Toen ik 4 jaar was woonde ik in Badhoevedorp onder Amsterdam. Een vriendje van zes zei: “Wat is er nou aan het einde van het heelal ?”
"Niets," zei ik.
“Ja maar, niets moet toch iets zijn ?.” Later, rond 12 jaar, hoorde ik het verhaal over het uitdijen van het heelal. Maar waarbinnen dijt dat heelal dan uit ? De enige optie is oneindigheid. Moeilijk te bevatten.
Het is de Amerikanen gelukt een ruimtevoertuig naar Mars te sturen. Hoeveel tijd heeft zo’n ruimteschip nu nodig om de dichtstbijzijnde ster te bereiken ? Ik mag die vraag graag stellen aan vrienden, kennissen, familieleden. Dan vertel ik er altijd bij dat de Voyager 2 er twaalf jaar over deed om Neptunus te bereiken en dat de dichtstbijzijnde ster, Alfa Centauri, op ruim vier lichtjaar van ons afstaat. Een peulenschil in ons onmetelijke heelal. Het eigenaardige is dat we, hoe dichtbij die ster ook is, niet eens weten of Alfa Centauri, net zoals de zon, planeten heeft. Hoe lang denkt u dat een ruimteschip onderweg is naar Alfa Centauri ? Niemand weet, zo blijkt, ook maar bij benadering het juiste antwoord. Tachtig jaar, zegt de een. Honderd jaar, zegt de ander. Een enkeling schat iets hoger, tweehonderd jaar.
Kun je nagaan hoe weinig idee we hebben van de onmetelijke uitgestrektheid van het heelal waarin we leven. Zelf schatte ik, toen ik het juiste antwoord nog niet wist, die reistijd ook op zo’n tweehonderd jaar.
Welnu, zo’n ruimteschip doet er TACHTIGDUIZEND jaar over om de dichtstbijzijnde ster te bereiken !
Om de heldere ster Sirius te halen, die maar 8,6 lichtjaar van ons afstaat, heeft zo’n ruimteschip ruwweg tweehonderdduizend jaar nodig. We zullen daar, al ontwikkelen wij ruimteschepen die honderdmaal zo snel gaan als de huidige, dus nooit komen. Laat staan dat we ooit het dichtstbijzijnde sterrenstelsel, de Andromedanevel, zullen bereiken. Dat staat 2,2 miljoen lichtjaar van ons af. Ben je miljarden jaren onderweg. Ruimtevaart zal voor ons mensen nooit verder reiken dan ons eigen zonnestelsel. Om de een of andere reden dringt amper tot ons door hoe ontstellend uitgestrekt het heelal is. Crick schrijft: “Het is alsof de volslagen onbeduidendheid van de aarde en de dunne laag van haar biosfeer de verbeelding totaal verlamd hebben, alsof het te vreselijk zou zijn om onder ogen te zien en daarom maar beter genegeerd kan worden.” Nobelprijswinnaar Steven Weinberg komt tot de conclusie: “Hoe meer we over het heelal weten, des te duidelijker wordt dat heelal doelloos en zonder betekenis is.” Toch ben ik wel nieuwsgierig of er in andere zonnestelsels planeten zijn. Dat schijnt het geval te zijn. Is er elders leven. Ook daar hebben we geen flauw benul van.
Friday, January 26, 2007
Martin Hart: Eeuwigheid
De lucht is nu af en toe glashelder. Je ziet ’s nachts alles. De grote W van Cassiopeia, de Grote Beer, Orion, Voerman, de Plejaden. De Andromedanevel kon ik met het blote oog niet vinden. Met de kijker wel. Als je het vlekje aanschouwt, kijk je 2,2 miljoen jaar terug in de tijd ! Wat weten we eigenlijk weinig van het heelal.
Sinds Hubble geloven veel astronomen dat het heelal uitdijt, en dat er aan het begin een oerknal is geweest. Hawking: “In 1929 deed Edwin Hubble de baanbrekende observatie dat veraf staande sterrenstelsels, in welke richting we ook kijken, allemaal zeer snel van ons af bewegen.” Wat is dat misleidend en onjuist ! Het enige wat in de jaren twintig geconstateerd werd is dat de lichtspectra van sterren in andere stelsels naar het rode uiteinde verschoven waren. Daaruit wordt de conclusie getrokken dat sprake is van een dopplereffect. En daaruit zou dan weer de conclusie volgen dat die sterrenstelsels van ons af bewegen. De bewijsvoering is magertjes. Daarom kan ik mij goed voorstellen dat er astronomen zijn zoals Fred Hoyle die niet in de oerknal geloven. Mensen hebben zo’n behoefte aan houvast en zekerheid van een begin en een einde. Laat dat begin of einde er nou eens gewoon niet zijn. Want als die “oerknal” er was, dan moet die toch ook in een ruimte hebben plaatsgevonden. Want om de ongelijke verdeling van materie in het heelal te verklaren heb je –als je de big bang theorie aanhangt- ook nog de inflatiehypothese van Alan Guth nodig. Prachtige hypothese, maar toch niet meer dan een hypothese. Als je de onmetelijkheid van het heelal realiseert, dan moet je geloof in die ene god toch aan het wankelen worden gebracht.
Sinds Hubble geloven veel astronomen dat het heelal uitdijt, en dat er aan het begin een oerknal is geweest. Hawking: “In 1929 deed Edwin Hubble de baanbrekende observatie dat veraf staande sterrenstelsels, in welke richting we ook kijken, allemaal zeer snel van ons af bewegen.” Wat is dat misleidend en onjuist ! Het enige wat in de jaren twintig geconstateerd werd is dat de lichtspectra van sterren in andere stelsels naar het rode uiteinde verschoven waren. Daaruit wordt de conclusie getrokken dat sprake is van een dopplereffect. En daaruit zou dan weer de conclusie volgen dat die sterrenstelsels van ons af bewegen. De bewijsvoering is magertjes. Daarom kan ik mij goed voorstellen dat er astronomen zijn zoals Fred Hoyle die niet in de oerknal geloven. Mensen hebben zo’n behoefte aan houvast en zekerheid van een begin en een einde. Laat dat begin of einde er nou eens gewoon niet zijn. Want als die “oerknal” er was, dan moet die toch ook in een ruimte hebben plaatsgevonden. Want om de ongelijke verdeling van materie in het heelal te verklaren heb je –als je de big bang theorie aanhangt- ook nog de inflatiehypothese van Alan Guth nodig. Prachtige hypothese, maar toch niet meer dan een hypothese. Als je de onmetelijkheid van het heelal realiseert, dan moet je geloof in die ene god toch aan het wankelen worden gebracht.
Maarten 't Hart: Dis
In de tijd dat ik regelmatig op vrijdag vergaderingen van het CS van NRC Handelsblad bijwoonde, hoorde ik steeds vol bewondering, liefde en eerbied over ene Adriaan van Dis spreken. Die zat in Afrika, maar ooit zou hij terugkomen. Toen de datum van zijn terugkeer naderde, heerste er ware euforie op de krant ! Adriaan kwam terug ! Jaloers op zoveel genegenheid dacht ik: wat moet dat een over het paard getilde fluim zijn.
En toen, op een vrijdag, kwam een stevige lange man in de gang op mij toe lopen, drukte mij de hand, en zei dat hij het zo leuk vond om met mij kennis te maken.En al mijn uit jaloezie voortvloeiende wrok smolt in één keer weg. Dat iedereen voor Adriaan in zwijm valt- niets kan ik beter begrijpen. Hij heeft een universele aantrekkingskracht, voor mannen, vrouwen, tenoren, honden en bacillen. Zelf valt hij op travestieten, dus mij vindt hij ook aardig.
