Sunday, May 27, 2007

Het sollicitatiegesprek

“Wat is uw motivatie om juist op deze functie reflecteren ?”
“Het lijkt me boeiend om me met internationale, juridische, beheers- en/of beleidsmatige aspecten van dit vakgebied bezig te houden en dan met name om binnen het team vooraf geformuleerde doelen te bereiken. Eens droomde ik ervan ambtenaar te worden. Lekker achter het bureau van mijn vader met een nietmachientje en type machine in de weer. Aan het epibreren. Ja, die rol van een buitenboordmotor, daarnaar ben ik op zoek. Oog en oren van de minister, ook niet verkeerd. Is het mogelijk om het verschil tussen outcome en output te registreren ? Wordt er actief gemonitord ? Die scheiding tussen beleid en uitvoering lijkt me wat rigide en niet adequaat. Geen goed beleid zonder deugdelijke uitvoering, geen goede uitvoering zonder doordacht beleid. Daaraan wil ik een bijdrage leveren. Die rol van kennismakelaar, die rol van intermediair, bruggenbouwer ook, waarom geen scheepsbouwer met dat onrustige en woelige water. Heu, heu. Hoe staat u daar tegenover ? Je moet tot compromisvorming in staat zijn met al die tegenstrijdige belangen. Kan ik ook een referentie over u als leidinggevende krijgen, dat is namelijk niet onbelangrijk, hoe is de relatie tussen de medewerkers en u, tussen de directeur en u, de secretaris generaal en deze afdeling. We moeten ervoor waken niet teveel te navelstaren.

Kijkt u eens hier, dankzij 18 jaar werkervaring ben ik steeds vaardiger geworden in (projectmatig) samenwerken, klantgericht en flexibel handelen, plannen en organiseren, analyseren, problemen oplossen, stressbestendigheid, initiatief nemen en dat zal nuttig zijn. Voorbeelden ? Project a, waarin een directie een gedoogbeschikking wilde verlenen door de staatssecretaris en daarmee eigenlijk het hele stelsel op zijn kop zette, na een nota uitwisseling en een discussie is dat in orde gekomen, ook dankzij mijn niet aflatende inspanning.

