Monday, November 27, 2006


Mano Verduveld. IJdelheid, mijn favoriete zonde.

Daarom kreeg ik een afkeer van het leven, want kwaad scheen mij het werk, dat onder de zon geschiedt: het is alles ijdelheid en najagen van wind...

(uit prediker, niet van verschrijver, die zit aangenaam in het zonnetje en schijnt het niet kwaad te hebben)

De deugd begeeft zich zelden op straat zonder dat de ijdelheid aan haar zijde gaat.

Manna Verschrijver

Verdonk, Verhagen, Verwaayen en Verschrijver

Sleuteltjes van onze tijd

De vrijmaking van de geest uit traditionele, door de Kerk in stand gehouden vormen, was een proces dat elke menselijke activiteit stimuleerde. De Renaissance toont ons het individu, lange tijd opgesloten in familie-, kerk- en werkgemeenschappen, dat zich begint te roeren. Enerzijds wordt een behoorlijk functionerende centrale regering mogelijk gemaakt, anderzijds zien we een aantal stoutmoedige en eerzuchtige individuen, wie het in de eerste plaats om geld en macht is te doen, op de voorgrond treden.

Deze, door geen scrupules in hun handelingen geremde individuen, vormen een ernstige bedreiging voor de vrijheid. Het Italië in de tijd van Machiavelli vertoont een chaotisch beeld, waarin machtsbeluste, eerzuchtige lieden steden en staten veroverden, ten koste van de zwakkeren en verschoppelingen. Gedwongen zich te handhaven in een wereld, waarin zij door vele rivalen voortdurend werden bedreigd, schrokken zij voor geen enkel verraad of geweld terug. Het leven van een mens telde dan ook uitermate weinig; ieder, die om de een of andere reden gevaarlijk werd geacht, moest uit de weg worden geruimd.





Ik, de Rita Verdonk, Verhagen (Max), Jan Peter (Peet), Verwaayen (Ben) en Deutsche Mark Rutte gingen gezellig in de besloten sauna van Mark zitten en vervolgens lekker zwemmen. Ineens zat Mark met mijn borsten te spelen. Dit verwachtte ik niet want meestal zijn mannen te verlegen, wat ik best jammer vind. Gelukkig had Mark een geweldige peeskamer met veel kaarsen, rode nagellak, lippenstift en hadden we allemaal voor sexy lingerie gezorgd. Ik had bovendien mijn beruchte dijbeen hoge zwartleren/rubberen kaplaarzen aangetrokken na het zwemmen. Ik was lekker geil en besloot Peet te gaan pijpen; uit ervaring weet ik dat hij er 10 minuten over doet met zijn 11 centimeter in erectie. Ik vroeg aan Mark of hij me van achteren wilde vingeren en beffen, voor zover mogelijk. Dat deed hij niet onverdienstelijk en opeens propte hij zijn 13 centimeter erin. Ooooh, man.

Max kwam de kamer binnen lopen uit het zwembad. “Vervloekt, betrapt”, hijgde Mark en met zo’n tien snelle stoten kwam hij zaaalig in me klaar. Max liep woedend op Mark af en sloeg hem bij me vandaan.“Klootzak, alleen kijken en met de hand hadden we afgesproken, in ruil voor een aanbeveling voor de ministerspost bij Peet, dat was de deal, leugenachtige hufter !”, zei Maxime. Ik had de tijd van mijn leven, want Max stopte agressief zijn stokstijf geworden 15 centimeter in mijn royale ruime vagina. Van achteren ! Ik genoot. Als Max mij zo neemt, dan zit al zijn bloed in zijn piemel en is hij nog meer een onthoofde kip dan ik ! Dan heb ik hem in mijn macht ! Mark zat nu heerlijk op een stoel te kijken hoe ik aan de lopende band klaarkwam.

