelicht, teken ik met de meeste hoogachting,
Mano Verschrijver
Pauwlaan 66
2566 FF Den Haag
(ten dele overgenomen van H. Koch)
Verschrijver vertrekt
verdrietig en vervreemd. Vergaand verlangen naar vereeuwigde slaap. Vreselijke jongen. Verschrikkelijke jongen, nu weer een nerveuze drukke astmatische pvda poloticus als "leidinggevende", die tijdens een vergadering tegen me zegt "wel de regie houden, Mano, wel de regie houden !" en een e-mail als "gezien het polotieke belang van dit dossier is er haast geboden en moeten we druk op de ketel houden" stuurt en meer van dat nerveuze hyper geklets.
Ja, hoor, dit kun je dan weer als natrappen omschrijven; hoe zou jij je voelen als je buitenspel wordt gezet door stapel mesjogge leidinggevenden ? Een rustige vriendelijke jongen die gewoon zijn werk wil doen en thuis met onder andere drie kinderen zit en kapotte lampen (vervangen !) en een lekkende douche (hersteld !).
Die ambtenarij verwordt langzamerhand tot een ziek politiek bedrijf. Hoe ontsnap je daaraan ? Hoe kom je handig weg ? Je wordt ontslagen, je wordt vermoord. Staat tegenover dat jij van die leidinggevenden overspannen raakte en nu wel (te) slachtofferig kermt en jankt over leidinggevenden die laf en daardoor leugenachtig zijn of jeugdig neurotisch ambitieus zijn.
Ja, ze bezorgden me veel overlast, dan kun je vechten en verliezen of het rustig en vriendelijk over je heen laten komen en zo snel mogelijk vertrekken. Een heer of meester laat het waarschijnlijk niet zo ver komen. Aan de andere kant was die rechtse egocentrische reactionair Hermans ook tot het einde van zijn leven verbitterd over Groningen en Jan de Koning. Zorg dan dat dat je niet gebeurt. Ik werk eraan ! Steeds meer positieve gedachten over vakantie, lachende kinderen, humor, vrolijkheid, die 8 goede werkzame jaren bij vrom, bij ez, die drie goede "leidinggevenden" van de 12, lekker eten, rust, vrijheid, sport, ski, luxe, rijkdom, geeste-lijke armoede, blije eikel. En zo slecht heeft de rijksoverheid me tot dusverre niet behandeld. Integendeel. Een Fred Spijkers of onschuldige gevangenen, die hebben pas reden voor wrok jegens de overheid.
Ik snap het niet helemaal, hoe kan veel goeds zomaar gratis zijn ? Op www.volkskrant.nl van vandaag het artikel clintontrucs, bladzijde 5 van Philippe Remarque. Erg goed. Top. Maar ja, voedsel, een woning, een nintendo ds, een mooie vakantie zijn helaas niet gratis. The best things in life are not...there's no such thing as a free lunch.
Clintontrucs
In een natuurfilm kun je soms zien hoe een roofdier een gazelle achtervolgt en opeet. Arme gazelle, denkt de kijker dan, hij was zo elegant. Tegen de hardheid, de vechtlust en het overlevingsinstinct van deze twee politieke dieren lijkt de idealistische, maar onervaren kandidaat nauwelijks opgewassen.
Op de straat spreken Virginia en Catherine, twee zwarte zussen van 50 jaar, Philippe aan: "Wat zijn de clintontrucs ?"
"Obama heeft helemaal niet gezegd dat hij voor de Reagen ideeën is, zoals zij beweren. Ook heeft hij zich niet laks opgesteld in de vrije abortus keuze, zoals zij beweren. De Clinton folders over zijn belastingverhoging voor de middenklasse berusten op verdraaiing.
Obama zou niet consequent tegen de Irak oorlog zij geweest, terwijl Hillary voor gestemd heeft."
Virginia zag het licht: "Dus zij, de Clintons, zijn de haaien ? Dat is heel goed, besloot ze. Dat heb je nodig bij de campagne tegen de Republikeinen in november. En ook in het witte huis, daar vallen ze je altijd aan. Obama wordt misschien opgegeten als een lammetje."
Ik had de Clintons aan twee stemmen geholpen. Virginia koos voor het roofdier net als vele anderen.De media mogen Clinton leugenachtig en genant noemen, sinds hij begon aan te vallen heeft Hillary alleen nog gewonnen. Zo is de natuur.
Of een pleidooi van de onvolprezn Frits Abrahams voor Hillary:
Yes-we-can!
De afgelopen week heb ik twee halve nachten opgeofferd om op CNN naar het tweegevecht tussen Barack Obama en Hillary Clinton te kijken, dus zo langzamerhand voel ik me voldoende gekwalificeerd om een voorzichtige voorkeur uit te spreken.
Wie moet het worden?
Obama, vond ik, nadat ik hem ruim een jaar geleden voor het eerst een redevoering had zien afsteken. Ik was onder de indruk van zijn redenaarsgave en zijn gematigde inzichten spraken me aan. Hij riep op tot eenheid, niet tot polarisatie. Kom naar Nederland, wilde ik hem al bijna vragen, maar helaas naturaliseren wij gekleurde uitblinkers niet meer zo vlug.
Nu we een jaar verder zijn, bekruipen me de twijfels. Waarom zou Hillary Clinton minder geschikt zijn? Goed, ze speecht wat stroever en ze snikt iets te gretig, maar er is geen enkele reden haar te onderschatten.
Vorige week debatteerde ze twee uur lang met Obama. Een opvallend vriendelijk debat, en daarom wat saai, maar inhoudelijk mocht het er zijn. Het ging tot in detail over zaken als de gezondheidszorg en Irak.
Obama kon je als de uitdager beschouwen, hij was de man die een achterstand moest inhalen, maar het lukte hem niet Clinton in verlegenheid te brengen. Zij bleef overeind dankzij haar grote feitenkennis. Ook Obama bleek een goed debater, maar niet goed genoeg om het Clinton erg lastig te maken.
Daarna heb ik nog eens aandachtig naar een aantal oudere toespraken van Obama gekeken. Hij blijft als redenaar imponeren, maar je moet hem niet te vaak horen, want dan verandert de oratorische brille in oratorische galm. De retoriek wordt een doorzichtige truc en keert zich tegen hem. Als ik een goede stand-up comedian in Amerika was, zou ik zeker een parodie op Obama’s redevoeringen overwegen.
Dit zijn de ingrediënten van zo’n parodie. Hef de kin, trek een ernstig gezicht, lees niet van een papiertje (zoals Hillary vannacht deed), maar doe alsof je uit het hoofd spreekt terwijl je van de autocues leest.
„But there is one thing on this february night’’, roep je, „our time has come!”
Het publiek begint te gillen. Je wacht. „But there is one thing”, herhaal je, „our time has come!” Het gekrijs neemt in volume toe en het wordt nu tijd de hysterie met steeds grotere happen te voeden. „Our movement is real and change is coming to America!”
Tjeendzj, daar gaat het om. Een magisch woord. Zonder tjeendzj is er geen toekomst. „This time can be different, it’s different not because of me, but because of you…This time we have to turn the page!”
We naderen het einde, alle tsjeendzj moet daarin worden samengebald. „We are the ones we’ve been waiting for…We are the change that we see…We are the hope of the future.”
En dan, allemááál, dat bevrijdende, extatische: „Yes- we-can! Yes-we-can!”