Kijkt u eens daar, iets te bescheiden, dat wordt vaak over me gezegd, maar ook gedreven en betrokken. Negatief ? Te ongeduldig, misschien en tweemaal in die 18 jaar wat te fel en te gedreven. Toen ik van het bedrijfsleven naar de overheid overstapte had ik eerst wat moeite met die sequentiële afhankelijkheid, met een duur woord, goedkeuring van je leidinggevende, van je directeur, van de andere directies, van de andere departementen, van belangengroeperingen, maar geleidelijk aan ben ik dat “spel” ook wel gaan waarderen. Prachtig, om met 12 mensen een project op te starten en te implementeren, het afsluiten van het handelsjaar bijvoorbeeld, waar ik in overleg met de communicatiemedewerker, de toezichthouder, de inspecteur, de afdeling registratie en de afdeling validatie een goed project op de rails heb gezegd en tot een goed einde heb gebracht. Daar heb ik een forse gratificatie voor gekregen.
Nee, met collega’s heb ik altijd prima opgeschoten, nooit een aanvaring in 18 jaar tijd, of, mja, éénmaal toen ik tijdens mijn vakantie van een zaak werd gehaald die van belang was, toen heb ik er eerst met die collega over gepraat, of hij wel helemaal in orde was, maar toen hij stom bleef lachen en het een prima besluit van de directeur vond, toen ben ik samen met hem naar de directeur gestapt. Ja, gaandeweg doe je ook wel kennis op van bedrijfsvoering en management. Is dat akkefietje met die collega goed afgelopen ? Ja, prima, we hebben het samen opgelost, maar ik vond die collega niet zo’n heel prettige figuur om mee samen te werken. Waar was ik ? Management, als een coach, vriendelijk, harmonieus en ook mee willen werken. De afgelopen jaren heb ik wel eens meegemaakt dat er een manager zat die het alleen maar had over tijdschrijfstaten, functioneringsgesprekken en bila’s, bilateraal overleg, dat soort mensen wordt op termijn niet gewaardeerd (uitgekotst met een naar woord). Of zo'n brute crisismanager die met zijn blaf mailtjes en naargeestige afdelingsoverleg de sfeer nog meer verziekte. Zo ben ik in ieder geval niet. Je moet meewerken. Wat komt eerst, de mens of de deadline ? Voor mij de mens, als de nood hoog is spring ik zelf bij, als het driemaal gebeurt, dan moet er eens goed over gepraat worden, ook met anderen, hoe we dat samen oplossen, want de doodslijn is ook niet onbelangrijk. Maar tot dusverre gaat leiding geven vanzelf, ik word gezien als een betrouwbare vraagbaak en stuur aan vanuit de inhoud en dat wordt zeer gewaardeerd. Agentje spelen, dat is aan mij niet besteed, als mensen hun werk afkrijgen en ik kan ze daarbij helpen en ze hebben er plezier in, daar probeer ik naartoe te werken, eigenlijk creëer ik altijd wel een prettige, stimulerende plezierige sfeer en daar verkeer ik zelf ook bijna altijd in of daar zorg ik voor. Neenee, daar doe ik niet moeilijk over.
Het gemeenschapelijk belang, de gemeenschappelijke noemer zoeken, dat is ook mijn core-business. Sure (alleen bij bedrijven interessant Engels praten). Met vijf regionale directies op 1 lijn komen, dat de neuzen van de twintig aanwezigen dezelfde kant op wijzen...dat vind ik ook zeer bevredigend, net zoals projecten met een twaalftal tot een goed einde brengen.
Ik ben een energieke, voorkomende, vriendelijke figuur, goed verzorgd en zaken tot in de puntjes geregeld, onberispelijk. Schriftelijke vaardigheden zijn uitstekend, van de jip en janneke taal van een algemene nota tot wetgeving of een uitspraak van een hoog college van staat, of het beantwoorden van tweede kamervragen of een vlot advies aan de minister inzake de ministerraad. U vraagt en ik draai, tot dusverre altijd naar volle tevredenheid, daar heb ik referenties genoeg van. Ja, vragen heb ik ook nog wel aan u, hoe is de sfeer momenteel, lopen de zaken goed of zou ik als een crisismanager moeten opereren, bestaat de functie voor de helft uit wetgevende taken en de andere helft uit beleidsvorming, want daar wil ik graag naartoe, mijn huidige werk doe ik iets teveel achter de schermen/het scherm en ik wil meer in overleg en met prettig contact in samenwerking voor elkaar krijgen ? Hoe lost u het probleem op als de krabbel van de minister bij de nota niet duidelijk is, eerst met een collega, vervolgens met de directeur en in het uiterste geval, na de sg, met de minister zelf ? Ik ben op zoek naar iets meer hectiek en dynamiek, de waan van de dag, waar ik met initiatief en vaardigheid op in kan spelen, wordt die kans me hier geboden ? Mijn huidige werk doe ik met plezier, maar er is iets teveel routine in geslopen.
Veel dank voor dit plezierige gestructureerde gesprek, waarin ik hoop mijn enthousiasme op u overgebracht te hebben, zonder daarbij gemaakt, onecht of arrogant over te komen.”
Totaal geen belangstelling, complete desinteresse, volledige apathie, ongelovig nihilisme.




Als Hermans het zo veel beter kon, waarom zou ik dan nog een inspanning doen ?