Maar wat jammer dat hij nu zo’n zwakke roman heeft gepubliceerd. En dat na zo’n prachtig boekje als Nathan Sid. Dubbelliefde is akelig clichématig geschreven. Zonder enige zelfspot zet de schrijver zijn hoofdpersoon neer. Daarnaast blijkt hij nauwelijks in zijn medemensen geïnteresseerd. Dis heeft maar één interesse, namelijk: Dis. Wat mij nog heviger stoort dan bij de vorige boeken is dat Dis zo enorm behaagziek blijkt. En dat terwijl iedereen hem toch al op handen draagt ! Adriaan is hevig verliefd op zichzelf. Van mij mag dat, en ik hou nog steeds van hem, maar als hij als schrijver iets wil betekenen moet hij zichzelf zo spoedig mogelijk gehaat maken. Adriaan, strijk de mensen toch tegen de haren in, wil niet door iedereen aardig gevonden worden. Schrijf niet alleen maar zogenaamd mooi. Pak mij desnoods keihard aan, dan kan ik jou ook flink aanpakken.
Denise: Bij het treinstation van Schiphol viel rond november 2006 een man tussen de rails met koffer en al. Hij krabbelde snel overeind en klom het perron op. Iemand sprong tussen de rails om de koffer op te rapen. “My phone, my phone”, wees de man naar de behulpzame. Terwijl er een trein aankwam griste deze behulpzame ziel ook nog de mobiele telefoon mee en sprong behendig op het perron. Dat was Maarten ’t Hart ! Schrijver en held ! Hij komt ook op voor vreemdelingen en asielzoekers !
En toen, op een vrijdag, kwam een stevige lange man in de gang op mij toe lopen, drukte mij de hand, en zei dat hij het zo leuk vond om met mij kennis te maken.En al mijn uit jaloezie voortvloeiende wrok smolt in één keer weg. Dat iedereen voor Adriaan in zwijm valt- niets kan ik beter begrijpen. Hij heeft een universele aantrekkingskracht, voor mannen, vrouwen, tenoren, honden en bacillen. Zelf valt hij op travestieten, dus mij vindt hij ook aardig.
Maar wat jammer dat hij nu zo’n zwakke roman heeft gepubliceerd. En dat na zo’n prachtig boekje als Nathan Sid. Dubbelliefde is akelig clichématig geschreven. Zonder enige zelfspot zet de schrijver zijn hoofdpersoon neer. Daarnaast blijkt hij nauwelijks in zijn medemensen geïnteresseerd. Dis heeft maar één interesse, namelijk: Dis. Wat mij nog heviger stoort dan bij de vorige boeken is dat Dis zo enorm behaagziek blijkt. En dat terwijl iedereen hem toch al op handen draagt ! Adriaan is hevig verliefd op zichzelf. Van mij mag dat, en ik hou nog steeds van hem, maar als hij als schrijver iets wil betekenen moet hij zichzelf zo spoedig mogelijk gehaat maken. Adriaan, strijk de mensen toch tegen de haren in, wil niet door iedereen aardig gevonden worden. Schrijf niet alleen maar zogenaamd mooi. Pak mij desnoods keihard aan, dan kan ik jou ook flink aanpakken.
Denise: Bij het treinstation van Schiphol viel rond november 2006 een man tussen de rails met koffer en al. Hij krabbelde snel overeind en klom het perron op. Iemand sprong tussen de rails om de koffer op te rapen. “My phone, my phone”, wees de man naar de behulpzame. Terwijl er een trein aankwam griste deze behulpzame ziel ook nog de mobiele telefoon mee en sprong behendig op het perron. Dat was Maarten ’t Hart ! Schrijver en held ! Hij komt ook op voor vreemdelingen en asielzoekers !
Frank Kalshoven: de naakte ambtenaar
De directeur van de Wim Drees Stichting voor Openbare Financiën (in oprichting) bedankte mij per brief in september hartelijk voor mijn bereidheid een bijdrage te leveren aan het Symposium 'Kaasschaaf of fileermes: naar een doelmatige Rijksoverheid'.
Mijn opdracht: 'In een uiteenzetting van maximaal 5 minuten zo specifiek mogelijk aan te geven hoeveel er kan worden bespaard op de mensen en middelen die bij de Rijksoverheid bezig zijn met beleidsontwikkeling.' Ik werd verzocht mijn opvatting te motiveren. En toen kwam het zinnetje waarvan ik opstandig werd: 'Het symposium gaat uitsluitend over beleidsontwikkeling en niet over de uitvoering.'
En dus heb ik me vorige week vrijdag in de prachtige Haagse sociëteit De Witte enigszins misdragen door te betogen dat wie een doelmatige overheid nastreeft, dit soort zinnen niet moet opschrijven. De hierin besloten scheiding tussen denken en doen - dat is nu precies wat er mis is in de Nederlandse publieke sector. We moeten afscheid nemen van de beleidsambtenaar: we hebben, als u prijs stelt op grote woorden, behoefte aan een Pragmatsche Revolutie.
Ik verklaar mij nader. Aan de vraag aan hoeveel beleidsambtenaren een overheid behoefte heeft, gaat de vraag vooraf waarvoor de overheid die beleidsmakers wil gebruiken. En daaraan vooraf gaat de vraag welke soort maatschappelijke problemen dominant zijn. Welnu, Nederland kent weinig beleidsproblemen en veel hardnekkige uitvoeringsproblemen. Denk aan de WAO en het onderwijs, aan politie en justitie, aan de uitvoering van de Bijstand, de toestand in de zorg en de inburgeringscursussen voor immigranten. Over de problemen in die delen van de publieke sector wordt vaak jarenlang gepraat en gedacht door beleidsambtenaren op ministeries, er wordt over vergaderd met partners uit het toepasselijke middenveld, er wordt geruzied over de uitkomsten van onderzoek van particuliere onderzoeksbureaus en denkertjes van planbureaus en adviesraden. En in de praktijk verandert er niet veel. Die toestand doet sterk denken aan het bedrijfsleven in de jaren tachtig. Bij de typische grote onderneming in die tijd lag de kracht en de macht bij omvangrijke stafdiensten, gehuisvest in grote hoofdkantoren. Bij die conglomeraten van ondernemingen waren de werkmaatschappijen - waar producten of diensten werden gemaakt voor klanten - van ondergeschikt belang. Uitvoerders waren het. De denkers zaten in de staf. In het bedrijfsleven is aan deze toestand hardhandig een einde gemaakt. Want het werkte niet. Het zwaartepunt van ondernemingen verhuisde naar de plek waar de actie is. Werkmaatschappijen moesten - binnen heldere randvoorwaarden - hun eigen strategie ontwikkelen. Dat had evidente voordelen. Directies van werkmaatschappijen hebben een informatievoorsprong op stafdiensten: ze kennen zowel de klanten als de producten beter. Binnen een werkmaatschappij is bovendien meer passie en betrokkenheid. Denken en doen komen uit één lijf. En niet in de laatste plaats: de lui uit de praktijk worden veel minder vaak afgeleid door domme vragen van de staf, hun knellende voorschriften en hun tijdrovende ambtelijke procedures. Hoofdkantoren van de beste ondernemingen zijn inmiddels piepklein, bevolkt door goede mensen die dienstbaar zijn aan de werkmaatschappijen, controle uitoefenen op bereikte resultaten, en zich overigens, als daar behoefte aan is, bezighouden met de groeistrategie van de holding.