Hoe lang kun je zulke zinnen nog roepen voor het een zelfparodie wordt? Het was niet verbazingwekkend dat Obama’s broertje Oboema, ook wel Michiel Romeyn genaamd, het gisteren op de Nederlandse tv al even van hem overnam.
Ik kan er now, on this february morning, alleen maar this thing aan toevoegen: ik ga voor Hillary mits ze ophoudt met janken.
Ja, hoor, dit kun je dan weer als natrappen omschrijven; hoe zou jij je voelen als je buitenspel wordt gezet door stapel mesjogge leidinggevenden ? Een rustige vriendelijke jongen die gewoon zijn werk wil doen en thuis met onder andere drie kinderen zit en kapotte lampen (vervangen !) en een lekkende douche (hersteld !).
Die ambtenarij verwordt langzamerhand tot een ziek politiek bedrijf. Hoe ontsnap je daaraan ? Hoe kom je handig weg ? Je wordt ontslagen, je wordt vermoord. Staat tegenover dat jij van die leidinggevenden overspannen raakte en nu wel (te) slachtofferig kermt en jankt over leidinggevenden die laf en daardoor leugenachtig zijn of jeugdig neurotisch ambitieus zijn.
Ja, ze bezorgden me veel overlast, dan kun je vechten en verliezen of het rustig en vriendelijk over je heen laten komen en zo snel mogelijk vertrekken. Een heer of meester laat het waarschijnlijk niet zo ver komen. Aan de andere kant was die rechtse egocentrische reactionair Hermans ook tot het einde van zijn leven verbitterd over Groningen en Jan de Koning. Zorg dan dat dat je niet gebeurt. Ik werk eraan ! Steeds meer positieve gedachten over vakantie, lachende kinderen, humor, vrolijkheid, die 8 goede werkzame jaren bij vrom, bij ez, die drie goede "leidinggevenden" van de 12, lekker eten, rust, vrijheid, sport, ski, luxe, rijkdom, geeste-lijke armoede, blije eikel. En zo slecht heeft de rijksoverheid me tot dusverre niet behandeld. Integendeel. Een Fred Spijkers of onschuldige gevangenen, die hebben pas reden voor wrok jegens de overheid.
Ik snap het niet helemaal, hoe kan veel goeds zomaar gratis zijn ? Op www.volkskrant.nl van vandaag het artikel clintontrucs, bladzijde 5 van Philippe Remarque. Erg goed. Top. Maar ja, voedsel, een woning, een nintendo ds, een mooie vakantie zijn helaas niet gratis. The best things in life are not...there's no such thing as a free lunch.
Clintontrucs
In een natuurfilm kun je soms zien hoe een roofdier een gazelle achtervolgt en opeet. Arme gazelle, denkt de kijker dan, hij was zo elegant. Tegen de hardheid, de vechtlust en het overlevingsinstinct van deze twee politieke dieren lijkt de idealistische, maar onervaren kandidaat nauwelijks opgewassen.
Op de straat spreken Virginia en Catherine, twee zwarte zussen van 50 jaar, Philippe aan: "Wat zijn de clintontrucs ?"
"Obama heeft helemaal niet gezegd dat hij voor de Reagen ideeën is, zoals zij beweren. Ook heeft hij zich niet laks opgesteld in de vrije abortus keuze, zoals zij beweren. De Clinton folders over zijn belastingverhoging voor de middenklasse berusten op verdraaiing.
Obama zou niet consequent tegen de Irak oorlog zij geweest, terwijl Hillary voor gestemd heeft."
Virginia zag het licht: "Dus zij, de Clintons, zijn de haaien ? Dat is heel goed, besloot ze. Dat heb je nodig bij de campagne tegen de Republikeinen in november. En ook in het witte huis, daar vallen ze je altijd aan. Obama wordt misschien opgegeten als een lammetje."
Ik had de Clintons aan twee stemmen geholpen. Virginia koos voor het roofdier net als vele anderen.De media mogen Clinton leugenachtig en genant noemen, sinds hij begon aan te vallen heeft Hillary alleen nog gewonnen. Zo is de natuur.
Of een pleidooi van de onvolprezn Frits Abrahams voor Hillary:
Yes-we-can!
De afgelopen week heb ik twee halve nachten opgeofferd om op CNN naar het tweegevecht tussen Barack Obama en Hillary Clinton te kijken, dus zo langzamerhand voel ik me voldoende gekwalificeerd om een voorzichtige voorkeur uit te spreken.
Wie moet het worden?
Obama, vond ik, nadat ik hem ruim een jaar geleden voor het eerst een redevoering had zien afsteken. Ik was onder de indruk van zijn redenaarsgave en zijn gematigde inzichten spraken me aan. Hij riep op tot eenheid, niet tot polarisatie. Kom naar Nederland, wilde ik hem al bijna vragen, maar helaas naturaliseren wij gekleurde uitblinkers niet meer zo vlug.
Nu we een jaar verder zijn, bekruipen me de twijfels. Waarom zou Hillary Clinton minder geschikt zijn? Goed, ze speecht wat stroever en ze snikt iets te gretig, maar er is geen enkele reden haar te onderschatten.
Vorige week debatteerde ze twee uur lang met Obama. Een opvallend vriendelijk debat, en daarom wat saai, maar inhoudelijk mocht het er zijn. Het ging tot in detail over zaken als de gezondheidszorg en Irak.
Obama kon je als de uitdager beschouwen, hij was de man die een achterstand moest inhalen, maar het lukte hem niet Clinton in verlegenheid te brengen. Zij bleef overeind dankzij haar grote feitenkennis. Ook Obama bleek een goed debater, maar niet goed genoeg om het Clinton erg lastig te maken.
Daarna heb ik nog eens aandachtig naar een aantal oudere toespraken van Obama gekeken. Hij blijft als redenaar imponeren, maar je moet hem niet te vaak horen, want dan verandert de oratorische brille in oratorische galm. De retoriek wordt een doorzichtige truc en keert zich tegen hem. Als ik een goede stand-up comedian in Amerika was, zou ik zeker een parodie op Obama’s redevoeringen overwegen.
Dit zijn de ingrediënten van zo’n parodie. Hef de kin, trek een ernstig gezicht, lees niet van een papiertje (zoals Hillary vannacht deed), maar doe alsof je uit het hoofd spreekt terwijl je van de autocues leest.
„But there is one thing on this february night’’, roep je, „our time has come!”
Het publiek begint te gillen. Je wacht. „But there is one thing”, herhaal je, „our time has come!” Het gekrijs neemt in volume toe en het wordt nu tijd de hysterie met steeds grotere happen te voeden. „Our movement is real and change is coming to America!”
Tjeendzj, daar gaat het om. Een magisch woord. Zonder tjeendzj is er geen toekomst. „This time can be different, it’s different not because of me, but because of you…This time we have to turn the page!”
We naderen het einde, alle tsjeendzj moet daarin worden samengebald. „We are the ones we’ve been waiting for…We are the change that we see…We are the hope of the future.”
En dan, allemááál, dat bevrijdende, extatische: „Yes- we-can! Yes-we-can!”
Hoe lang kun je zulke zinnen nog roepen voor het een zelfparodie wordt? Het was niet verbazingwekkend dat Obama’s broertje Oboema, ook wel Michiel Romeyn genaamd, het gisteren op de Nederlandse tv al even van hem overnam.
Ik kan er now, on this february morning, alleen maar this thing aan toevoegen: ik ga voor Hillary mits ze ophoudt met janken.