Hundertwasser, honderdvijf en meer (een geriatrische verkenning)Vijfenzestig
Vandaag ben ik vijfenzestig jaar geworden – achteraf was je liever op je twintigste geneuveld. Alweer een jaar voorbij waarin ik niets bijzonders heb hoeven te doen. Maar omdat het mijn kantoordag is, zit ik toch op kantoor.
Ik ga altijd op dinsdag naar kantoor en alleen ’s middags. ’s Ochtends naar kantoor gaan is een idee waar ik helemaal niet over pieker.
Ik zou natuurlijk ook op een andere middag kunnen gaan, in plaats van dinsdagmiddags. Maar nee. Zelfs op mijn verjaardag wijk ik niet van mijn gewoonte af. Maandag past me niet. Te dicht bij zondag. Woensdag ?
Afschuwelijk. Op woensdag zijn van oudsher de schoolkinderen ’s middags vrij. Woensdagmiddags was ik ook al vrij toen ik klein was. Ik ben niet volwassen geworden
om op woensdagmiddag te gaan werken. Blijft over donderdagmiddag – vrijdag en zaterdag komen immers helemaal niet in aanmerking sinds de hele wereld vrijaf heeft op die dagen. Maar ook donderdagmiddag past me niet. Het idee dat op donderdagmiddag iedereen al zit te luieren in afwachting van het weekeinde, de chefs al weg zijn en de medewerkers plannen beramen om er nog een beetje vroeger vandoor te gaan dan anders en dat ik dan, juist ik…Ik bedoel dat die dag voor mij, alleen voor mij het werkzaamste deel van de week zou uitmaken ? Onverdraaglijk ! Zo is enkel dinsdagmiddag overgebleven en of ik jarig ben, maakt geen verschil.
Vanochtend probeerde mijn vrouw me over te halen thuis te blijven voor de gezelligheid, omdat mijn dochter en haar man misschien zouden komen. “Je zou vanmiddag toch wel eens kunnen overslaan ! Gan dan volgende week twee keer !”
“Spijt me, lieve Cilly, maar dinsdag is mijn kantoordag.”
En dat zeg ik terwijl het haar evengoed bekend is als mij, dat het er helemaal niets op aankomt. Zij, op haar beurt, heeft niet langer aangedrongen. Aan zulke dingen merk ik dat zij van mij houdt. Want ze twijfelt er geen ogenblik aan dat het werkelijk geen enkel verschil zou maken, financieel niet en in geen enkel opzicht. Ik kan me evengoed helemaal niet meer op kantoor laten zien, in geen weken, in geen maanden.

Friday, May 25, 2007

Verbazingwekkend !

a) Mijn zoontje van zeven verbaast zich over de letters die hij legt in de wc en hun betekenis om vervolgens de hele dag over de spelletjes van playstation te praten.

b) Een Amerikaanse wiskunde hoogleraar, Friedman, wil dat alle slimme chinezen in "zijn" land blijven opdat Amerika beter kan concurreren. Daarom moet de oorlog in Irak afgelopen zijn (volkskrant 25 mei 2007).

c) Verschrijver werkt voor de 13 papierschuivende ministeries: buza, bzk, def, ez, fi, j&g, lnv, ocw, szw, v&w, vws, vrom en wwi.

d) Maarten Biesheuvel ging met het gekkenhuis op excursie met de bus. Toen de bus reed vertelde een gek: "Onze bus staat stil en de wereld draait onder ons door, kijk, daar komt een huis voorbij, daar een aantal bomen". De buschauffeur lachte vrolijk achter zijn stuur: "nou, daar heb je me weer mooi met een stelletje gekken opgescheept."
Als je op de autosnelweg rijdt, dan krijg ik ook wel eens het gevoel dat al die auto's stil staan en de snelweg beweegt. Maar dat gold vooral in 1995 en daarvoor, toen er veel minder files waren.

e) In Den Haag reed een buschauffeur regelmatig twee rondjes langs dat standbeeld van die Willem op dat plein, "rondje van de zaak !", riep hij dan.

Wie is er gek, a, b, c, d of e ?

Thursday, May 24, 2007

Alexander de Bolle: integer ?

A. de B. te afghanistan, respectievelijk Den Haag: Een persoon of organisatie is integer wanneer gebleken is dat er door hem of haar betrouwbaar, systematisch, billijk en voorspelbaar gehandeld wordt.

Het gaat om iets dat boven het louter wetmatig handelen uitstijgt, dus boven het "regels zijn regels", want concentratiekampbewakers leefden ook in de veronderstelling dat zij integer functioneerden.

Integriteit is een kwaliteit waardoor de motieven van de beslisser helder zijn. Integriteit in een organisatie gaat om toegankelijkheid, de helderheid van besluitvorming, de kwaliteit van bestuurders en leidinggevenden en de loyaliteit die zij weten te verwerven onder de medewerkers.

Bij een afscheid van een directeur werd ooit gezegd: "zij voerde altijd uit wat door de politiek bepaald werd, ongeacht de kleur van de regering, en daarom prijzen wij haar". Is dat nu een verdienste ? Als zij dus prima het beleid van Hitler en de zijnen uitgevoerd had, dan was ze ook een goede directeur geweest ?

Woorden, woorden, woorden.

Ten eerste hanteerde ze, mijn ma, een erg ruime definitie van een leugen: "iedere bewuste poging tot misleiding". Volgens velen is dit simpelweg de definitie van taal.