De beleidsambtenaren van de rijksoverheid zijn de stafmedewerkers van het bedrijfsleven van destijds. En ik vermoed dat de publieke sector beter zou marcheren als ook hier de pikorde wordt omgedraaid: 'uitvoerders' moeten belangrijker zijn dan 'beleidsmakers'. Directeuren van Sociale Diensten, hoofdcommissarissen van politie, ziekenhuis- en schooldirecteuren - dat zijn de mensen die als beste weten welke problemen er spelen en welke maatregelen het effectiefst bijdragen aan het oplossen ervan. Als je erover gaat nadenken is het eigenlijk nogal potsierlijk dat we, zeg eens, een nieuwe Bijstandswet laten bedenken door doctorandussen op Sociale Zaken die bij wijze van spreken nog nooit een Sociale Dienst van binnen hebben gezien, terwijl de betrokken directeuren hooguit een keer wordt gevraagd of een en ander ook uitvoerbaar is - en dan nog niet eens direct, maar via een of andere branche-organisatie waar het dan weer welig tiert van de beleidsmedewerkers. Draai het om: laat de directeuren van de drie beste Sociale Diensten een nieuwe wet maken, en een ambtenaar van Sociale Zaken mag secretaris zijn.
Heus, ik weet het, de overheid is geen bedrijf. En Nederland is geen vennootschap. De prestaties van publieke diensten zijn niet zo eenduidig meetbaar als die van werkmaatschappijen van ondernemingen. En er is ook nog zoiets als het politieke primaat. Kortom, er liggen beren op de weg. Maar laten we eens beginnen met een mentaliteitsverandering; alle respect voor inzet en vakmanschap van beleidsambtenaren, maar prestaties van uitvoerders zijn het allerbelangrijkst. Praten over problemen wordt gewaardeerd, maar kwesties oplossen wordt hoger aangeslagen. En een mens congresseert dus niet 'uitsluitend over beleidsontwikkeling en niet over uitvoering', want dan verdoet dat mens zijn tijd. Goed. Tijdens de geanimeerde discussie in Den Haag werd duidelijk dat van de 120 duizend rijksambtenaren er tienduizend werken als beleidsambtenaar. Begin eens met de helft.
Een ander groot gevaar is dat die ex-beleidsambtenaren in de uitvoering een leidinggevende functie krijgen en de basisbeginselen van behoorlijk bestuur niet kennen. Ze zitten een vakman, een uitvoerder, in de weg en zij bezondigen zich aan management by hypocrisy en onkunde.
Champignon management: feed them shit and keep them in the dark.
Mijn opdracht: 'In een uiteenzetting van maximaal 5 minuten zo specifiek mogelijk aan te geven hoeveel er kan worden bespaard op de mensen en middelen die bij de Rijksoverheid bezig zijn met beleidsontwikkeling.' Ik werd verzocht mijn opvatting te motiveren. En toen kwam het zinnetje waarvan ik opstandig werd: 'Het symposium gaat uitsluitend over beleidsontwikkeling en niet over de uitvoering.'
En dus heb ik me vorige week vrijdag in de prachtige Haagse sociëteit De Witte enigszins misdragen door te betogen dat wie een doelmatige overheid nastreeft, dit soort zinnen niet moet opschrijven. De hierin besloten scheiding tussen denken en doen - dat is nu precies wat er mis is in de Nederlandse publieke sector. We moeten afscheid nemen van de beleidsambtenaar: we hebben, als u prijs stelt op grote woorden, behoefte aan een Pragmatsche Revolutie.
Ik verklaar mij nader. Aan de vraag aan hoeveel beleidsambtenaren een overheid behoefte heeft, gaat de vraag vooraf waarvoor de overheid die beleidsmakers wil gebruiken. En daaraan vooraf gaat de vraag welke soort maatschappelijke problemen dominant zijn. Welnu, Nederland kent weinig beleidsproblemen en veel hardnekkige uitvoeringsproblemen. Denk aan de WAO en het onderwijs, aan politie en justitie, aan de uitvoering van de Bijstand, de toestand in de zorg en de inburgeringscursussen voor immigranten. Over de problemen in die delen van de publieke sector wordt vaak jarenlang gepraat en gedacht door beleidsambtenaren op ministeries, er wordt over vergaderd met partners uit het toepasselijke middenveld, er wordt geruzied over de uitkomsten van onderzoek van particuliere onderzoeksbureaus en denkertjes van planbureaus en adviesraden. En in de praktijk verandert er niet veel. Die toestand doet sterk denken aan het bedrijfsleven in de jaren tachtig. Bij de typische grote onderneming in die tijd lag de kracht en de macht bij omvangrijke stafdiensten, gehuisvest in grote hoofdkantoren. Bij die conglomeraten van ondernemingen waren de werkmaatschappijen - waar producten of diensten werden gemaakt voor klanten - van ondergeschikt belang. Uitvoerders waren het. De denkers zaten in de staf. In het bedrijfsleven is aan deze toestand hardhandig een einde gemaakt. Want het werkte niet. Het zwaartepunt van ondernemingen verhuisde naar de plek waar de actie is. Werkmaatschappijen moesten - binnen heldere randvoorwaarden - hun eigen strategie ontwikkelen. Dat had evidente voordelen. Directies van werkmaatschappijen hebben een informatievoorsprong op stafdiensten: ze kennen zowel de klanten als de producten beter. Binnen een werkmaatschappij is bovendien meer passie en betrokkenheid. Denken en doen komen uit één lijf. En niet in de laatste plaats: de lui uit de praktijk worden veel minder vaak afgeleid door domme vragen van de staf, hun knellende voorschriften en hun tijdrovende ambtelijke procedures. Hoofdkantoren van de beste ondernemingen zijn inmiddels piepklein, bevolkt door goede mensen die dienstbaar zijn aan de werkmaatschappijen, controle uitoefenen op bereikte resultaten, en zich overigens, als daar behoefte aan is, bezighouden met de groeistrategie van de holding.
De beleidsambtenaren van de rijksoverheid zijn de stafmedewerkers van het bedrijfsleven van destijds. En ik vermoed dat de publieke sector beter zou marcheren als ook hier de pikorde wordt omgedraaid: 'uitvoerders' moeten belangrijker zijn dan 'beleidsmakers'. Directeuren van Sociale Diensten, hoofdcommissarissen van politie, ziekenhuis- en schooldirecteuren - dat zijn de mensen die als beste weten welke problemen er spelen en welke maatregelen het effectiefst bijdragen aan het oplossen ervan. Als je erover gaat nadenken is het eigenlijk nogal potsierlijk dat we, zeg eens, een nieuwe Bijstandswet laten bedenken door doctorandussen op Sociale Zaken die bij wijze van spreken nog nooit een Sociale Dienst van binnen hebben gezien, terwijl de betrokken directeuren hooguit een keer wordt gevraagd of een en ander ook uitvoerbaar is - en dan nog niet eens direct, maar via een of andere branche-organisatie waar het dan weer welig tiert van de beleidsmedewerkers. Draai het om: laat de directeuren van de drie beste Sociale Diensten een nieuwe wet maken, en een ambtenaar van Sociale Zaken mag secretaris zijn.
Heus, ik weet het, de overheid is geen bedrijf. En Nederland is geen vennootschap. De prestaties van publieke diensten zijn niet zo eenduidig meetbaar als die van werkmaatschappijen van ondernemingen. En er is ook nog zoiets als het politieke primaat. Kortom, er liggen beren op de weg. Maar laten we eens beginnen met een mentaliteitsverandering; alle respect voor inzet en vakmanschap van beleidsambtenaren, maar prestaties van uitvoerders zijn het allerbelangrijkst. Praten over problemen wordt gewaardeerd, maar kwesties oplossen wordt hoger aangeslagen. En een mens congresseert dus niet 'uitsluitend over beleidsontwikkeling en niet over uitvoering', want dan verdoet dat mens zijn tijd. Goed. Tijdens de geanimeerde discussie in Den Haag werd duidelijk dat van de 120 duizend rijksambtenaren er tienduizend werken als beleidsambtenaar. Begin eens met de helft.
Een ander groot gevaar is dat die ex-beleidsambtenaren in de uitvoering een leidinggevende functie krijgen en de basisbeginselen van behoorlijk bestuur niet kennen. Ze zitten een vakman, een uitvoerder, in de weg en zij bezondigen zich aan management by hypocrisy en onkunde.