Tuesday, January 22, 2008
Verschrijver verwondert
Pirandello, dat is die Italiaanse schrijverd, waar Grunberg ook gretig gebruik van maakt. Ik heb het boek niet uitgekregen. Liever lees ik dat boek van Italo Calvino: bekentenissen van Zeno.
Iemand, niemand en honderdduizend
In een in 8 epidodes verdeeld verhaal kunnen we de verwikkelingen volgen van een man die ontdekt dat hij zich nooit ziet zoals de anderen, vooral in de spiegel niet. Hij gaat op zoek naar zichzelf en naar de personen die hij in de ogen van anderen is. Die andere personages wil hij vernietigen, b.v. de domme, rijke, lieve echtgenoot en de woekeraar, en tot een persoon, zichzelf, terugbrengen. Ten slotte wil hij door alles af te stoten niemand zijn, een zwerver die steeds opnieuw geboren wordt en leeft in alles om hem heen. Pirandello's ideeen over de waarheid, die is zoals de ander die ziet, en de wereld, die geen andere werkelijkheid bezit dan welke wij er zelf aan toekennen, worden hier tot in het absurde doorgevoerd met zeer frappante sociale gevolgen. Een fascinerend boek, een 'must' voor Pirandello-liefhebbers.
Arnon Grunberg:
Luigi Pirandello (1867-1936) gaf er de voorkeur aan na zijn dood in een beddenlaken te worden gewikkeld. Kaarsen of bloemen waren ongewenst. ‘Il carro, il cavallo, il cocchiere e basta.’
De Nobelprijswinnaar voor literatuur van 1934 wilde zonder vrienden naar het crematorium worden gereden. Alleen de wagen, het paard en de koetsier mochten hem begeleiden. De urn moest worden overgebracht naar zijn geboorteplaats: Agrigento op Sicilië.
De jaren voor zijn dood was Pirandello steeds zonderlinger geworden. Hij tikte zijn manuscripten op een typemachine met één vinger. Doorslagen maakte hij niet. De meeste van zijn manuscripten verbrandde hij en de sensatie zijn eigen bloed te voelen stromen vond hij ondraaglijk. Medicijnen weigerde hij te slikken. Met Mussolini had hij toen al gebroken. Terwijl hij nog in 1929 in een interview met de Deutsche Allgemeine Zeitung had verklaard: ‘Ik ben fascist omdat de massa nooit uit zichzelf tot scheppen in staat is. Slechts de eenling schept. Het leven bestaat uit scheppers en materie. De massa is materie; zij heeft geen eigen wil, geen eigen kracht, zij is slechts materie in handen van de grote vormer.’
Het is goed te bedenken dat ‘fascist’ in 1929 een andere betekenis had dan tegenwoordig.
Later zou Pirandello zijn keuze voor het fascisme van pragmatische argumenten voorzien: ‘Ik ben fascist omdat de Italianen zo’n regering verdienen.’ Tegen een dergelijk argument is weinig in te brengen.
Volgens de korte maar aangrijpende biografie van Max Nord was Pirandello op zijn sterfbed voornamelijk bezig met een olijfboom. Hij meende te weten hoe zijn onvoltooide toneelstuk De reuzen van het gebergte moest worden opgevoerd. ‘Een grote olijfboom, midden op het toneel: daarmee heb ik alles opgelost’, schijnt hij vlak voor zijn dood te hebben gezegd.
Luigi Pirandello had de vernietigende gevolgen van geestesziekte van nabij meegemaakt. Zijn echtgenote Antonietta Portulano werd krankzinnig toen bleek dat haar vader het vermogen van haar en haar man verkeerd had belegd. De oude Portulano, een zakenvriend van Pirandello’s vader, had gegokt op zwavelmijnen, een rampzalige gok.
Antonietta kreeg daarop last van verlammingsverschijnselen en paranoïde wanen die bij haar voornamelijk neerkwamen op ziekelijke jaloezie. Zij achtervolgde haar man op straat, hij moest bij haar zijn uitgaven verantwoorden. Op het toppunt van haar wanhoop liep ze met een geladen revolver door het huis en deed een zelfmoordpoging. Een verroeste loop voorkwam het ergste. De artsen gaven Pirandello weinig hoop op genezing. Uit liefde voor zijn echtgenote of uit plichtsbesef, misschien ook uit angst, schikte Pirandello zich naar de wensen van Antonietta. Nord schrijft dat hij zo min mogelijk naar zijn eigen toneelstukken ging kijken om zijn echtgenote geen reden te geven hem te verwijten dat hij ’s avonds alleen weg was geweest.
Het werk van haar man heeft Antonietta nooit gelezen. Zij stond er vijandig tegenover.
Antonietta’s wanen werden steeds erger en in 1919 bracht Pirandello haar naar een inrichting in Rome. Drie kinderen kwamen uit dit huwelijk voort, twee zonen en een dochter.
Antonietta overleefde haar man en stierf in 1959, op 88-jarige leefttijd. De enige die nog contact met haar had, was haar oudste zoon Stefano. De laatste keer dat hij zijn moeder zag meende zij dat hij zijn vader was.
In een brief aan zijn Franse vertaler Benjamin Crémieux schreef Pirandello: ‘Ik heb vergeten te leven, zozeer vergeten dat ik niets, helemaal niets kan zeggen omtrent mijn leven, tenzij dan misschien dat ik het niet leef maar dat ik het schrijf.’
Er zit een onmiskenbare ironie in deze pathetische uitspraak. Hoe kun je vergeten om te leven? Iedereen die niet in coma ligt, leeft. En het is niet eens evident dat de comateuze toestand geen leven mag worden genoemd. Waarom zou schrijven dan geen leven zijn? Maar hoe pathetisch en ironisch de brief aan Crémieux ook mag zijn, hij onthult de klassieke angst van de neuroot: leef ik eigenlijk wel?
In het geval van Pirandello moet daaraan worden toegevoegd: hoe kan ik zeggen dat ik leef als mijn werkelijkheid niets dan waan is. Als je universum een door jouw geschapen ziekte is, met welk recht kun je dan nog spreken van leven. Of moet dit het adagium worden: ik ben ziek dus ik besta.
Pirandello’s Iemand, niemand en honderdduizend is een van de merkwaardigste romans die ik de afgelopen jaren heb gelezen. Het boek heeft veel weg van een studie naar de aard van de waanzin, zonder dat de hoofpersoon werkelijk waanzinnig kan worden genoemd. Men zou deze roman ook een verhandeling kunnen noemen over het waarheidsgehalte van de werkelijkheid, of beter gezegd het gebrek daaraan.
Hoofdpersoon is Vitangelo Moscarda, de zoon van een bankier, die terend op het vermogen van zijn vader in het stadje Richieri leeft. Zijn dagen zijn gevuld met een zekere lethargie, zonder dat dat al te negatief moet worden uitgelegd. Er zit schoonheid in bewuste passiviteit. In deze Moscarda schuilt een weemoed die me aan Fellini deed denken: een man die vergeet op te groeien, omdat er geen reden is op te groeien. Zoals de boulevard van Rimini bij Fellini het decor vormt voor een paradijselijke gevangenis, zo is Richirie bij Pirandello toonbeeld van de huiselijkheid van het geluk. Door zijn echtgenote wordt Moscardo ‘Gengè’ genoemd. ‘Gengè’, zegt ze, ‘laat je de hond niet meer uit?’
Maar dan verklaart Moscarda’s vrouw op een dag dat de neus van haar echtgenoot scheef staat. Moscarda zelf had dat nooit gezien. Goed, mooi had hij zijn eigen uiterlijk nooit gevonden, maar zeker ook niet misvormd.