“Oooooooh. Aaaaaaaah. Oooooooh”, zuchtte ik monotoon, maar hard, terwijl ik knipoogde naar Mark. Intussen pijpte ik Peet ook nog steeds op de ritmische stoten van zijn vriend Max. Daarbij heb ik dan allemaal geile gedachten, oooooh, die lekkere Peet nu pijpen, de Peet die na de moord op Fortuyn meteen verkiezingen wilde opdat zijn cda het grootste zou worden, wat een heeeeerlijke vent."Ooooooh, Aaaaaaaah. Ooooooh. Man. Ooooh.  23 cm, die moet ik verbannen, dat is me teveel, te nieuw, te anders siste opeens door mijn kop. Weer knipoogde ik geil naar Mark en naar Ben, die ook was komen binnenlopen. Die was meteen niet te houden bij het tafereel van een neukende Max en een gepijpte Peet en hij kwam naast me liggen met zijn stijve 9 cm. Tien handgebaren met mijn linkerhand en Ben kwam jankend klaar, dat moest hij namelijk uit eigen zak betalen. Max was door mijn rubberen/zwartleren kaplaarzen niet meer te houden. Mijn gekreun en gesteun en geile kreetjes en gilletjes maakten Max helemaal gek. “Dank je”, “Oh , dank je” “Oooooh, ik vind het zo heerlijk als jij in me klaar komt” zuchtte ik dan vol zogenaamde overgave.

Nu begon Max te prevelen:“Oooooh, Rita, ik kan niet meer, ik kan echt niet meer. Oh. Ah. Tart me niet zo. Plaag me niet langer. Ohohoh, vluchtelingenkampen en 11 doden. Oh, wat zaaaalig, je zuigt en trekt alles uit me, oh, wat lekker, o, god, o, help me, oooooooh, jaaaaaaaaaaaah. Klaarkomus c’est mortibus un petit pocus, zoals wij latinisten dan zeggen.

“Onverschillig bleef ik monotoon “ooooooh ! aaaaah ! oooooh ! aaaaah ! zeggen. Peet was op zijn bekende stille wijze klaargekomen en veegde met een kleenex zijn snotneus, pardon, zijn piemeltje af. Mark, Peet en Ben waren afgedropen en daarom knipoogde ik maar naar mezelf in de spiegel met die lege dode blik van me en die nare dunne lipjes. Toch voelde ik me daardoor juist heel geil. Ik voelde dat Max het niet lang meer zou houden. Even zoog ik nog met mijn vagin en ging met mijn kont lekker geil op en neer.“Kom je ? Kom je al lekker kla….”, vroeg ik, terwijl ik daarbij onschuldig lachend achterom keek.“Ooooh Rita, jij”….en hij spoot me helemaal vol.

Opeens stapte Gerrit Zalm achter de spiegel vandaan en hij zei: “ik kwam en zag, getverrrrrdemmme, wat ben jij een lekker fout geil takkewijf”.

 Foute mensen nemen besluiten op grond van ijdelheid, machtswellust, rancune, racistische populariteit en geld. Een mensenleven meer of minder doet er niet toe. Goede mensen nemen goed gemotiveerde besluiten waaruit compassie, vrijheid en gelijkheid spreken. Regels zijn regels. Afspraak is afspraak. Befehl ist befehl. Besluit is besluit. Blijf onderzoeken hoe, wanneer, waarom, onder welke omstandigheden en met welke bedoelingen die regel of afspraak tot stand is gekomen.

Manna Verschrijver's brief

Verklikken en vervreemding
Another winter of discontent

Den haag, 30 oktober 2006
Betreft: enige informatie
Betreffende: geen grotere furie dan een versmade vrouw


Geachte mevrouw De Winter,

Het moment lijkt mij opportuun om u te waarschuwen voor de heer De Winter. Ik ken hem inmiddels wat langer dan vandaag, als ex medewerkster van de producentenbond. Ik volg hem met mijn ogen tijdens zijn dagelijkse ronde op de redactie van ons blad. Zwierig ontwijkt hij de computers, ondanks een fors postuur, hij geeft links en vooral rechts een aanwijzing, bemoeit zich met alle aspecten van de bedrijfsvoering en schijnt over het algemeen bijzonder met zichzelf ingenomen en de nonchalante wijze waarop hij dat allemaal klaar speelt.
De juriste, de redactrice en de receptioniste spreekt hij stuk voor stuk aan alsof hij ze al jaren kent. Terwijl zij flink doorwerken, maakt hij soms flauwe grapjes met de ster-allures van een algemeen directeur. Anderen vragen zich wel eens af wat hij met dit gedrag probeert te verhullen. Bij zoveel jovialiteit ontstaat wantrouwen. Daarom stel ik mijzelf altijd bescheiden op.

Ik ben Manna Verschrijver, een zeer knappe blonde dame van 38 met groene ogen. Elegant, charmant, 1 meter 80 en ik zie eruit alsof ik 28 ben. Mannen doen bijna alles om mij te behagen; ik heb daar langzamerhand enigszins genoeg van. Heel vaak zeg ik tegen heren die met een bloemetje of een leuk bedoeld mailtje aan komen zetten: “daar ben ik niet van gediend”. En als ze het nog een keer doen, dan herhaal ik “daar ben ik niet van gediend” en maak ik de heren in het openbaar belachelijk. Daar houden ze niet van, de haagse heertjes. Mannen begrijpen niet dat ze een potentiële liefde afschrikken door te voortvarend te zijn.