Champignon management: feed them shit and keep them in the dark.
Y-factor
Wat nou x-factor ? De y-factor, die gaat het helemaal maken !
Whether you're black, white, jewish, coloured or wearing this crazy mozart wig, remember we all come from punami.
Now me, myself, I'd like to visit punami as often as I can.
Whether you're black, white, jewish, coloured or wearing this crazy mozart wig, remember we all come from punami.
Now me, myself, I'd like to visit punami as often as I can.
Sting
Hu, in 2007 vond ik dit blijkbaar goed, nu vind ik het een draak. Laat maar staan.
Gestolen of gesloten auto
Laat in de nacht, dure auto, lege straat. Ik heb een elektrische ontsteker in mijn zak, dat is wat ik doe. Het kost niet veel tijd, wees niet bang. Ik kan daarmee elke auto starten, net zoals een gentleman-dief-filmster. Ik ben een arme jongen in een auto van een rijke stinkerd. Dus fluister ik tegen de auto: doe de lichten maar aan. En we rijden de nacht in.
Oh, de geur van het leer prikkelt mijn verbeelding; ik doe alsof ik directeur ben van een middelgroot bedrijf. Twee kinderen en een vrouw. Zou ik me dan nog afvragen of dit nou alles is wat er is ? Er is een probleem. Ik, de aristocratische directeur, vertel haar dat ik een eenzame man ben en breng de nacht bij mijn minnares door, je ruikt de geur van haar parfum in de gestolen auto. En de woorden van mijn minnares hoor ik zachtjes in het geluid van de zoemende V8 motor.
“Neem me alsjeblieft mee uit, dansen, ik ben zo vaak eenzaam. Je hebt beloofd dat we uit zouden gaan, dat zei je nog aan de telefoon. Neem je me mee uit ?”, zegt de motor.
Ik stel me zo zijn vrouw voor, ze ziet er niet bepaald als de domste uit. Ze haalt de kinderen op van een of andere dure school. Ze denkt eraan hoe hij gisteren vertelde dat hij tot laat in de nacht moest doorwerken om de cijfers en presentatie in orde te krijgen. Maar de geur van parfum om hem heen vindt ze al niet eens meer verdacht en de kinderen willen maar niet stil zijn, terwijl ze door de nacht rijdt.
“Neem me nou eens mee uit ? Ik ben altijd maar alleen. Je had beloofd dat we zouden gaan stappen, dat zei je nog aan de telefoon. Ik leef eigenlijk alleen maar in donkere kamers. Zullen we samen uitgaan ?”, zegt de motor in mijn oren.
Daar zit ik dan in mijn gestolen auto voor een verkeerslicht. Het wordt groen en ik reis naar het einde van de nacht.
"Neem me mee uit. Neem me mee. Neem me mee. Neem me alsjeblieft mee. Altijd maar alleen. Net dood. Neem me mee. Neem me alsjeblieft mee."
Gestolen of gesloten auto
Laat in de nacht, dure auto, lege straat. Ik heb een elektrische ontsteker in mijn zak, dat is wat ik doe. Het kost niet veel tijd, wees niet bang. Ik kan daarmee elke auto starten, net zoals een gentleman-dief-filmster. Ik ben een arme jongen in een auto van een rijke stinkerd. Dus fluister ik tegen de auto: doe de lichten maar aan. En we rijden de nacht in.
Oh, de geur van het leer prikkelt mijn verbeelding; ik doe alsof ik directeur ben van een middelgroot bedrijf. Twee kinderen en een vrouw. Zou ik me dan nog afvragen of dit nou alles is wat er is ? Er is een probleem. Ik, de aristocratische directeur, vertel haar dat ik een eenzame man ben en breng de nacht bij mijn minnares door, je ruikt de geur van haar parfum in de gestolen auto. En de woorden van mijn minnares hoor ik zachtjes in het geluid van de zoemende V8 motor.
“Neem me alsjeblieft mee uit, dansen, ik ben zo vaak eenzaam. Je hebt beloofd dat we uit zouden gaan, dat zei je nog aan de telefoon. Neem je me mee uit ?”, zegt de motor.
Ik stel me zo zijn vrouw voor, ze ziet er niet bepaald als de domste uit. Ze haalt de kinderen op van een of andere dure school. Ze denkt eraan hoe hij gisteren vertelde dat hij tot laat in de nacht moest doorwerken om de cijfers en presentatie in orde te krijgen. Maar de geur van parfum om hem heen vindt ze al niet eens meer verdacht en de kinderen willen maar niet stil zijn, terwijl ze door de nacht rijdt.
“Neem me nou eens mee uit ? Ik ben altijd maar alleen. Je had beloofd dat we zouden gaan stappen, dat zei je nog aan de telefoon. Ik leef eigenlijk alleen maar in donkere kamers. Zullen we samen uitgaan ?”, zegt de motor in mijn oren.
Daar zit ik dan in mijn gestolen auto voor een verkeerslicht. Het wordt groen en ik reis naar het einde van de nacht.
"Neem me mee uit. Neem me mee. Neem me mee. Neem me alsjeblieft mee. Altijd maar alleen. Net dood. Neem me mee. Neem me alsjeblieft mee."
Friday, January 12, 2007
Pain can be a very positive thing
Een loewe aventos breedbeeld tv kopen (16:9, hxbxd: 53x70x50) en je eerst vergapen aan het beeld. Die dure lcd rommel hoef ik niet, ik wil een mooie compleet “uit”ontwikkelde techniek. Opeens trekt de bijbehorende kartonnen doos je aandacht.
Hee, daar ga ik eens in zitten. Weet je wat, ik doe de deksel ook nog dicht. Huuuu, donker. En er dan met een gelukzalige glimlach uitkruipen.
Ik pak mijn mobiele telefoontje erbij. Onvoorstelbaar dat iedereen nu met zo’n mobiele vibrator op zak loopt. Bellen uit mijn kartonnen doos:
“Zeg, ik bel je vanuit mijn tweede woning !”
“Zo, zo.”
“Ja, ja, toch nog een tweede hypotheekje los weten te krijgen van Zalm !”
“Waar dan ?”, wordt er zunigjes gevraagd.
“In La Haye-sur-mer, 450 kilometer ten Noorden van Parijs !”
“Ha, ha”
“Ja, ik heb een nieuwe tv gekocht en nu zit ik in mijn nieuwe huis, mijn nieuwe kartonnen doos !”
Zucht, ik ben 43 jaar. Gniffel te veel in mezelf. Alsof iemand dit leuk vindt.
En dan komen de drie kinderen thuis en hoop je dat ze nog meer lol zullen beleven aan die kartonnen doos dan jij. Heeft je vriendin die doos met een chaggerijnig gezicht in de regen gezet. The greatest men are the most alone.
Hee, daar ga ik eens in zitten. Weet je wat, ik doe de deksel ook nog dicht. Huuuu, donker. En er dan met een gelukzalige glimlach uitkruipen.
Ik pak mijn mobiele telefoontje erbij. Onvoorstelbaar dat iedereen nu met zo’n mobiele vibrator op zak loopt. Bellen uit mijn kartonnen doos:
“Zeg, ik bel je vanuit mijn tweede woning !”
“Zo, zo.”
“Ja, ja, toch nog een tweede hypotheekje los weten te krijgen van Zalm !”
“Waar dan ?”, wordt er zunigjes gevraagd.
“In La Haye-sur-mer, 450 kilometer ten Noorden van Parijs !”
“Ha, ha”
“Ja, ik heb een nieuwe tv gekocht en nu zit ik in mijn nieuwe huis, mijn nieuwe kartonnen doos !”
Zucht, ik ben 43 jaar. Gniffel te veel in mezelf. Alsof iemand dit leuk vindt.