Een andere schrijver had van dit uitgangspunt wellicht een queeste gemaakt naar een rechte neus. Een lijdensweg langs cosmetische chirurgen, zelfverkozen kluizenaarschap en een alles verterende obsessie, waardoor het kleine ongemak uitmondt in groot ongemak. In de handen van Pirandello komt Moscara voornamelijk tot de conclusie dat hij niet is wie hij dacht te zijn. Voorzover hij überhaupt afgeronde gedachten over zijn eigen zijn had.
Het is niet de scheve neus waardoor hij in de spiegel zijn ‘eerste waanzinsglimlach’ ziet. Hij is niet wie anderen denken dat hij is. En hij begrijpt dat iedereen andere gedachten over hem heeft. Er zijn tientallen totaal van elkaar verschillende Moscarda’s. Levend in verschillende en ondoordringbare werkelijkheden. De continuïteit waardoor het zin heeft al die verschillende Moscarda’s met één en dezelfde naam aan te duiden komt hem voor als een zinsbegoocheling.
‘Wat voor samenhang bestaat er tussen mijn ideeën en mijn neus’, peinst Moscarda. ‘Volgens mij geen enkele. Ik denk niet met mijn neus en let er ook niet op wanneer ik denk. Maar de anderen? De anderen die mijn ideeën niet van binnen kunnen waarnemen en van buitenaf mijn neus zien?’
Wetend dat hij voor anderen iemand is die hij niet kent en die hij waarschijnlijk nooit zal kennen – zullen ze ooit tegen hem zeggen wat ze echt over hem denken? – begint Moscara zichzelf als een vreemdeling te zien. Een vreemdeling die hij nader wil leren kennen, die hij wil betrappen op het leven.
Een levensvervulling die net zo heroïsch is als die van een man die voor alles naar een rechtere neus streeft: jezelf zien leven.
Maar volgens Pirandello is het probleem dat je niet kunt leven als je je er bewust van bent dat je leeft, en zonder dat bewustzijn zul je nooit zeker zijn dat je leeft. Om in Freudiaanse termen te blijven: het ik en het superego voeren een loopgravenoorlog tegen elkaar en Moscarda zelf is hooguit slagveld.
‘Wij kunnen alleen dat kennen waar wij een vorm aan kunnen geven’, schrijft Pirandello in Iemand, niemand en honderdduizend. En daarvóór noteert hij: ‘De mens gebruikt ook zichzelf als materiaal, en construeert zichzelf.’
Zoals de grote vormer de willoze massa vormt en construeert?
In 1924 werd Pirandello in een interview trots een antidemocraat genoemd. De Duce vond hij weliswaar vulgair, maar toch. Aan zijn oprechte antidemocratische gevoelens hoeft nauwelijks te worden getwijfeld.
Moscara heeft al gezien dat de constructie van het ik feitelijk een illusie is die overeind blijft dankzij pure wilskracht. Vervolgens ziet hij in dat iedereen ‘keurig netjes een plaats heeft in de illusie van anderen’. En daarvóór heeft hij al opgemerkt dat de mens die wil ontsnappen aan onontkoombare eenzaamheid, geen andere keus heeft dan de wereld die hij in zich draagt ‘aan anderen op te leggen’.
Het opleggen van je eigen wereld aan anderen gaat niet door middel van handopsteken. Het is een kwestie van wie het beste kan kneden, wie het spel het beste kan spelen. Een ijzeren wil heb je ervoor nodig om jouw wereld aan anderen op te leggen, anderen jouw wereld binnen te sleuren. Dat het ‘ik’ een spel is, ook als je eraan kunt sterven, daaraan twijfelt Moscarda niet. En uit dit spel trekt hij consequenties.
Nu hij de continuïteit die ons vermoeden over identiteit vereist als een waanbeeld ervaren heeft, besluit hij anderen uit dit waanbeeld te verjagen. Hij gunt ze de Moscarda’s niet meer die zij als een eenheid beschouwen. Zij hebben zich hem toegeëigend door van hem iets te maken dat hij niet is. Nu komt hij zichzelf opeisen. Hij gaat de andere Moscarda’s vernietigen. Daardoor verliest hij uiteindelijk zijn vrouw en zijn geld. Je zou kunnen zeggen: alles.
Over eenzaamheid wordt meestal geschreven als een ongewenste bijwerking van een te scheve neus of minder dan ideale maatschappelijke verhoudingen – denk aan de beroemde vervreemding, wellicht ook het resultaat van een moeizaam karakter.
Pirandello benadert de eenzaamheid als een onvervreemdbare eigenschap van de mens. De waarheid is eenzaam, alleen illusies gloeien na.
Moscarda gaat de illusie van de contuïteit te lijf door dat te doen wat vrienden en bekenden niet van hem verwachten. Eerst zet hij een arme sloeber, Marco diDio, uit zijn huis. Moscarda heeft ook huizen in zijn bezit. Deze diDio is uitvinder die rijk hoopt te worden met een reukloos toilet voor dorpen zonder stromend water. Nadat de uitzetting succesvol is verlopen, maakt Moscarda bekend dat hij het huis aan diDio schenkt.
Hierdoor worden zijn vrouw en zijn werknemers bij de bank zijn vijanden. Men ziet hem voor gek aan.
Het is de kerk die hem ertoe brengt afstand te doen van al zijn bezittingen uit berouw voor zijn zonden. Een bijzonder ironische episode. Moscarda wil van alles afstand doen, niet omdat hij gezondigd heeft, maar om aan te tonen dat wat voor anderen belangrijk is voor hem geen waarde heeft. Men heeft in hem de woekeraar of de zoon van de woekeraar gezien, maar die zoon van de woekeraar was nooit meer dan een marionet.
‘Een naam is niets anders dan dat, een grafschrift’, concludeert Moscarda. ‘Het hoort bij de doden.’
Zo leeft Moscara uiteindelijk in de waarheid, zonder namen, zonder constructies, maar ook zonder mensen, alleen met dingen.
Pirandello wilde alles vernietigen, schrijft Max Nord, behalve zijn boodschap ‘die uiteindelijk zijn identiteit was’.
In een interview over het fascisme had Pirandello eens gezegd in God te geloven. Maar hij voegde daaraan toe: ‘God houdt niet van de mensen.’
Iemand, niemand en honderdduizend
In een in 8 epidodes verdeeld verhaal kunnen we de verwikkelingen volgen van een man die ontdekt dat hij zich nooit ziet zoals de anderen, vooral in de spiegel niet. Hij gaat op zoek naar zichzelf en naar de personen die hij in de ogen van anderen is. Die andere personages wil hij vernietigen, b.v. de domme, rijke, lieve echtgenoot en de woekeraar, en tot een persoon, zichzelf, terugbrengen. Ten slotte wil hij door alles af te stoten niemand zijn, een zwerver die steeds opnieuw geboren wordt en leeft in alles om hem heen. Pirandello's ideeen over de waarheid, die is zoals de ander die ziet, en de wereld, die geen andere werkelijkheid bezit dan welke wij er zelf aan toekennen, worden hier tot in het absurde doorgevoerd met zeer frappante sociale gevolgen. Een fascinerend boek, een 'must' voor Pirandello-liefhebbers.
Arnon Grunberg:
Luigi Pirandello (1867-1936) gaf er de voorkeur aan na zijn dood in een beddenlaken te worden gewikkeld. Kaarsen of bloemen waren ongewenst. ‘Il carro, il cavallo, il cocchiere e basta.’