Gebleken is dat de leden van Koninklijk Huis de afgelopen jaren een loonsverhoging van 55% hebben gehad (450.000 EUR voor mij, Alexander de Bolle, nou, dan sta ik glunderend te blozen ! Dat mag ook wel, ik leef in een glazen huis en dan elke keer dat bespottelijke marine pak aanhijsen en beweren dat ik daar een echte man ben geworden), waar leraren er 6% op vooruit zijn gegaan.

Voor ambtenaren, bijstandsmoeders, de gemiddelde werknemer en andere uitkeringstrekkers is de loonsverhoging de afgelopen jaren onduidelijk.

Wist u dat 2 van de 8 van de beroepsbevolking voor de (semi)overheid werkt ? En als je je dan bedenkt dat dienstverleners en andere bedrijven ook vaak in opdracht van de overheid werken, dan zul je al gauw op de helft van de beroepsbevolking uitkomen die (indirect) voor de overheid werkt.

Destination unknown

Message in a bottle

Never board a ship unless you know where it's going to

Ten tweede zei ze, mijn ma: "Tjonge, al dat geschrijf, al die woorden en kakel shows op tv en er verandert niets aan onrecht. Liever woorden dan daden. Zodra een regering echt daadkrachtig wordt en ijdele politici zich willen laten zien en horen, dan gaat het mis."

Zo is het ook nog eens keer, lieve, lieve, lieven mensen, als je zo nu en dan eens wil uitpuffen op de bank met drie lawaaiige kinderen en een onverdraagzame huisgenoot, hehe, nounou, sjongejonge, dan moet je knus kunnen genieten: Het nieuwste tv program van Mies Bouwman.

Vrede, verdraagzaamheid, solidariteit.
Vrijheid, gelijkheid, rechtvaardigheid
: met dat soort mantra's zou je een eind moeten kunnen komen of zijn het ook maar loze woorden ?

De directeur zei dat zijn organisatie zelfstandig, onafhankelijk, open en rechtvaardig moest zijn; heel zijn doen en laten was gesloten, afhankelijk en onrechtvaardig. Ja, woorden zijn maar woorden.

Die Verschrijver wordt hoe langer hoe moeilijker te volgen. Ik wil weer een leuk verhaal !

Wednesday, May 23, 2007

"welkom, welkom....bij de drie biggetjes"

hardop op je werk zingen van k3, waar je dochter gek op is. (Kleine) kinderen en werk/leven blijven een vreemde combinatie.

Kantoortijger. Kantoormuis. Kantoortijgeren. Kantoorgorilla.

Tuesday, May 22, 2007

Lieve, lieve, lieve mensen

Zo sprak Mies Bouwman in de zeventiger jaren. Toen ik eens las dat zij tweemaal een geflopt programma presenteerde: "zo op vrijdagavond wil je ook wel eens lekker kunnen uitrusten op de bank om even bij te komen van alweer een werkzame week want een mens moet zo nu en dan genieten" moest ik lachen. Jammer dat ik die rare titel niet meer kan achterhalen. Wie bedenkt zo'n naam van een tv programma ?

Die film Borat is gemaakt grappig en wel aardig. Toen die scene kwam waarin Borat met zijn naakte dikke behaarde maatje bloot aan het vechten was dacht ik eerst: "sjonge, je moet er wel wat voor over hebben". Vervolgens volgde een lachsalvo. Een vriendin vond het een onsmakelijke bedoening en dat is het ook. Maar ik moest er wel om lachen.

Wat wil ik hiermee zeggen ? Niets.

Die verrassing van de eerste keer. Iets nieuws. Iets anders, waardoor je in de lach schiet.

http://www.youtube.com/watch?v=l9BQDDIyb-o


http://www.youtube.com/watch?v=b1ExonuYLmw

Monday, May 21, 2007

Maarten 't Hart: De gesel der mensheid

Een (groot) geloof helpt, steunt, troost. Wie ben ik om daaraan te willen tornen ? Maar wie zijn zij om mij dat aan alle geweld te willen opdringen ? Elke geloofsgemeenschap (christelijk, fascistisch, communistisch, liberaal, politieke partij, werk) is vanwege haar onvoorwaardelijke waarheidspretentie uiterst onverdraagzaam jegens andere overtuigingen.