En dan komen de drie kinderen thuis en hoop je dat ze nog meer lol zullen beleven aan die kartonnen doos dan jij. Heeft je vriendin die doos met een chaggerijnig gezicht in de regen gezet. The greatest men are the most alone.
Tuesday, January 9, 2007
Nazmiye Oral: de Hollandse man
De Hollandse man
Het begon allemaal met die hellehond van een Rutger. Een onbehaarde jongensachtige borst. Knalblauwe brutale ogen. De mond in een eeuwig spottende glimlach. Het zien van zijn verschijning had onrustige adolescente dromen tot gevolg. Hij was een man zonder schaamte, de eerste die ik zag. Het maakte me woest en het wond me onmetelijk op. Maar hij had concurrentie. In Derek. Een heel ander type. Lang, donker, zwijgzaam, artistiek, gekweld mysterieus. Mijn onrustige dromen vol lust veranderden soms in huis-tuin-en-keuken muizenissen van romantische aard: wie nam ik mee naar bed die nacht: Rutger of Derek ? Allebei dan maar.
Rutger Hauer en Derek de Lint, met deze twee mannen begon mijn liefde voor de Hollandse man. De liefde betrof eerst het fysieke. Verbaasd als ik was door zijn haast vrouwelijke verschijning. Minder behaard dan de meeste zuidelijke vrouwen die ik ken, met zo’n fijn gezichtje en zachte roze lippen. Maar het meest intrigerende aan deze man was zijn aard. Hij had zachte manieren. Hij maakte zijn eigen eten. Hij waste zijn eigen kleren. Hij claimde zijn vrouw niet en kon haar zelfs delen met een andere man (hm ?!). De Hollandse man leek too good to be true.
Een zachtaardige vrijgevochten man. Een man die zelfs onderdanig durfde te zijn, zonder een greintje angst voor verlies van zijn mannelijkheid.
Nou, de Hollandse man was alles wat ik dacht dat hij was. Hoe lijzig zijn voorkomen ook, hij was een onvermoeibare en zeer gedienstige bedpartner.
Uren, zo nodig dagen achterheen in bed, in orale adoratie je vervoerend van hoogtepunt naar hoogtepunt, naar hoogtepunt. Welke vrouw kan daar weerstand aan bieden ? Aan deze man, die naast deze nachtelijke en dagelijkse sessies je ook nog eens met zijn eigen handen voedt. Je masseert. Je eindeloze kopjes thee maakt. Nog even sigaretten voor je gaat halen om drie uur ’s nachts ?
Maar er dreigt een gevaar voor de Hollandse man. Her en der lees ik in bladen dat de Hollandse vrouw hem wil opleuken. Hij is te slap, vindt ze. Hij moet mannelijker. Stoerder. Meer macho. Het aantal gevallen van in elkaar geslagen mannen neemt sterk toe.
Lieve man, ik zeg je, zeurt ze ? Ga bij haar weg. Dat zal d’r leren, de bitch. Verander niet. Blijf jezelf. Zoek een vrouw die je wel waardeert. Verruim je blikveld. Tik eens op het slaapraam van een oosterse schone. Je hebt geen idee hoe ze wachten en smachten in hun eenzame bedden. Onderdrukte vrouwelijkheid, niet geleefde seksualiteit en al jaren gedwongen maagd. Ze zal je met open armen verwelkomen. De dekens terugslaan en je een plek aanbieden aan haar borst.
Je zult thuiskomen. Eindelijk. Bij een vrouw die je zachte kracht waardeert. Jij zult van haar je exotische prinses maken. Want het aanbidden zit je in het bloed. Je zult haar wonden helen, haar lijf vieren en haar geven waar ze naar verlangt: het gevoel dat ze mag zijn. En onverwacht zul je een cadeautje krijgen. Want zij zal doen waar zij goed in is. Zij zal naar je opkijken met haar lange zwarte wimpers en donkere gloeiende ogen en van jou, in één blik, een onoverwinnelijke man maken. Een match made in heaven.
Vergelijk dit nou eens met “we hebben geïnvesteerd in het denken over de toekomst en die is ons buitengewoon goed bevallen” van Balkenende. Lees af en toe de zinnen en uitspraken van Jan Peter. Jaag hem op, stuur hem weg, verban hem !
In Brussel gezien in 1990: twee homo’s die hand in hand lopen, waarvan er één een harde trap voor zijn achterste krijgt van een man met marrokaans/turks/grieks uiterlijk.
Op televisie gezien: een Turkse man die zo goed als zeker Nederlandse dames verkracht en vermoord heeft en roept: “dat ik nu de gevangenis in moet is het gevolg van politiek gemarchandeer. Ik ben politiek gevangene !” Dus zo denkt die ene Turkse man over vrouwen: dat ik twee vrouwen vermoord heb is onbelangrijk, daar veroordeelt justitie je niet voor in Turkije. Het komt omdat Nederland is gaan klagen. Politiek !
Vrouwen in een vreedzame demonstratie in Istanbul. Turkse politieagenten rammen erop met lange en korte wapenstokken. Die vrouwen werden echt compleet in elkaar geramd. Een mond vol bloed.
Vrouwenbesnijdenis. Brrrr.
Een vriend: “die Islam zet ons potdomme weer 50 jaar terug in de tijd ! Waren we eindelijk van die griffermeerden en katholieken af en dan herleeft dat allemaal weer, ook door de Islam” (griffermeerd: schrijfwijze waarin Multatuli uitstekend het bekrompen, laagburgerlijke karakter van de gereformeerden uitdrukte (in 1850).
Andere vriend: “tsja, de griffermeerden krijgen 4-8 kinderen, één afvallige en die 3-7 andere kinderen krijgen ook weer 4-8 kinderen, zo krijg je van die bekrompen Amersfoortse scholen. De bible belt floreert. ”
Multatuli: “Wat ik u geef zal waarheid wezen.” Zag hij dan niet in dat het schrijven van literaire teksten onvermijdelijk met zich meebrengt dat men af en toe, ter wille van het effect, moet overdrijven, fantaseren of, met andere woorden, liegen ? Of zag hij dat juist wel in, en heeft hij daarom al in 1877 de pen neergelegd ? Was de onvermijdelijke literaire leugen hem een gruwel ? Aan Tine, zijn vrouw, legt hij de vraag voor: wil je dat ik je bedrieg of bedroef ?
Toen ik dit zinnetje eens tegen mijn vrouw uitte, zei ze: “Als je zo begint, sodemieter dan maar helemaal op.”
Een vriend van mij heeft sinds 7 maanden kennis aan een fascistische kordate en gevaarlijke vvd blondine.
“Vreemd gaan ?", vroeg ik.
"Wie weet", sprak hij.
“Pas op, of anders ram ik de poot van het nijntje krukje in je hol !” (5 cm doorsnede), zei de vvd vriendin.
Hij keek niet blij, zelfs wat angstig.
Ik blijf maar rustig achter mijn pc zitten. Mij hoor je niet. Mij zie je niet. Mijn naam is haas. Zouden veel Nederlandse mannen en vrouwen ook op de exclusieve “saab” vallen omdat er eigenlijk “baas” staat ?
Het begon allemaal met die hellehond van een Rutger. Een onbehaarde jongensachtige borst. Knalblauwe brutale ogen. De mond in een eeuwig spottende glimlach. Het zien van zijn verschijning had onrustige adolescente dromen tot gevolg. Hij was een man zonder schaamte, de eerste die ik zag. Het maakte me woest en het wond me onmetelijk op. Maar hij had concurrentie. In Derek. Een heel ander type. Lang, donker, zwijgzaam, artistiek, gekweld mysterieus. Mijn onrustige dromen vol lust veranderden soms in huis-tuin-en-keuken muizenissen van romantische aard: wie nam ik mee naar bed die nacht: Rutger of Derek ? Allebei dan maar.