De Nobelprijswinnaar voor literatuur van 1934 wilde zonder vrienden naar het crematorium worden gereden. Alleen de wagen, het paard en de koetsier mochten hem begeleiden. De urn moest worden overgebracht naar zijn geboorteplaats: Agrigento op Sicilië.
De jaren voor zijn dood was Pirandello steeds zonderlinger geworden. Hij tikte zijn manuscripten op een typemachine met één vinger. Doorslagen maakte hij niet. De meeste van zijn manuscripten verbrandde hij en de sensatie zijn eigen bloed te voelen stromen vond hij ondraaglijk. Medicijnen weigerde hij te slikken. Met Mussolini had hij toen al gebroken. Terwijl hij nog in 1929 in een interview met de Deutsche Allgemeine Zeitung had verklaard: ‘Ik ben fascist omdat de massa nooit uit zichzelf tot scheppen in staat is. Slechts de eenling schept. Het leven bestaat uit scheppers en materie. De massa is materie; zij heeft geen eigen wil, geen eigen kracht, zij is slechts materie in handen van de grote vormer.’
Het is goed te bedenken dat ‘fascist’ in 1929 een andere betekenis had dan tegenwoordig.
Later zou Pirandello zijn keuze voor het fascisme van pragmatische argumenten voorzien: ‘Ik ben fascist omdat de Italianen zo’n regering verdienen.’ Tegen een dergelijk argument is weinig in te brengen.
Volgens de korte maar aangrijpende biografie van Max Nord was Pirandello op zijn sterfbed voornamelijk bezig met een olijfboom. Hij meende te weten hoe zijn onvoltooide toneelstuk De reuzen van het gebergte moest worden opgevoerd. ‘Een grote olijfboom, midden op het toneel: daarmee heb ik alles opgelost’, schijnt hij vlak voor zijn dood te hebben gezegd.
Luigi Pirandello had de vernietigende gevolgen van geestesziekte van nabij meegemaakt. Zijn echtgenote Antonietta Portulano werd krankzinnig toen bleek dat haar vader het vermogen van haar en haar man verkeerd had belegd. De oude Portulano, een zakenvriend van Pirandello’s vader, had gegokt op zwavelmijnen, een rampzalige gok.
Antonietta kreeg daarop last van verlammingsverschijnselen en paranoïde wanen die bij haar voornamelijk neerkwamen op ziekelijke jaloezie. Zij achtervolgde haar man op straat, hij moest bij haar zijn uitgaven verantwoorden. Op het toppunt van haar wanhoop liep ze met een geladen revolver door het huis en deed een zelfmoordpoging. Een verroeste loop voorkwam het ergste. De artsen gaven Pirandello weinig hoop op genezing. Uit liefde voor zijn echtgenote of uit plichtsbesef, misschien ook uit angst, schikte Pirandello zich naar de wensen van Antonietta. Nord schrijft dat hij zo min mogelijk naar zijn eigen toneelstukken ging kijken om zijn echtgenote geen reden te geven hem te verwijten dat hij ’s avonds alleen weg was geweest.
Het werk van haar man heeft Antonietta nooit gelezen. Zij stond er vijandig tegenover.
Antonietta’s wanen werden steeds erger en in 1919 bracht Pirandello haar naar een inrichting in Rome. Drie kinderen kwamen uit dit huwelijk voort, twee zonen en een dochter.
Antonietta overleefde haar man en stierf in 1959, op 88-jarige leefttijd. De enige die nog contact met haar had, was haar oudste zoon Stefano. De laatste keer dat hij zijn moeder zag meende zij dat hij zijn vader was.
In een brief aan zijn Franse vertaler Benjamin Crémieux schreef Pirandello: ‘Ik heb vergeten te leven, zozeer vergeten dat ik niets, helemaal niets kan zeggen omtrent mijn leven, tenzij dan misschien dat ik het niet leef maar dat ik het schrijf.’
Er zit een onmiskenbare ironie in deze pathetische uitspraak. Hoe kun je vergeten om te leven? Iedereen die niet in coma ligt, leeft. En het is niet eens evident dat de comateuze toestand geen leven mag worden genoemd. Waarom zou schrijven dan geen leven zijn? Maar hoe pathetisch en ironisch de brief aan Crémieux ook mag zijn, hij onthult de klassieke angst van de neuroot: leef ik eigenlijk wel?
In het geval van Pirandello moet daaraan worden toegevoegd: hoe kan ik zeggen dat ik leef als mijn werkelijkheid niets dan waan is. Als je universum een door jouw geschapen ziekte is, met welk recht kun je dan nog spreken van leven. Of moet dit het adagium worden: ik ben ziek dus ik besta.
Pirandello’s Iemand, niemand en honderdduizend is een van de merkwaardigste romans die ik de afgelopen jaren heb gelezen. Het boek heeft veel weg van een studie naar de aard van de waanzin, zonder dat de hoofpersoon werkelijk waanzinnig kan worden genoemd. Men zou deze roman ook een verhandeling kunnen noemen over het waarheidsgehalte van de werkelijkheid, of beter gezegd het gebrek daaraan.
Hoofdpersoon is Vitangelo Moscarda, de zoon van een bankier, die terend op het vermogen van zijn vader in het stadje Richieri leeft. Zijn dagen zijn gevuld met een zekere lethargie, zonder dat dat al te negatief moet worden uitgelegd. Er zit schoonheid in bewuste passiviteit. In deze Moscarda schuilt een weemoed die me aan Fellini deed denken: een man die vergeet op te groeien, omdat er geen reden is op te groeien. Zoals de boulevard van Rimini bij Fellini het decor vormt voor een paradijselijke gevangenis, zo is Richirie bij Pirandello toonbeeld van de huiselijkheid van het geluk. Door zijn echtgenote wordt Moscardo ‘Gengè’ genoemd. ‘Gengè’, zegt ze, ‘laat je de hond niet meer uit?’
Maar dan verklaart Moscarda’s vrouw op een dag dat de neus van haar echtgenoot scheef staat. Moscarda zelf had dat nooit gezien. Goed, mooi had hij zijn eigen uiterlijk nooit gevonden, maar zeker ook niet misvormd.
Een andere schrijver had van dit uitgangspunt wellicht een queeste gemaakt naar een rechte neus. Een lijdensweg langs cosmetische chirurgen, zelfverkozen kluizenaarschap en een alles verterende obsessie, waardoor het kleine ongemak uitmondt in groot ongemak. In de handen van Pirandello komt Moscara voornamelijk tot de conclusie dat hij niet is wie hij dacht te zijn. Voorzover hij überhaupt afgeronde gedachten over zijn eigen zijn had.
Het is niet de scheve neus waardoor hij in de spiegel zijn ‘eerste waanzinsglimlach’ ziet. Hij is niet wie anderen denken dat hij is. En hij begrijpt dat iedereen andere gedachten over hem heeft. Er zijn tientallen totaal van elkaar verschillende Moscarda’s. Levend in verschillende en ondoordringbare werkelijkheden. De continuïteit waardoor het zin heeft al die verschillende Moscarda’s met één en dezelfde naam aan te duiden komt hem voor als een zinsbegoocheling.
‘Wat voor samenhang bestaat er tussen mijn ideeën en mijn neus’, peinst Moscarda. ‘Volgens mij geen enkele. Ik denk niet met mijn neus en let er ook niet op wanneer ik denk. Maar de anderen? De anderen die mijn ideeën niet van binnen kunnen waarnemen en van buitenaf mijn neus zien?’