Irak, Afghanistan, totaal gesluierde vrouwen, fundamentalisme bij de sgp. Het hindoeïstische India en het mohammedaanse Pakistan beschikken over atoombommen, waarmee ze het liefste elkaar van de kaart vegen. Moslimfundamentalisten en het wtc en oorlogszuchtige israelieten.

Zouden we het verleden erbij halen, dan wordt deze opsomming bladzijden lang. Kruistochten, brandstapels, inquisitie, conquistadores (60 miljoen mensen vermoord !), antisemitisme, heksenjacht, vrouwenonderdrukking, slavenonderdrukking, mensenonderdrukking. Meedogenloze vervolging van de marcionieten, waldenzen, albigenzen, hussieten, hugenoten. Ook zonder die opsomming is evenwel allang duidelijk dat geloof één van de grootste gesels van de mensheid is. Misschien dat alleen oorlog en ziekte godsdienst naar de kroon steken, maar daarbij dient te worden aangetekend dat in het verleden (en nu) vele oorlogen godsdienstoorlogen waren.

Godsdienst is een verschrikkelijk verschijnsel. Toen ik nog maandelijks mijn column over de bijbel in NRC handelsblad schreef, werd mij, overal waar ik lezingen hield of signeerde, gesmeekt om op te houden met de serie. Als ik dan zei “Maar u kunt ze toch overslaan”, kwamen de tranen. “Nee, maar mijn kinderen lezen ze, en ik ben zo bang….ik ben zo bang…ach, stel je voor dat ze van het geloof zouden afraken.” Uiteindelijk ben ik gezwicht en heb ik de serie gestaakt.

Mij is duidelijk geworden dat gelovigen niet naar voorlichting, uitleg, niet naar relativering van (bijbel)verhalen, niet naar informatie over de wordingsgeschiedenis van het christendo(e)m verlangen. Ze willen hoe dan ook blijven geloven. Ze zijn bereid om de kop zo diep mogelijk in het zand te steken teneinde dat te bereiken. Maar een ander verlangen is sterker. Over hun eigen geloof zijn ze nauwelijks bezorgd, dat heeft zich inmiddels als een onuitroeibare tumor in hun hersenen genesteld, die Onwrikbare Zekerheid (het is in feite geen geloof, want geloof veronderstelt twijfel) zal niemand hun ontnemen. Waar ze bezorgd over zijn, is het geloof van hun nageslacht.

Het nieuwe grote verdriet van Nederland zijn de gelovigen van wie de kinderen de kerk hebben verlaten. Vraag aan oude mensen waarom ze continu snikken, dan kan het antwoord zijn “omdat al mijn kinderen zijn afgevallen, ze gaan naar de hel”. Mijn tante formuleerde het lapidair: “Ben je straks in de hemel, zijn je kinderen er niet, heb je daar geen leven.”
Af en toe word ik opgelucht wakker na een boze droom waarin ik in de kerk zit en een preek moet aanhoren in de blijde wetenschap dat ik aan deze bizarre apekool geen boodschap meer heb. In preken wordt dan minzaam beweerd dat je bijbelverhalen niet letterlijk, maar symbolisch moet opvatten. In gewoon Nederlands komt hun boodschap erop neer dat God ons aangaande zijn bedoelingen onderwijst met lullige sprookjes over lispelende slangen, sprekende ezels en drijvende bijlen.
Komt toch allen die vermoeid en belast zijn met deze beuzelpraatjes. Werp het allemaal met soevereine minachting voor dominees, priesters, (politici, (top)managers ea) van u af. Ervaar hoe het is om uiteindelijk, bevrijd van getob en twijfel, met hersenen waaruit alle ziekelijke overtuigingen weggeblazen zijn opgelucht als nooit tevoren, rustig en weloverwogen te kunnen zeggen: “god bestaat niet.”

Sunday, May 20, 2007

Niets is wat het lijkt

"Niets is wat het lijkt," grapte die knappe Maxima tegen mij toen ik tegen een pilaar leunde en deze ternauwernood omviel omdat deze hol was en van karton. Dat was in mei 2006. Vervolgens ontrolde zich een scenario waarbij ik continu dacht dat ik in een slechte grap verzeild geraakt was, een onterecht ontslag en ik was mijn eigen ergste vijand door niet te praten maar emails te sturen.

De waan(zin) van het leven. Het geloof in de waan(zin) van het leven. De schijngestalten, but perhaps the dream is dreaming is us...and our little lives are rounded with a sleep.