Er was in 1994 een onderzoek gedaan bij 10.000 mensen waaruit bleek dat een mens op vier basis-elementen selecteert, uiterlijk, intelligentie, geld/macht en zorgzaamheid. De vrouw selecteert vooral op geld/macht en intelligentie, de man selecteert meer op uiterlijk en zorgzaamheid. De man wikt, de vrouw beschikt, zeg ik dan altijd maar. Ook zegt men dat vrouwen een vaderfiguur of god zoeken in een man.

Mijn vader overleed in 1993 en dan ga je zoeken naar een andere vaderfiguur of god. Als mannen en vrouwen willen uitblinken, dan doen ze dat meestal opdat hun vader dat kan zien. Verlangen naar iemand die alles bestiert, zie je daar maar eens aan te onttrekken. Ook bemerkte ik in religie een mannelijke overheersing door dik en dun. God de here. God de vader. Het is geen wonder dat Michelangelo dit opperwezen heeft afgebeeld als een baardige grijsaard die niet van grapjes houdt - en ook niet van vrouwen.

Toen heb ik me voorgenomen nooit op het cda, de cu of de sgp te stemmen. Ik heb moeite vrouwen te begrijpen die dat wel doen. Hoewel, we kussen de hand die ons geselt. In Brussel las ik het volgende opschrift op een muur in de Marrokaanse wijk: Oh mon dieu, il y a-t-il vraiment une mort après cette vie. O, mijn god er is toch echt een dood na dit leven ?
Later las ik over het boeddhisme, confucianisme en het totemisme, het aanbidden van de totem door de indianen. Bijna alle mensen hebben een religieus gevoel en daarom zeg ik maar: ik ben grootgelovig en geloof alles. Een moederfiguur wordt bijna nooit aanbeden.

Bij de Raad van State vond ik het aardig werk, juridische uitspraken schrijven. Wel een zeer hiërarchische ouderwetse organisatie en niets werd aan het toeval overgelaten; voor een zitting lag de uitspraak vast. Daar moest ik ook werken met de heer Donner. Met ijver had ik een uitspraak geschreven.

“Is dit wel echt een inrichting, mejuffrouw Verschrijver ?”
“Potdonner, man, zet nou eens je handtekening !”, reageerde ik boos.
Angstig en rood, zonder verder een woord te zeggen, zette hij zijn handtekening onder de uitspraak.Hij dreef veel medewerkers tot wanhoop door telkens te vragen of het wel echt om een inrichting ging. Een inrichting is een bedrijf volgens de Wet milieubeheer. Ik kreeg bijna het idee dat hij telkens vroeg “Is dit wel echt god ?” Ook kwam hij vaak via rare kronkels tot een uitspraak. Typische man.

Ik vertrok bij de Raad van State en werd aangenomen bij de producentenbond als juridisch medewerkster van directeur Felix de Winter, die zich vooral bezig hield met de geldzaken van de producenten, daar had hij veel verstand van. Met mijn man Wim had ik inmiddels twee kinderen, vaak dacht ik: nog 10 jaar en dan zijn ze het huis uit, heerlijk. En ik voelde mij eerst verbonden met Wim, maar daarna te gebonden door Wim.

Mijn naakte zoontje David van 7 zei tegen zijn naakte knappe broertje van 5 met zijn lekkere zachte huid terwijl ik erbij stond:“Stijn kom je bovenop mij liggen, want dat mag niet.”

Maar er begon iets te knagen. Felix was met mij aan het flirten en hij had zwart haar, bruin-zwarte ogen, zwarte pakken, witte overhemden, zwarte stropdas, prachtige zwarte church schoenen en een chique onderkin. Hij deed een beetje denken aan een maffia baas en dan al dat geld beheren van al die producenten, daar keek ik met grote ogen naar want ik had zelfs geen zin om een belastingformulier in te vullen, dat deed Wim altijd voor me.
Hij had macht en ik hield van hem, Felix, Felix, Felix spookte door mijn hoofd of eigenlijk meer de beelden tijdens het samenwerken. Elke nacht dacht ik er meer en meer aan. Felix betekent geluk. En hij ging op zakenreizen en dan miste ik hem, die krachtige zakelijkheid en een duidelijk doel. Het verscheurde me.