Wetend dat hij voor anderen iemand is die hij niet kent en die hij waarschijnlijk nooit zal kennen – zullen ze ooit tegen hem zeggen wat ze echt over hem denken? – begint Moscara zichzelf als een vreemdeling te zien. Een vreemdeling die hij nader wil leren kennen, die hij wil betrappen op het leven.
Een levensvervulling die net zo heroïsch is als die van een man die voor alles naar een rechtere neus streeft: jezelf zien leven.
Maar volgens Pirandello is het probleem dat je niet kunt leven als je je er bewust van bent dat je leeft, en zonder dat bewustzijn zul je nooit zeker zijn dat je leeft. Om in Freudiaanse termen te blijven: het ik en het superego voeren een loopgravenoorlog tegen elkaar en Moscarda zelf is hooguit slagveld.
‘Wij kunnen alleen dat kennen waar wij een vorm aan kunnen geven’, schrijft Pirandello in Iemand, niemand en honderdduizend. En daarvóór noteert hij: ‘De mens gebruikt ook zichzelf als materiaal, en construeert zichzelf.’
Zoals de grote vormer de willoze massa vormt en construeert?
In 1924 werd Pirandello in een interview trots een antidemocraat genoemd. De Duce vond hij weliswaar vulgair, maar toch. Aan zijn oprechte antidemocratische gevoelens hoeft nauwelijks te worden getwijfeld.
Moscara heeft al gezien dat de constructie van het ik feitelijk een illusie is die overeind blijft dankzij pure wilskracht. Vervolgens ziet hij in dat iedereen ‘keurig netjes een plaats heeft in de illusie van anderen’. En daarvóór heeft hij al opgemerkt dat de mens die wil ontsnappen aan onontkoombare eenzaamheid, geen andere keus heeft dan de wereld die hij in zich draagt ‘aan anderen op te leggen’.
Het opleggen van je eigen wereld aan anderen gaat niet door middel van handopsteken. Het is een kwestie van wie het beste kan kneden, wie het spel het beste kan spelen. Een ijzeren wil heb je ervoor nodig om jouw wereld aan anderen op te leggen, anderen jouw wereld binnen te sleuren. Dat het ‘ik’ een spel is, ook als je eraan kunt sterven, daaraan twijfelt Moscarda niet. En uit dit spel trekt hij consequenties.
Nu hij de continuïteit die ons vermoeden over identiteit vereist als een waanbeeld ervaren heeft, besluit hij anderen uit dit waanbeeld te verjagen. Hij gunt ze de Moscarda’s niet meer die zij als een eenheid beschouwen. Zij hebben zich hem toegeëigend door van hem iets te maken dat hij niet is. Nu komt hij zichzelf opeisen. Hij gaat de andere Moscarda’s vernietigen. Daardoor verliest hij uiteindelijk zijn vrouw en zijn geld. Je zou kunnen zeggen: alles.
Over eenzaamheid wordt meestal geschreven als een ongewenste bijwerking van een te scheve neus of minder dan ideale maatschappelijke verhoudingen – denk aan de beroemde vervreemding, wellicht ook het resultaat van een moeizaam karakter.
Pirandello benadert de eenzaamheid als een onvervreemdbare eigenschap van de mens. De waarheid is eenzaam, alleen illusies gloeien na.
Moscarda gaat de illusie van de contuïteit te lijf door dat te doen wat vrienden en bekenden niet van hem verwachten. Eerst zet hij een arme sloeber, Marco diDio, uit zijn huis. Moscarda heeft ook huizen in zijn bezit. Deze diDio is uitvinder die rijk hoopt te worden met een reukloos toilet voor dorpen zonder stromend water. Nadat de uitzetting succesvol is verlopen, maakt Moscarda bekend dat hij het huis aan diDio schenkt.
Hierdoor worden zijn vrouw en zijn werknemers bij de bank zijn vijanden. Men ziet hem voor gek aan.
Het is de kerk die hem ertoe brengt afstand te doen van al zijn bezittingen uit berouw voor zijn zonden. Een bijzonder ironische episode. Moscarda wil van alles afstand doen, niet omdat hij gezondigd heeft, maar om aan te tonen dat wat voor anderen belangrijk is voor hem geen waarde heeft. Men heeft in hem de woekeraar of de zoon van de woekeraar gezien, maar die zoon van de woekeraar was nooit meer dan een marionet.
‘Een naam is niets anders dan dat, een grafschrift’, concludeert Moscarda. ‘Het hoort bij de doden.’
Zo leeft Moscara uiteindelijk in de waarheid, zonder namen, zonder constructies, maar ook zonder mensen, alleen met dingen.
Pirandello wilde alles vernietigen, schrijft Max Nord, behalve zijn boodschap ‘die uiteindelijk zijn identiteit was’.
In een interview over het fascisme had Pirandello eens gezegd in God te geloven. Maar hij voegde daaraan toe: ‘God houdt niet van de mensen.’
Monday, January 21, 2008
Verschrijver vergrijst
Ik heb mijn leven verlezen, verkeken, vergeten, verbeten, verslapen.
Slapen vind ik sinds ruim een half jaar weer zo lekker. Des ochtends bij het opstaan denk ik veel te vaak, ah, lekker slapen vanavond ! Weer een dag dichter bij de dood. Haar een beetje grijzer, lust meer gedoofd, een dagje ouder en dan moet ik even denken aan de vader van Maarten 't hart die zijn kunstgebit naar voren schoof in zijn kaken en het vervaarlijk liet klepperen tegen mensen die hij liever niet zag op de begraafplaats waar hij beheerder van was.
Begraafplaats manager. Bijzonder laagbetaald zwaar werk. Graven delven.
Ooit heb ik een dag meegewerkt met vuilnis ophalen. Dat is zwaar werk. Femke Halsema heb ik het ook zien doen. Ik heb nog nooit 1 vrouwelijke vuilnis ophaler gezien. Volgens mij wordt dat betaald in schaal 5, zo'n 20.000 EUR bruto per jaar. De oude directeur bullebak van de consumentenbond verdient 200.000 EUR per jaar. De jonge blaaskaak directeur van de consumentenbond (43 jarige bralaap) verdient 165.000 EUR. Leidinggevenden die weinig tot niets doen, hooguit medewerkers op de zenuwen werken, verdienen 100.000 EUR per jaar. Albert Verlinde verdient 900.000 EUR en dat is dan weer een reden voor een "gemiddeld" leidinggevende om zich onderbetaald te voelen. De tragiek van het leven, de tragiek van evolutie.
Jij kunt dat heus niet veranderen, dat werkenden meer gaan verdienen en leidinggevenden minder. Of aantonen dat leidinggevenden niet meer nodig zijn. Ricardo Semler en anderen hebben daar goed over geschreven, maar het helpt niet.
Tirza uitgelezen. Ben ik jaloers ? Nee, ik zou niet Arnon Grunberg willen zijn. Ben ik jaloers ? Ja, hij heeft een goed verkopend boek geschreven met een goed plot. Toch had ik er tot en met blz. 250 moeite mee, het gaat over een 59 jarige man en de hele tijd moest ik denken aan Hanneke Groenteman die bij Arnon op bezoek ging in New York, een drukke nerveuze krullenjongen van 30. Een jochie nog.
Het boek ging maar over sushi (japanse hapjes), surimi (oid), gewurztraminer (Italiaanse), een hedge fonds, overbodigheid, financiële onafhankelijkheid en het bekende gezever van een schrijver. Maar het plot verraste me en dat vond ik knap.