Rutger Hauer en Derek de Lint, met deze twee mannen begon mijn liefde voor de Hollandse man. De liefde betrof eerst het fysieke. Verbaasd als ik was door zijn haast vrouwelijke verschijning. Minder behaard dan de meeste zuidelijke vrouwen die ik ken, met zo’n fijn gezichtje en zachte roze lippen. Maar het meest intrigerende aan deze man was zijn aard. Hij had zachte manieren. Hij maakte zijn eigen eten. Hij waste zijn eigen kleren. Hij claimde zijn vrouw niet en kon haar zelfs delen met een andere man (hm ?!). De Hollandse man leek too good to be true.
Een zachtaardige vrijgevochten man. Een man die zelfs onderdanig durfde te zijn, zonder een greintje angst voor verlies van zijn mannelijkheid.
Nou, de Hollandse man was alles wat ik dacht dat hij was. Hoe lijzig zijn voorkomen ook, hij was een onvermoeibare en zeer gedienstige bedpartner.
Uren, zo nodig dagen achterheen in bed, in orale adoratie je vervoerend van hoogtepunt naar hoogtepunt, naar hoogtepunt. Welke vrouw kan daar weerstand aan bieden ? Aan deze man, die naast deze nachtelijke en dagelijkse sessies je ook nog eens met zijn eigen handen voedt. Je masseert. Je eindeloze kopjes thee maakt. Nog even sigaretten voor je gaat halen om drie uur ’s nachts ?
Maar er dreigt een gevaar voor de Hollandse man. Her en der lees ik in bladen dat de Hollandse vrouw hem wil opleuken. Hij is te slap, vindt ze. Hij moet mannelijker. Stoerder. Meer macho. Het aantal gevallen van in elkaar geslagen mannen neemt sterk toe.
Lieve man, ik zeg je, zeurt ze ? Ga bij haar weg. Dat zal d’r leren, de bitch. Verander niet. Blijf jezelf. Zoek een vrouw die je wel waardeert. Verruim je blikveld. Tik eens op het slaapraam van een oosterse schone. Je hebt geen idee hoe ze wachten en smachten in hun eenzame bedden. Onderdrukte vrouwelijkheid, niet geleefde seksualiteit en al jaren gedwongen maagd. Ze zal je met open armen verwelkomen. De dekens terugslaan en je een plek aanbieden aan haar borst.
Je zult thuiskomen. Eindelijk. Bij een vrouw die je zachte kracht waardeert. Jij zult van haar je exotische prinses maken. Want het aanbidden zit je in het bloed. Je zult haar wonden helen, haar lijf vieren en haar geven waar ze naar verlangt: het gevoel dat ze mag zijn. En onverwacht zul je een cadeautje krijgen. Want zij zal doen waar zij goed in is. Zij zal naar je opkijken met haar lange zwarte wimpers en donkere gloeiende ogen en van jou, in één blik, een onoverwinnelijke man maken. Een match made in heaven.
Vergelijk dit nou eens met “we hebben geïnvesteerd in het denken over de toekomst en die is ons buitengewoon goed bevallen” van Balkenende. Lees af en toe de zinnen en uitspraken van Jan Peter. Jaag hem op, stuur hem weg, verban hem !
In Brussel gezien in 1990: twee homo’s die hand in hand lopen, waarvan er één een harde trap voor zijn achterste krijgt van een man met marrokaans/turks/grieks uiterlijk.
Op televisie gezien: een Turkse man die zo goed als zeker Nederlandse dames verkracht en vermoord heeft en roept: “dat ik nu de gevangenis in moet is het gevolg van politiek gemarchandeer. Ik ben politiek gevangene !” Dus zo denkt die ene Turkse man over vrouwen: dat ik twee vrouwen vermoord heb is onbelangrijk, daar veroordeelt justitie je niet voor in Turkije. Het komt omdat Nederland is gaan klagen. Politiek !
Vrouwen in een vreedzame demonstratie in Istanbul. Turkse politieagenten rammen erop met lange en korte wapenstokken. Die vrouwen werden echt compleet in elkaar geramd. Een mond vol bloed.
Vrouwenbesnijdenis. Brrrr.
Een vriend: “die Islam zet ons potdomme weer 50 jaar terug in de tijd ! Waren we eindelijk van die griffermeerden en katholieken af en dan herleeft dat allemaal weer, ook door de Islam” (griffermeerd: schrijfwijze waarin Multatuli uitstekend het bekrompen, laagburgerlijke karakter van de gereformeerden uitdrukte (in 1850).
Andere vriend: “tsja, de griffermeerden krijgen 4-8 kinderen, één afvallige en die 3-7 andere kinderen krijgen ook weer 4-8 kinderen, zo krijg je van die bekrompen Amersfoortse scholen. De bible belt floreert. ”
Multatuli: “Wat ik u geef zal waarheid wezen.” Zag hij dan niet in dat het schrijven van literaire teksten onvermijdelijk met zich meebrengt dat men af en toe, ter wille van het effect, moet overdrijven, fantaseren of, met andere woorden, liegen ? Of zag hij dat juist wel in, en heeft hij daarom al in 1877 de pen neergelegd ? Was de onvermijdelijke literaire leugen hem een gruwel ? Aan Tine, zijn vrouw, legt hij de vraag voor: wil je dat ik je bedrieg of bedroef ?
Toen ik dit zinnetje eens tegen mijn vrouw uitte, zei ze: “Als je zo begint, sodemieter dan maar helemaal op.”
Een vriend van mij heeft sinds 7 maanden kennis aan een fascistische kordate en gevaarlijke vvd blondine.
“Vreemd gaan ?", vroeg ik.
"Wie weet", sprak hij.
“Pas op, of anders ram ik de poot van het nijntje krukje in je hol !” (5 cm doorsnede), zei de vvd vriendin.
Hij keek niet blij, zelfs wat angstig.
Ik blijf maar rustig achter mijn pc zitten. Mij hoor je niet. Mij zie je niet. Mijn naam is haas. Zouden veel Nederlandse mannen en vrouwen ook op de exclusieve “saab” vallen omdat er eigenlijk “baas” staat ?
Sunday, January 7, 2007
Vroon en Verschrijver: Rapport
Elke dag worden we verrijkt met een aantal controversiële onderwerpen. Wie daar verstand van heeft en er iets over zegt, loopt vanuit de organisatie of het bedrijf waar hij/zij werkt het risico ontslagen te worden.
We verbieden elkaar steeds vaker de hersens te gebruiken en besteden de boel uit aan interim-managers en organisatie-advizeurs. Incompetente juristen en dito “leidinggevenden” kunnen zelf geen deugdelijk besluit nemen, maar laten dat liever aan de rechter of een ander over, die helemaal niet bevoegd is om een besluit te nemen. Ongetwijfeld verrichten zulke mensen buitengewoon nuttige arbeid, maar soms vraag ik me af of al die (krijtjes)pakken en vette lease-auto’s wel nodig zijn. Zo zijn er universiteiten die jarenlang voor enkele duizenden guldens per dag interim-managers inhuren, terwijl zij in eigen gelederen personeel hebben dat zulke mensen opleidt.
Toen ik onlangs mijn olie lekkende motorfiets wilde starten, bleek een vriendelijke geest verdere bodemvervuiling te hebben willen voorkomen door wat papieren onder het blok te leggen. Op weg naar de afvalbak viel mijn oog op de woorden McKinsey and Company, en de titel: “Herwinnen van aantrekkingskracht door versterking van televisieprogrammering; hoofdelementen voor een meerjarenplan van de Nederlandse publieke omroep”.