Het was alsof mijn hart als een lek bootje op een inktzwarte zee dobberde. Er slaan steeds meer golven over het bootje heen. Continu dreigt het bootje te zinken en jij kunt niet zwemmen, dat gevoel, mijlen weg zijn terwijl je met je ex-geliefde Wim in de woonkamer zit. Er knaagde iets van binnen. Vroeger dacht ik, een hart breken, wat zou het, maar nu had ik het gevoel dat als ik het hart van Wim zou breken dat ik dan ook het mijne zou breken…daarnaast was er iets anders onbestemds aan het knagen..het nieuwe….een andere horizon…en iets duisters omdat ik geen zekerheid kreeg. Felix stelde me voor om mee te gaan op zakenreis naar Brussel…het was goed raak. Logisch, eerst voelde ik een romantische liefde voor die machtige vaderfiguur en toen hij vertelde dat bij de stemwijzer LPF bij hem op 1 stond, toen verloor ik mijn hoofd. Eerst was ik van afschuw vervuld, maar vervolgens merkte ik dat afstoten en aantrekken dicht bij elkaar kunnen liggen. `Die moet ik hebben`, dacht ik die nacht hijgerig en geil.
Daarnaast had die hele producentenbond iets duisters, alsof de organisatie door geld werd gedreven, dat was de olie en het smeermiddel. Passie kreeg ik daarvoor: de directeur. Hij houdt zich bezig met geld, geld, geld. Is geld de wortel van alle kwaad ? Volgens mij wel. In darkness let me dwell. Laat mij in het duister dolen. Ook sprak mijn directeur met de hele wereld, nu ja, heel Nederland en ik vond het prachtig om zo in die omgeving opgenomen te worden. Ik wilde niets liever dan één van hen worden. Ook was Felix erg slim, hij werd een beetje een hork gevonden door zijn omgeving en dus nam hij een nieuwe public relations directrice aan uit het bedrijfsleven.

De directrice, Kletske den Ouden was zo anders en nieuw, sprankelend, oorspronkelijk. Ik ben latent lesbisch. Maar jaloers was ik ook op haar succes, net zoals mijn Felix. Jan Laurus Pimphorst, de minister van Economische Zaken, wilde haar ook. Al met al was het een spannende tijd in een spannende omgeving.
Die Kletske den Ouden was apart en anders, één van haar eerste opmerkingen tegen mij was:“Ik ben een kijker, ik bekijk mensen overal.” Ik voelde me knap ongemakkelijk, want ik kreeg het idee dat ze recht door mij heen keek. Ze zei namelijk ook nadrukkelijk “ik ga voor de inhoud en niet zozeer voor de publiciteit” en daarbij keek ze me strak aan.
Toen ze hoorde dat ik van de rijksoverheid kwam, zei ze: “Zorg er altijd voor zo ver mogelijk bij de ministeries vandaan te blijven. Dat zijn poelen met stilstaand water. De ambtelijke deugden verdragen zich nou eenmaal niet met ketterij, maar ketterij is een noodzaak. Zonder ketterij is er geen ontwikkeling. En denk eraan, iets dergelijks geldt ook voor de politiek. Om politicus te worden moet men intelligent zijn, maar wie intelligent is wordt geen politicus.”
En een maand later zei ze: “het verschil tussen links en rechts is het verschil tussen twee groepen bedriegers, waarvan er een aan de macht is. De andere is zelfs dat niet”. Inmiddels was ik overgeplaatst naar haar afdeling en na de zoveelste vergadering van de bondsraad vertrouwde ze me toe: “he, he, ernstige vergaderingen waren dat, maar soms werd er ook hartelijk gelachen.”

Daar kwamen de heertjes aanzetten, Jan Laurus en Maxime in hun C6 citroen met chauffeur, het VNO-NCW en de hotemetoten van het bedrijfsleven. Eerst was ik onder de indruk. Toen moest ik voor het gezelschap een presentatie houden en daarbij sprak ik over klantenbevrediging en klantenbinding. Er klonk instemmend gegrom en gelach; ik ben boos weggelopen. Al die zelfgenoegzame 55+ heertjes met hun bruine tanden en slechte adem van de sigaartjes aan hun hoofd met hun geld.