Ook de filosofie van de Italiaanse schrijver werd kort weergegeven: we zijn niet meer dan het beeld wat anderen van ons hebben en feitelijk de grote leegte, het grote niets....nog niet eens marionetten, poppetjes, mieren. Vervelend, die oneindige herhaling van de activiteiten van Hofmeester, de 59 jarige hoofdrolspeler uit het boek van Grunberg. Ik zal het niet herlezen.
Toch herstel ik voorspoedig van een lichte energiecrisis. Oorzaak vooralsnog niet wetenschappelijk vastgesteld. Leven en werken. Alleen dat verlangen naar slapen en de dood moeten nu nog weg. Potverdek, mijn kinderen moeten ook zien dat ik er nog echt wel zin in heb !
It has to be an invisible son. Invisible sun.
Ontstaan van de zon
De zon zou volgens de meest gangbare theorie zo'n 5 miljard jaar geleden ontstaan zijn door het samentrekken van een uitgestrekte koude, gasvormige oernevel. Bij het samentrekken van die gaswolk ontstond in het centrum van de wolk een gasconcentratie waaruit uiteindelijk de zon zou ontstaan. Bij het naar binnen vallen kwam zwaartekrachtsenergie vrij, die het binnenste van de nevel opwarmde. De nevel, met in zijn binnenste de zon-in-wording, straalde vooral infrarood-straling uit. Het hele proces van samentrekking zou ongeveer 35 miljoen jaar hebben geduurd. Uiteindelijk werd de temperatuur in het centrum van de gasbol zo hoog (miljoenen graden) dat daar kernreacties begonnen. De zon was geboren.
De zon als hoofdreeks-ster
Gedurende een periode van 10 miljard jaar krijgt de zon haar energie uit kernfusie: waterstof wordt door kernfusie omgezet in helium (foutief waterstof-'verbranding' genoemd). Dit is de zon zoals wij die nu kennen. De zon is in deze periode een stabiele hoofdreeks-ster. Volgens verschillende berekeningen (computermodellen e.d. gaan we er vanuit dat onze zon inmiddels zo'n 4,5 miljard jaar oud is en ze zal nog ongeveer 5,5 miljard jaar te gaan hebben. Naarmate de zon ouder wordt zal zij feller gaan schijnen en daardoor uitzetten.
Rode reus
Deze fase treedt in nadat, over ruim vier miljard jaar, vrijwel alle waterstof in de kern verbruikt is en de kernfusiereacties die de zon van energie voorzien, zich verplaatsen naar meer naar buiten gelegen schillen. De zon zwelt dan tijdelijk op tot een rode reus en zal zo groot worden dat de binnenplaneten Mercurius en Venus opgeslokt worden. Hetzelfde zal wellicht voor onze aarde gelden en dit lot blijft misschien zelfs Mars niet bespaard. Als de Aarde gespaard blijft zal de temperatuur op aarde wel oplopen tot boven de 2000 K. De Aarde zal dan in essentie een bol vloeibare lava zijn geworden waarop leven onmogelijk is. Als de mensheid of eventuele opvolgers dan nog bestaan, zullen zij een andere woonplaats moeten zoeken in het heelal. Met de huidige stand van de techniek duurt een reis naar de dichtst bijzijnde ster meer dan 80.000 jaar...Sommige mensen hebben periodes of ingevingen waarbij ze slim/intelligent schijnen, maar die afstand gaan ze toch niet kunnen overbruggen. De mensheid zal het op de lange duur dus niet redden.
De periode als rode reus komt ten einde als de temperatuur en druk in het inwendige zover zijn opgelopen dat 'heliumverbranding' mogelijk wordt, dat wil zeggen een kernfusiereactie waarbij drie helium-kernen samensmelten tot een koolstof-kern. Deze reactie voorziet de zon nog ongeveer 100 miljoen jaar van energie, maar daarna zwelt de zon opnieuw snel op tot een rode reus. Deze fase eindigt met het afstoten van de buitenste lagen van de zon, waarbij een planetaire nevel ontstaat.
Witte dwerg
Nadat de rode reus zijn buitenlagen heeft afgestoten, blijft de hete kern achter als een witte dwerg. Alle kernreacties houden op. In wezen kan een witte dwerg beschreven worden als een "nagloeiende sintel": de langzaam afkoelende kern van onze zon. Dit afkoelen duurt onvoorstelbaar lang: na een biljoen (1012) jaar heeft het oppervlak van de overgebleven dwergster nog altijd een temperatuur van 1000 Kelvin.
Als de witte dwerg zover afgekoeld is dat ze geen straling meer uitzendt, met andere woorden: de temperatuur is gezakt tot het gemiddelde van de interstellaire ruimte, dan is de zon een zwarte dwerg geworden. Het is nog niet bekend of het universum oud genoeg is om al een zwarte dwerg te bevatten, maar waarschijnlijk bestaat dit wel aangezien de sterrencyclus sneller gaat in het middelpunt van een sterrenstelsel.
Slapen vind ik sinds ruim een half jaar weer zo lekker. Des ochtends bij het opstaan denk ik veel te vaak, ah, lekker slapen vanavond ! Weer een dag dichter bij de dood. Haar een beetje grijzer, lust meer gedoofd, een dagje ouder en dan moet ik even denken aan de vader van Maarten 't hart die zijn kunstgebit naar voren schoof in zijn kaken en het vervaarlijk liet klepperen tegen mensen die hij liever niet zag op de begraafplaats waar hij beheerder van was.
Begraafplaats manager. Bijzonder laagbetaald zwaar werk. Graven delven.
Ooit heb ik een dag meegewerkt met vuilnis ophalen. Dat is zwaar werk. Femke Halsema heb ik het ook zien doen. Ik heb nog nooit 1 vrouwelijke vuilnis ophaler gezien. Volgens mij wordt dat betaald in schaal 5, zo'n 20.000 EUR bruto per jaar. De oude directeur bullebak van de consumentenbond verdient 200.000 EUR per jaar. De jonge blaaskaak directeur van de consumentenbond (43 jarige bralaap) verdient 165.000 EUR. Leidinggevenden die weinig tot niets doen, hooguit medewerkers op de zenuwen werken, verdienen 100.000 EUR per jaar. Albert Verlinde verdient 900.000 EUR en dat is dan weer een reden voor een "gemiddeld" leidinggevende om zich onderbetaald te voelen. De tragiek van het leven, de tragiek van evolutie.
Jij kunt dat heus niet veranderen, dat werkenden meer gaan verdienen en leidinggevenden minder. Of aantonen dat leidinggevenden niet meer nodig zijn. Ricardo Semler en anderen hebben daar goed over geschreven, maar het helpt niet.
Tirza uitgelezen. Ben ik jaloers ? Nee, ik zou niet Arnon Grunberg willen zijn. Ben ik jaloers ? Ja, hij heeft een goed verkopend boek geschreven met een goed plot. Toch had ik er tot en met blz. 250 moeite mee, het gaat over een 59 jarige man en de hele tijd moest ik denken aan Hanneke Groenteman die bij Arnon op bezoek ging in New York, een drukke nerveuze krullenjongen van 30. Een jochie nog.
Het boek ging maar over sushi (japanse hapjes), surimi (oid), gewurztraminer (Italiaanse), een hedge fonds, overbodigheid, financiële onafhankelijkheid en het bekende gezever van een schrijver. Maar het plot verraste me en dat vond ik knap.