Maarten 't Hart: een diepgelovig mens (samenvatting verschrijver)

Fontaine over Adolf Hitler: "hij stamde uit een praktiserende katholieke familie, heeft katholiek godsdienstonderwijs gevolgd, deed op twaalfjarige leeftijd zijn eerste communie en is koorzanger geweest in de benedictijnenabdij te Lambach. Hij was toen zo enthousiast dat hij erover sprak om monnik te worden. Hitler bleef tot het eind van zijn leven kerkbelasting betalen en bleef formeel lid van de kerk."
Friedrich Goebbels, de vader van Joseph Goebbels, was "een vurig katholiek" (Alan Wykes). Zijn moeder Katherina, overigens van Nederlandse afkomst, was "vroom katholiek". Joseph werd afgekeurd voor militaire dienst "hetgeen door zijn ouders werd opgevat als een door god gezonden gelegenheid om hem voor het priesterschap te bestemmen". Toen Joseph een getuigschrift nodig had verklaarde pastoor Mollen: "Herr Goebbels stamt uit een gelovig katholiek gezin in mijn parochie en kan worden aanbevolen wegens zijn godsdienstige houding en hoge morele reputatie."
In 1919 legde Heinrich Himmler de volgende verklaring af: "Wat er ook mag gebeuren, ik zal God altijd liefhebben en tot hem bidden en ik zal de katholieke kerk trouw blijven en haar zelfs verdedigen als ze mij zou verstoten."
De ergste nazikopstukken, zoals Göring, waren van katholieken huize. Van de mindere goden in het nazipantheon waren de meesten ook van rooms-katholieken huize. Höss bijvooreeld, de kampcommandant van Auschwitz, vertelt in zijn memoires over de "diep religieuze sfeer in ons huisgezin". Ook deelt hij mee: "Mijn vader was vurig katholiek en hij had een gelofte afgelegd dat ik geestelijke zou worden." Over zijn eigen jongensgeloof zegt Höss: "Ikzelf was ook diepgelovig, voor zover men dat als knaap in die jaren kan zijn, en ik nam mijn godsdienstige plichten zeer ernstig. Ik bad met diep kinderlijke enst en was een ijverig misdienaar."

Veel nazi's hebben zich met behulp van bisschoppen, priesters, kloosterlingen uit de voeten kunnen maken naar Zuid-Amerika. Ook na de onvoorstelbare catastrofe van de Tweede Wereldoorlog (6 miljoen joden, grote aantallen homo's en zigeuners vergast) bleef de opvallende connectie tussen het rooms-katholicisme en het nazisme intact. Rudolf Hess en Adolf Eichmann waren van streng protestantsen huize. In Duitsland leefden rond 1930 40 miljoen protestanten en 20 miljoen katholieken. Van elke drie nazi's waren er twee katholiek en één protestants. De verhoudingen lagen dus andersom.
Hans Jansen schreef in 1998: De paus en de jodenvervolging. Johannes Paulus II, aldus Jansen, heeft geprobeerd de geschiedenis te herschrijven. Hij trachtte te verdoezelen dat de rooms-katholieke kerk eeuwenlang een virulent antisemitisme heeft gepredikt. Hitler zelf voelde zich staan in een grote traditie. In een gesprek op 26 april 1933 met bisschop Berning en monseigneur Steinmann zei hij dat hij effectief zou afronden wat de rooms-katholieke kerk al vijftienhonderd jaar had nagestreefd: de volledige verwijdering van de joden. Van Rome naar Auschwitz is maar een kleine stap.

Saturday, May 19, 2007

Als de leeuwen een god hadden, dan zou god een leeuw zijn.

Door Plasterk en Verschrijver


In Italië, waar ik omstreeks 1975 leefde (leuke Zweedse film “together” op dvd gezien die ook in 1975 speelt !) moest ik in het koor zingen: “Di che colore e il pelle di dio ?” Van welke kleur is de huid van god ? Zingen kon ik niet en ik was niet religieus/gelovig opgevoed, maar ik zong ijverig mee.

De boeken “Lotte Weeda” en “Een deerne in lokkend postuur” van Maarten ’t Hart zijn mijn favoriete boeken omdat onder andere de “waan” van mensen beschreven wordt. De waan(zin) van verliefdheid en liefde. De waan(zin) van het geloof. De waan(zin) van geloof in een god, in goden, in de overheid, in het bestuur, in het gezag, in een mens, in het werk, in het communisme, in het socialisme, in het liberalisme, in de liefde, in wat dan ook.