Het leek wel alsof door Kletske mijn relatie met Felix intensiever werd. Naar Sevilla, naar Rome, Berlijn... Toch knaagde er ook ergens een midleven gevoel, een zwarte hand bleef zich om mijn hart sluiten. Het was de ontrouw naar Wim en de verleiding van macht en geld.

“In het weekeinde komen mijn ouder langs, gezellig !”, zei Wim.
“Jouw gezelligheid is de mijne niet”, beet ik hem toe, die tuttige schoonouders waar nooit een onvertogen woord viel en alles maar braaf en ordentelijk moest verlopen. Weer was Wim zwijgzaam, maar ik wist dat ik hem nu wel geraakt had. Na de zoveelste lichte woordenwisseling heb ik het hem verteld: “ik wil in een eigen appartement gaan wonen, ik vind het niet leuk meer in dit huis.” Wim reageerde gebroken, ik zag zijn ogen breken en vervolgens lag hij een week gelig en ziek op bed. Vooral zijn zwijgzaamheid heeft mij in die periode diep geraakt, maar ik werd er ook kwaad van. Misschien verhult die zwijgzaamheid ook leegte en onvermogen….of niet uit te spreken pijn. Mijn zoontjes keken me verwijtend aan, maar ik voelde me niet echt ziek. Toch spookte het in die periode wel in mijn hoofd, lotverdomme, lotverdomme, lotverdomme, mijn zoontjes geen warm gezin kunnen bieden. Anderzijds kom ik zelf ook uit een gescheiden gezin en dat was best ok, aan dat zelfmedelijden en die tranen heb ik geen boodschap. Maar met die ziekte en het zwijgen van Wim had ik het wel even te kwaad. Nu weet ik dat Wim eigenlijk te bang en te laf is om een relatie te beginnen en dat ik degene ben geweest die de relatie is begonnen en ook zal beëindigen. Stoer ? Laf ? Het is nu eenmaal zo. Mensen redetwisten, de natuur handelt.

Wim schreef suffe verhaaltjes als redacteur voor een blad, hij had ook genoeg gekregen van de oubollige en ouderwetse taal van de Raad van State. En hij had ook wel erg vaak zichtbaar speeksel in zijn mond, die speekseldraad is de echte reden dat ik weg wilde. Al die liefde voor het nieuwe en weerzin tegen het oude, de behoudzucht. Des avonds er toch weer gewoon naast gaan liggen “welterusten” en oordopjes in. En ik moest maar door, naast die dode pier, er sterft een deel van je. Maar je gevoel, waar moet het heen ? Je bent zo alleen.
Ondanks het afstoten en aantrekken wilde ik meer van Felix. Ik had al een aantal malen zijn telefoon laten overgaan tegen 23.00 uur des avonds, maar nu wilde ik hem echt eens spreken, na de laatste vakantie in Sicilië had ik al een poosje niets meer gehoord. Mijn 06-nummer was de onverschillige hork kwijtgeraakt, zo’n type was het wel.

“Met de Winter”
“Hoi, met Manna, ik ben alleen vanavond en je had beloofd dat we nog eens in Den Haag zouden gaan dansen !” (oei, dat klonk te spontaan en te enthousiast, play hard to get)
Enige stilte: “Ehm ja, goedenavond, het schikt mij niet.”
“Maar, maar, ik zit hier altijd maar alleen, een andere keer dan ?”
“Ja, dat is goed, prettige avond.”

In mijn bed voelde ik mij wat eenzaam, die nacht, maar hij was toch niet geheel afwijzend ? Zijn vrouw, daar had hij niets meer mee, dat had hij zo vaak verteld. Ik meen er goed aan gedaan te hebben om een en ander onder uw aandacht te brengen. Ik houd er niet van om mij met de zaken van anderen te bemoeien, maar nu is enige solidariteit op zijn plaats. Mijn opvatting is dat eenieder wijs genoeg is om zijn of haar vrijheid tot aan bepaalde grenzen te benutten. Het zijn anderen die de plicht hebben hem of haar hierbij niet te laten ontsporen. Hopende dat u hiermee naar tevredenheid bent ingelicht, mevrouw Rita de Winter, zult u het mij niet kwalijk nemen, dat ik u hierbij op de hoogte stel dat uw echtgenoot mij op 30 oktober het volgende mailtje gestuurd heeft:

Verzonden: 29 oktober 2006, ma 23.13

Manna,

Na gisteravond heb ik nog eens nagedacht. Het spijt me, maar ik heb gemerkt dat ik me er niet meer prettig bij voel dat jij meer voor mij voelt -en dat ook laat blijken- dan ik voor jou voel.Wat mij betreft maken we dus geen afspraken meer.