Het stuk telt veertien pagina’s, die grotendeels blanco zijn, maar volgens een bijgeschreven memo heeft het twee miljoen gulden (1990 geschreven, inmiddels is dat hetzelfde bedrag in EUR) opgebracht. Dat moet dus een onvoorstelbaar knap verhaal zijn. Gauw naar de portier van een omroep brengen. Nee, natuurlijk niet, je kunt een arbeider niet zo maar een intellectueel rapport geven. Zelf bewaren en lezen dus:
“Om in de toekomst haar bestaansrecht waar te maken” Wat is dat nou ? Slecht taalgebruik in de eerste zin ? Kan McKinsey voor vier mille per dag of daaromtrent niet eens Nederlands schrijven ? Je hebt bestaansrecht of je maakt je waar. Pleonasme, net zoals “overnieuw”. Foutief Nederlands ! Het is “opnieuw” of “over”. Overnieuw is geen goed Nederlands, dames en heren. Maar goed, wat valt er waar te maken ?
“De publieke omroep heeft een rijke historie, maar gaat tenzij drastisch wordt ingegrepen een arme toekomst tegemoet. RTL-4 heeft één jaar na zijn start al meer kijkers dan ieder van de publieke zenders en de opmars van de commerciële televisie lijkt nog niet ten einde (…). Als niet snel opgetreden wordt, zal dit tot een onacceptabele verdere verschraling van het programma-aanbod leiden.”
Nou, en ? Wat moeten we met al dat operatiebloed, het geklets over taboes en mensen die god gevonden of gezien hebben bij de EO ? En was Willem I niet onze koning-koopman, en Lubbers naar eigen zeggen minister-ondernemer ? Als de verzuilde zooi in dit land geen kijkers meer trekt, dan heft de boel zichzelf gewoon op.
Maar ja, McKinsey moet voor twee miljoen pietermannen nog dertien pagina’s vollullen, dus dat gaat zomaar niet. Met behulp van “pakkend Nederlands drama, spraakmakende actualiteitenrubrieken en identiteitsprogramma’s van hoog journalistiek niveau (wat in de lieve vrede zijn identiteitsprogramma’s ? wat is een hoog journalistiek niveau ? Hoe meet je zoiets ? Waarderingscijfers ? ) kan een positieve en herkenbare profilering bereikt worden ten opzichte van commerciële televisie”.
En hoe dan wel ? “Het streven moet zijn om een zodanig evenwichtige programmamix te bereiken dat op elk tijdstip publiekssegmenten bereikt worden die variëren qua omvang en interessegebieden. Zie schema B”.
Wat is dat nou ? Schema B bestaat uit een soort asperges, opgebouwd uit “programmatische versterkingen”. Daar moeten we meer van weten.
“Door vergaande structurele samenwerking en coördinatie tussen de zendgemachtigden wordt de weg naar sterkere programmering geopend en kunnen de hiervoor benodigde middelen structureel worden vrijgemaakt”. Godallemachtig, na zes keer lezen snap ik het nog niet, maar zie schema C.
Wij bedienen ons van onder andere de volgende middelen. Meerjarenplanning/informatiesystemen, regelmatige terugkoppeling/bijsturing, bredere invulling programma mix, kostenreductie uitzendproces, aantrekkelijk maken van fusies, verschuiven van cursussen en minderhedenzendtijd (naar momenten waarop het Neerlands bloed in z’n nest ligt), en natuurlijk: effectievere inning omroepbijdragen. Ja, als je zo’n bureau in de arm neemt, zul je wel moeten.
En hoe gaan wij dat organiseren ? Zie schema D.
“RANDVOORWAARDE: aanscherping van programmavoorschrift per hoofdtijdvak”. Snap ik ook al niet. Zie schema E. Weer een partij asperges, maar nu naar beneden wijzend. Er dreigt een financieel tekort ! Wat doen we daaraan ? Zie schema F: “Toevluchtsmogelijkheden”. De minister van W(V)C gelieve tweehonderd miljoen te betalen, en de omroepbijdrage moet omhoog.
Natuurlijk, wat McKinsey heeft durven afleveren is schaamteloze fleuteldreut, maar eerlijk is eerlijk: elke organisatie krijgt de adviseurs die zij verdient. Elke organisatie krijgt advizeurs die eraan verdienen.
Dit is geschreven in 1990 door Piet Vroon.
Verschrijver 2007:
Elk land krijgt de premier die het verdient: “we hebben geïnvesteerd in het denken over de toekomst en die is ons buitengewoon goed bevallen”, aldus JPB, leider van het christelijk appél op 6 januari 2007 in de Volkskrant.
“Er is sprake van voldoende gemeenschappelijkheid. Nu is het de vraag of er genoeg passie is om een duidelijke missie te formuleren.” André Rouvoet, leider ChristenUnie.
“We wilden de diepte ingaan en dat is gelukt.” Herman Wijffels.
Ik wens u allen veel succes bij uw speleologische activiteiten.
Klik
Sinds 1992 heb ik zo’n zeventien rapporten van Berenschot en McKinsey gelezen. Telkens weer dezelfde schaamteloze fleuteldreut. Vaak kreeg ik het idee dat er een basisexemplaar klaar lag en dat er een andere provincie- , gemeente-, bedrijfsonderdelen-, overheidsdirectie-, what-have-you-naam werd ingevuld.
Nota bene de parallel met voorgaande artikelen “kwaliteit” van Ronald Plasterk en “is Kant riskant ?” van Maarten ’t Hart. Het bovenstaande geldt eigenlijk voor veel meer: overal dezelfde lulkoek.
Sinds 2002 lees ik die rapporten nauwelijks meer, heel soms de samenvatting en dan zie ik meteen dat er sinds 1990 bijzonder weinig veranderd is. Veel mensen “kicken” op het berenschot en mc kinsey logo. Soms gaan de geldkranen daardoor wijder open en kunnen ze weer meer personeel werven/aannemen.
Hoera, weer een trapje hoger op de jacobsladder.
Zap
Het maakt nogal uit of je krakers omschrijft als “van idealen bezielde jongelui” of “langharig werkschuw tuig.”
“Dat scheelt nogal een slok op een borrel”, zei een voorzitter (soort opperrechter) bij de Raad van State bij elke zitting. Toen Scholten of een ander overleden was (de voormalige baas van de Reet van onze Steet) had deze gereformeerde over zijn graf heen geregeerd en gedecreteerd dat er geen alcohol geschonken mocht worden (of was het nu bij zijn afscheidsreceptie ? ). Iedereen zwaar chagerijnig/sjaggerijnig.
Zap
“Zorg pot enorme hoeveelheden geld op.” Het vermogen van instellingen voor gehandicaptenzorg bedraagt nu 12 procent van de totale omzet. In 2005 alleen al werd op dit bedrag 35 miljoen EUR winst gemaakt. Voorzitter Westerberg van ouderorganisatie WOI/VOGG noemt de winstmarges in wat traditioneel een nonprofitsector is “meer dan ernstig, eigenlijk bedrog”.
Klik
Wat zou u liever doen, heren, dames ? Praten, hard werken, vergaderen, overleggen, achter het bureau zitten of skiën, over het strand wandelen of door de duinen lopen, een goed boek lezen, naar mooie muziek luisteren, die prachtige film of sauna en massage,
We verbieden elkaar steeds vaker de hersens te gebruiken en besteden de boel uit aan interim-managers en organisatie-advizeurs. Incompetente juristen en dito “leidinggevenden” kunnen zelf geen deugdelijk besluit nemen, maar laten dat liever aan de rechter of een ander over, die helemaal niet bevoegd is om een besluit te nemen. Ongetwijfeld verrichten zulke mensen buitengewoon nuttige arbeid, maar soms vraag ik me af of al die (krijtjes)pakken en vette lease-auto’s wel nodig zijn. Zo zijn er universiteiten die jarenlang voor enkele duizenden guldens per dag interim-managers inhuren, terwijl zij in eigen gelederen personeel hebben dat zulke mensen opleidt.