Op de achtergrond van beide boeken worden de rampzalige gevolgen van een waanbeeld op overheidsniveau beschreven: er breken veeziektes uit waarbij miljoenen dieren geruimd worden en een parallel met 1940-1945 is duidelijk zichtbaar.

“Alleen zij die Jezus’ liefde aanvaard hebben gaan naar de hemel, zij die hem verworpen hebben gaan naar de hel. Zo staat het in de bijbel, dus ik moet dat ook geloven. Ik vind het wel naar, want het doet me aan Auschwitz denken. Maar op het moment dat ik de bijbel redelijk serieus neem, kan ik niet zeggen: dat gedeelte spreekt me niet aan, dat geloof ik maar niet. Aan die gedachte ga ik regelmatig kapot.”

Aldus spreekt Andries Knevel. Als een gelovige in staat is om goed te lezen en hij/zij leest “wie god verlaat heeft niets te vrezen” of “de bril van god” van Maarten ’t Hart, dan raakt hij/zij subiet ongelovig, daarvan ben ik overtuigd. Alle onjuistheden in de bijbel worden aangekaart en de ontstaansgeschiedenis, bijvoorbeeld dat de verhalen omtrent jezus 70 jaar na zijn dood voor het eerst opgeschreven werden.

De god van Knevel wil dat je in hem gelooft. Als je niet in hem gelooft, dan gooit hij je in een eeuwigdurend concentratiekamp. Het doet er niet meer toe, dat je je hele leven oude vrouwtjes en heertjes hebt helpen oversteken en dat je ze laat voordringen bij de tram of bakker. Het feit dat je dit alles niet in dienst van jezus/god hebt gedaan, maakt god/jezus zo boos dat hij je direct op de trein zet (Volgens Maarten t Hart ook al zo’n vreemde fout om god en jezus als een en dezelfde figuur aan te wijzen).

Als ik maar één ogenblik dacht dat je na je dood het risico loopt in de hel gegooid te worden, dan zou ik lid worden van de EO en zondag misschien wel weer de kerk bezoeken. Ik zou nooit iets onaardigs over god zeggen. Neem eens afstand van de kerk in je geboortedorp of –stad of ouders en kijk naar de wereld. Allemaal gelovigen, geloven en geloofjes, en bijna allemaal stellen ze de hel in het vooruitzicht aan iedereen die niet in hun god gelooft. Dat lijken mij de restanten van een vergaan tijdperk van bijgelovigheid in zeus, jupiter, buddha, allah, jehovah, jahweh, god, kaballa, wodan en andere totempalen.

Buiten Nederland gelooft niemand in sinterklaas, laat staan in zwarte piet. Kinderen geloven erin omdat ze dat geleerd hebben van hun ouders, die ze vertrouwen. Dat geldt ook voor religieus geloof. De kinderen van Hosnu Mubarak zijn moslim, die van koningin Beatrix Nederlands Hervomd. Dat is geen toeval, geloof is cultuur.

Een muis rent weg als er een kat aankomt om niet opgegeten te worden, een kat probeert een muis te pakken te krijgen opdat de kat geen honger krijgt. Allemaal doelgericht en zingevend. Voor een mens is dat niet anders. Je staat op om naar je werk te gaan om je brood te verdienen, poetst je tanden om geen gaatjes te krijgen en je eet om niet dood te gaan. Dat die hele reeks van handelingen die het leven vormen geen zin heeft kan een mens nauwelijks aan. Je wordt stil bij het idee dat je er over 50 jaar niet meer bent en dat er over 100 jaar niemand meer een persoonlijke herinnering aan je zal hebben (nb: het verhaal van jezus is pas na 70 jaar voor het eerst opgeschreven, een verhaaltje of sprookje dus van een schrijver die 70 na christus leefde). Alle tranen zijn opgedroogd, alle woede is weg, alle liefde is vervlogen, alle gedachten zijn vergeten. Bij een graf voel je de lege eeuwigheid, de beklemming van het niets. Niets helpt.

Thursday, May 17, 2007

Verschrijver wordt undercover agent, maar een slimme...