Ook de filosofie van de Italiaanse schrijver werd kort weergegeven: we zijn niet meer dan het beeld wat anderen van ons hebben en feitelijk de grote leegte, het grote niets....nog niet eens marionetten, poppetjes, mieren. Vervelend, die oneindige herhaling van de activiteiten van Hofmeester, de 59 jarige hoofdrolspeler uit het boek van Grunberg. Ik zal het niet herlezen.
Toch herstel ik voorspoedig van een lichte energiecrisis. Oorzaak vooralsnog niet wetenschappelijk vastgesteld. Leven en werken. Alleen dat verlangen naar slapen en de dood moeten nu nog weg. Potverdek, mijn kinderen moeten ook zien dat ik er nog echt wel zin in heb !
It has to be an invisible son. Invisible sun.
Ontstaan van de zon
De zon zou volgens de meest gangbare theorie zo'n 5 miljard jaar geleden ontstaan zijn door het samentrekken van een uitgestrekte koude, gasvormige oernevel. Bij het samentrekken van die gaswolk ontstond in het centrum van de wolk een gasconcentratie waaruit uiteindelijk de zon zou ontstaan. Bij het naar binnen vallen kwam zwaartekrachtsenergie vrij, die het binnenste van de nevel opwarmde. De nevel, met in zijn binnenste de zon-in-wording, straalde vooral infrarood-straling uit. Het hele proces van samentrekking zou ongeveer 35 miljoen jaar hebben geduurd. Uiteindelijk werd de temperatuur in het centrum van de gasbol zo hoog (miljoenen graden) dat daar kernreacties begonnen. De zon was geboren.
De zon als hoofdreeks-ster
Gedurende een periode van 10 miljard jaar krijgt de zon haar energie uit kernfusie: waterstof wordt door kernfusie omgezet in helium (foutief waterstof-'verbranding' genoemd). Dit is de zon zoals wij die nu kennen. De zon is in deze periode een stabiele hoofdreeks-ster. Volgens verschillende berekeningen (computermodellen e.d. gaan we er vanuit dat onze zon inmiddels zo'n 4,5 miljard jaar oud is en ze zal nog ongeveer 5,5 miljard jaar te gaan hebben. Naarmate de zon ouder wordt zal zij feller gaan schijnen en daardoor uitzetten.
Rode reus
Deze fase treedt in nadat, over ruim vier miljard jaar, vrijwel alle waterstof in de kern verbruikt is en de kernfusiereacties die de zon van energie voorzien, zich verplaatsen naar meer naar buiten gelegen schillen. De zon zwelt dan tijdelijk op tot een rode reus en zal zo groot worden dat de binnenplaneten Mercurius en Venus opgeslokt worden. Hetzelfde zal wellicht voor onze aarde gelden en dit lot blijft misschien zelfs Mars niet bespaard. Als de Aarde gespaard blijft zal de temperatuur op aarde wel oplopen tot boven de 2000 K. De Aarde zal dan in essentie een bol vloeibare lava zijn geworden waarop leven onmogelijk is. Als de mensheid of eventuele opvolgers dan nog bestaan, zullen zij een andere woonplaats moeten zoeken in het heelal. Met de huidige stand van de techniek duurt een reis naar de dichtst bijzijnde ster meer dan 80.000 jaar...Sommige mensen hebben periodes of ingevingen waarbij ze slim/intelligent schijnen, maar die afstand gaan ze toch niet kunnen overbruggen. De mensheid zal het op de lange duur dus niet redden.
De periode als rode reus komt ten einde als de temperatuur en druk in het inwendige zover zijn opgelopen dat 'heliumverbranding' mogelijk wordt, dat wil zeggen een kernfusiereactie waarbij drie helium-kernen samensmelten tot een koolstof-kern. Deze reactie voorziet de zon nog ongeveer 100 miljoen jaar van energie, maar daarna zwelt de zon opnieuw snel op tot een rode reus. Deze fase eindigt met het afstoten van de buitenste lagen van de zon, waarbij een planetaire nevel ontstaat.
Witte dwerg
Nadat de rode reus zijn buitenlagen heeft afgestoten, blijft de hete kern achter als een witte dwerg. Alle kernreacties houden op. In wezen kan een witte dwerg beschreven worden als een "nagloeiende sintel": de langzaam afkoelende kern van onze zon. Dit afkoelen duurt onvoorstelbaar lang: na een biljoen (1012) jaar heeft het oppervlak van de overgebleven dwergster nog altijd een temperatuur van 1000 Kelvin.
Als de witte dwerg zover afgekoeld is dat ze geen straling meer uitzendt, met andere woorden: de temperatuur is gezakt tot het gemiddelde van de interstellaire ruimte, dan is de zon een zwarte dwerg geworden. Het is nog niet bekend of het universum oud genoeg is om al een zwarte dwerg te bevatten, maar waarschijnlijk bestaat dit wel aangezien de sterrencyclus sneller gaat in het middelpunt van een sterrenstelsel.
Thursday, January 17, 2008
Verschrijver verleest
Maarten 't Hart schrijft in dovemansoren dieet ergens: "ik heb mijn leven verlezen". Daar geeft hij vervolgens geen waarde-oordeel aan mee, het is nu eenmaal zo. Ik vind dat triest klinken. Mijn leven verlezen. Maar ja, aan elk leven komt een eind en dan kun je dat leven net zo goed versporten, verlezen, verschrijven, verkijken, vereten.
Michael Zeeman van de volkskrant schijnt ook zijn leven te verlezen. Hij raade mij via de TV in 1998 een boek van Martin Amis zeer aan. Over dat de schrijver uiteindelijk de dader bleek van een moord op een zeer aantrekkelijke vrouw. Ik vond het boek zo beroerd dat ik me de titel niet eens kan herinneren. Zijn stukjes in de volkskrant zijn ook moeilijk leesbaar. Ooit wel eenmaal een recensie van een Italiaanse schrijver van Zeeman uitgeknipt. Dat ieder mens op een andere manier gezien wordt door zijn omgeving en dat jeje gedraagt op grond van het beeld dat mensen van je verwachten/hebben; heel je optreden, heel je vertoning, je vaderrol, je moederrol, alle gespeelde rollen, wichtigmacherei, jezelf belangrijker maken dan je bent, "moeilijke" woorden gebruiken, ingewikkeld doen, woorden als "evident" gebruiken, ijdelheid, uiteindelijk ben je eigenlijk niets, de grote leegte. Een leven verlezen en verschreven.
Michael Zeeman van de volkskrant schijnt ook zijn leven te verlezen. Hij raade mij via de TV in 1998 een boek van Martin Amis zeer aan. Over dat de schrijver uiteindelijk de dader bleek van een moord op een zeer aantrekkelijke vrouw. Ik vond het boek zo beroerd dat ik me de titel niet eens kan herinneren. Zijn stukjes in de volkskrant zijn ook moeilijk leesbaar. Ooit wel eenmaal een recensie van een Italiaanse schrijver van Zeeman uitgeknipt. Dat ieder mens op een andere manier gezien wordt door zijn omgeving en dat jeje gedraagt op grond van het beeld dat mensen van je verwachten/hebben; heel je optreden, heel je vertoning, je vaderrol, je moederrol, alle gespeelde rollen, wichtigmacherei, jezelf belangrijker maken dan je bent, "moeilijke" woorden gebruiken, ingewikkeld doen, woorden als "evident" gebruiken, ijdelheid, uiteindelijk ben je eigenlijk niets, de grote leegte. Een leven verlezen en verschreven.
Subscribe to:
Posts (Atom)