Toen ik onlangs mijn olie lekkende motorfiets wilde starten, bleek een vriendelijke geest verdere bodemvervuiling te hebben willen voorkomen door wat papieren onder het blok te leggen. Op weg naar de afvalbak viel mijn oog op de woorden McKinsey and Company, en de titel: “Herwinnen van aantrekkingskracht door versterking van televisieprogrammering; hoofdelementen voor een meerjarenplan van de Nederlandse publieke omroep”.
Het stuk telt veertien pagina’s, die grotendeels blanco zijn, maar volgens een bijgeschreven memo heeft het twee miljoen gulden (1990 geschreven, inmiddels is dat hetzelfde bedrag in EUR) opgebracht. Dat moet dus een onvoorstelbaar knap verhaal zijn. Gauw naar de portier van een omroep brengen. Nee, natuurlijk niet, je kunt een arbeider niet zo maar een intellectueel rapport geven. Zelf bewaren en lezen dus:
“Om in de toekomst haar bestaansrecht waar te maken” Wat is dat nou ? Slecht taalgebruik in de eerste zin ? Kan McKinsey voor vier mille per dag of daaromtrent niet eens Nederlands schrijven ? Je hebt bestaansrecht of je maakt je waar. Pleonasme, net zoals “overnieuw”. Foutief Nederlands ! Het is “opnieuw” of “over”. Overnieuw is geen goed Nederlands, dames en heren. Maar goed, wat valt er waar te maken ?
“De publieke omroep heeft een rijke historie, maar gaat tenzij drastisch wordt ingegrepen een arme toekomst tegemoet. RTL-4 heeft één jaar na zijn start al meer kijkers dan ieder van de publieke zenders en de opmars van de commerciële televisie lijkt nog niet ten einde (…). Als niet snel opgetreden wordt, zal dit tot een onacceptabele verdere verschraling van het programma-aanbod leiden.”
Nou, en ? Wat moeten we met al dat operatiebloed, het geklets over taboes en mensen die god gevonden of gezien hebben bij de EO ? En was Willem I niet onze koning-koopman, en Lubbers naar eigen zeggen minister-ondernemer ? Als de verzuilde zooi in dit land geen kijkers meer trekt, dan heft de boel zichzelf gewoon op.
Maar ja, McKinsey moet voor twee miljoen pietermannen nog dertien pagina’s vollullen, dus dat gaat zomaar niet. Met behulp van “pakkend Nederlands drama, spraakmakende actualiteitenrubrieken en identiteitsprogramma’s van hoog journalistiek niveau (wat in de lieve vrede zijn identiteitsprogramma’s ? wat is een hoog journalistiek niveau ? Hoe meet je zoiets ? Waarderingscijfers ? ) kan een positieve en herkenbare profilering bereikt worden ten opzichte van commerciële televisie”.
En hoe dan wel ? “Het streven moet zijn om een zodanig evenwichtige programmamix te bereiken dat op elk tijdstip publiekssegmenten bereikt worden die variëren qua omvang en interessegebieden. Zie schema B”.
Wat is dat nou ? Schema B bestaat uit een soort asperges, opgebouwd uit “programmatische versterkingen”. Daar moeten we meer van weten.
“Door vergaande structurele samenwerking en coördinatie tussen de zendgemachtigden wordt de weg naar sterkere programmering geopend en kunnen de hiervoor benodigde middelen structureel worden vrijgemaakt”. Godallemachtig, na zes keer lezen snap ik het nog niet, maar zie schema C.
Wij bedienen ons van onder andere de volgende middelen. Meerjarenplanning/informatiesystemen, regelmatige terugkoppeling/bijsturing, bredere invulling programma mix, kostenreductie uitzendproces, aantrekkelijk maken van fusies, verschuiven van cursussen en minderhedenzendtijd (naar momenten waarop het Neerlands bloed in z’n nest ligt), en natuurlijk: effectievere inning omroepbijdragen. Ja, als je zo’n bureau in de arm neemt, zul je wel moeten.
En hoe gaan wij dat organiseren ? Zie schema D.
“RANDVOORWAARDE: aanscherping van programmavoorschrift per hoofdtijdvak”. Snap ik ook al niet. Zie schema E. Weer een partij asperges, maar nu naar beneden wijzend. Er dreigt een financieel tekort ! Wat doen we daaraan ? Zie schema F: “Toevluchtsmogelijkheden”. De minister van W(V)C gelieve tweehonderd miljoen te betalen, en de omroepbijdrage moet omhoog.
Natuurlijk, wat McKinsey heeft durven afleveren is schaamteloze fleuteldreut, maar eerlijk is eerlijk: elke organisatie krijgt de adviseurs die zij verdient. Elke organisatie krijgt advizeurs die eraan verdienen.
Dit is geschreven in 1990 door Piet Vroon.
Verschrijver 2007:
Elk land krijgt de premier die het verdient: “we hebben geïnvesteerd in het denken over de toekomst en die is ons buitengewoon goed bevallen”, aldus JPB, leider van het christelijk appél op 6 januari 2007 in de Volkskrant.
“Er is sprake van voldoende gemeenschappelijkheid. Nu is het de vraag of er genoeg passie is om een duidelijke missie te formuleren.” André Rouvoet, leider ChristenUnie.
“We wilden de diepte ingaan en dat is gelukt.” Herman Wijffels.
Ik wens u allen veel succes bij uw speleologische activiteiten.
Klik
Sinds 1992 heb ik zo’n zeventien rapporten van Berenschot en McKinsey gelezen. Telkens weer dezelfde schaamteloze fleuteldreut. Vaak kreeg ik het idee dat er een basisexemplaar klaar lag en dat er een andere provincie- , gemeente-, bedrijfsonderdelen-, overheidsdirectie-, what-have-you-naam werd ingevuld.
Nota bene de parallel met voorgaande artikelen “kwaliteit” van Ronald Plasterk en “is Kant riskant ?” van Maarten ’t Hart. Het bovenstaande geldt eigenlijk voor veel meer: overal dezelfde lulkoek.
Sinds 2002 lees ik die rapporten nauwelijks meer, heel soms de samenvatting en dan zie ik meteen dat er sinds 1990 bijzonder weinig veranderd is. Veel mensen “kicken” op het berenschot en mc kinsey logo. Soms gaan de geldkranen daardoor wijder open en kunnen ze weer meer personeel werven/aannemen.
Hoera, weer een trapje hoger op de jacobsladder.
Zap
Het maakt nogal uit of je krakers omschrijft als “van idealen bezielde jongelui” of “langharig werkschuw tuig.”
“Dat scheelt nogal een slok op een borrel”, zei een voorzitter (soort opperrechter) bij de Raad van State bij elke zitting. Toen Scholten of een ander overleden was (de voormalige baas van de Reet van onze Steet) had deze gereformeerde over zijn graf heen geregeerd en gedecreteerd dat er geen alcohol geschonken mocht worden (of was het nu bij zijn afscheidsreceptie ? ). Iedereen zwaar chagerijnig/sjaggerijnig.
Zap
“Zorg pot enorme hoeveelheden geld op.” Het vermogen van instellingen voor gehandicaptenzorg bedraagt nu 12 procent van de totale omzet. In 2005 alleen al werd op dit bedrag 35 miljoen EUR winst gemaakt. Voorzitter Westerberg van ouderorganisatie WOI/VOGG noemt de winstmarges in wat traditioneel een nonprofitsector is “meer dan ernstig, eigenlijk bedrog”.
Klik
Wat zou u liever doen, heren, dames ? Praten, hard werken, vergaderen, overleggen, achter het bureau zitten of skiën, over het strand wandelen of door de duinen lopen, een goed boek lezen, naar mooie muziek luisteren, die prachtige film of sauna en massage,
Subscribe to:
Posts (Atom)