“Denk erom”, fluisterde Verschrijver, “ïk doe het woord, Ad schijnt nogal ijdel, hautain en arrogant te zijn, een typisch politicus, veel woorden, geen daden, veel zenden, nooit ontvangen”.

Daarop werd de deur geopend. De portier was een Lombroso type, laag voorhoofd en doorlopende wenkbrauwen.
Verschrijver liep zonder aarzelen binnen, waardoor Lombroso een stap opzij moest doen.

“Goedenavond”, sprak Verschrijver minzaam, “is Ad Melkert er ? We moeten hem spreken vanwege de wereldbank.”
Met een zuchtend knikje wees Lombroso in de verte. Dikke tapijten, veel bordeaux rood, een quasi luxe zaak in Den Haag. Van achter een buffet keken drie diensters bij onze binnenkomst hoopvol op. Een knappe vrouw zagen we; verwonderd bekeek ik haar korte en laag uitgesneden zwarte zijden jurk en haar hoge zwarte spannende laarzen en net panties. Met nog grotere verbazing merkte ik op dat dit extravagant uitziende schepsel een rijzweep in haar hand hield en met het uiteinde van dit voorwerp nu en dan zachtjes, als verstooid, het zitvlak beroerde van een aan haar voeten gelegen man. Haar witgepoederde gezicht met een knalrood mondje in het midden drukte een hartgrondige verveling uit.

Verschrijver had zich tot een van de dames achter het buffet gewend. “De heer Melkert ?” hoorde ik hem vragend zeggen. En ik vernam ook het antwoord. “Ad ? Die meneer daar op de grond.”
Meneer op de grond, inderdaad. Terwijl we door het zaaltje naar het duo toeliepen deed ik een nieuwe vaststelling. Om de hals van de man die aan de voeten lag van de opmerkelijke dame prijkte een leren band met metalen noppen: een hondenhalsband met een riem waarvan het uiteinde losjes in de hand van de juffrouw rustte.

Zodra ze in de gaten kreeg dat we haar kant uitkwamen herleefde de interesse van de jongedame in haar bezigheden. Ze knalde driftig met haar zweepje, zonder de man aan haar voeten te raken. Deze keek eerst met kruiperige blik omhoog, maar toen volgde hij haar blik en zag ons naderen. Onmiddellijk krabbelde hij overeind.
“Ad. Stoute hond ! Stil blijven zitten. Zit !”
De bevelen kwamen uit het bekoorlijke rode mondje, maar toch deed Ad haastig de halsband los.
“Heer Melkert ? Mijn naam is Verschrijver en dit is mijn collega Fokkema. We komen hier om te spreken over Wolfowitz, we willen weten hoe deze man verwijderd kan worden omdat hij een prestigieuze instelling als de wereldbank een naam bezorgt van corruptie en nepotisme, waar besluiten worden genomen op grond van lafheid, positie en vriendjes- of vijandenpolitiek, een gesloten, afhankelijke en onrechtvaardige instelling door onbehoorlijk bestuur.”
“Ja, ehm, juist, Verschrijver, ” zei Ad, “daarvan heb ik wel gehoord, de man die regeringen en anderen ten val brengt na onbehoorlijk bestuur en nalatig en pertinent onjuiste superieure besluitvorming.”
Hij gedroeg zich joviaal en zonder gene ten aanzien van de houding waarin hij zich juist bevond. Met Verschrijver was hij amicaal en het leek wel of ik niet bestond. Enige uiterst geheime vertrouwelijke informatie werd uitgewisseld tussen beide heren.

Toen we op de straat stonden stelde ik één vraag uit de velen die mij door het hoofd spookten:
“Snap jij waarom Ad voor hondje speelde tegenover de juffrouw ? Nogal pijnlijk dat wij daarvan getuige moesten zijn.”
“Ach”, zei Verschrijver verstrooid, “alle perversies zijn een overwinning van de cultuur op de natuur”, klonk het, “als rechtgeaard dandy kan ik daar moeilijk tegen zijn.”
“Wat je cultuur noemt,” zei ik geringschattend.
“Een zege van de geest over de biologie. Gedragingen zoals deze wijzen op een ongelimiteerde verbeeldingskracht, of anders op een reusachtige erotische ervaring. Misschien ook op allebei. Hoe dan ook, beiden zijn in ons vak alleen maar nuttig. Taxi !”