Groeten, Felix

Wim den Bien

Lichtvoetigheid

Laat ik het nou maar eerlijk toegeven, ik ben er inderdaad een week ziek en kapot van geweest. Maar nu niet meer, waarom rouwen over een labiel, hysterisch en egocentrisch wicht, die Manna. Blij dat ik daar vanaf ben. In de supermarkt liet ik per ongeluk een avocado vallen.

“Zo jongeman, je liet een avocado vallen,” zei ze. Onze handen raakten elkaar. Liefde op het eerste gezicht bestaat.

 Nu blijf ik “verliefd” (ik hou niet van het woord, maar hoe moet ik het anders omschrijven). Ze had nog wat met een geestelijk masseur of een mental coach. Daarvan doe ik het in mijn broek, zo’n stoere sterke dame heeft toch geen vent nodig die haar hand vast houdt. En ik vind al die brein peuten overhoofd wat eng; laat me zelf de zaken uitzoeken in vervreemding. Let me dwell in darkness. Nu realiseer ik me ook dat kinderen een pijl op de boog zijn die je loslaat.

Hahaaa, die Manna met haar dikke deur, directeur net goed. Dank je, Manna, dank je, dat me dit gegund word. Een zoen van haar volle lippen op mijn wang of mond op zondag en mijn week kan niet meer stuk. Als ik dat vergelijk met die chagerijnige smoel van Manna. Een kus van Marianna is het eeuwige moment. Dat nemen ze me nooit meer af, ook al zou zij de relatie verbreken, dat eeuwige moment nemen ze me niet meer af.

“Jij geilt op macht” snauwde Manna mij toe. Wat je zegt ben je zelf en het maakt mij niets meer uit wat Manna zegt. Ik heb de ware ontmoet door een avocado.

Tegen de mannenziekte van zelfverachting is de betrouwbare remedie deze, door een schrandere vrouw geliefd te worden.


Gerrit Komrij en Maxime Verhagen

Met een broek vol stront de wereld rond
De orbis cacatus

Maxime Verhagen vertelt in geuren en kleuren: “Jan Peter was op reis en laat op zijn hotelkamer, doodmoe, en hij wil meteen naar bed. Nauwelijks heeft hij zijn nachthemd aan, of in zijn ingewanden kondigt zich een onweerstaanbare drang aan, gepaard met spastische golfbewegingen. Nergens een toilet te vinden in de kamer in het exotische land Egypte, waar vredesbesprekingen plaats vonden ! De eerste tekenen van het opborrelende verteringsresultaat maken zich op bedenkelijke wijze zichtbaar op zijn dijen en het tapijt ! Er is dus niet veel tijd voor overleg ! Hij trekt zijn nachthemd uit, spreidt het op de vloer uit en prompt spettert hij, met innig welbehagen, de volle lading uit zijn buik op het nachthemd, waarover hij neerhurkt.Werkelijk een respectabele hoop, een hels stinkend vloeibaar melange. Maar waar moet hij het laten ? Het raam uit ! Aha ! Prima gedachte !

Hij doet het ramen open, pakte het hemd bij de vier punten en slingert het, met inhoud en al, mikkend op de vensteropening, een paar keer met volle kracht heen en weer, om het ballistisch effect te vergroten. Maar de laatste zwaai wordt door mijn goede vrind Balkenende te ruim genomen en derhalve raakt het corpus delicti de venstersponning. De stront, door de kracht van de zwaai en de klap tegen de rand uit het nachthemd bevrijd, volgt de wetten van de natuur: de cirkelbaan wordt voortgezet over het plafond en vandaar vervolgt hij zijn weg over de gehele lengte van de zoldering tot aan de tegenoverliggende muur, waarbij hij onderweg, zoals het een fatsoenlijke brij betaamt, een patroon achterlaat dat er met het volle bruin van Oudhollandse meesters met een sproeier op geschilderd lijkt. Dit alles was in een fractie van een seconde gebeurd. Huhu-huhu-huhu-huhuhu. Jan Peter keek er geschrokken en beteuterd naar.

Niet lang daarna begon het hier en daar van boven naar beneden te druppelen. Radeloos wachtte Jan Peter de ochtend af, als een gek in de weer om zijn kleren en reisbenodigdheden te reinigen. In de meest godsonmogelijke vroegte verliet hij zijn kamer en betaalde de rekening. Hij schaamde zich dood en was blij het hotel achter zich te laten. Enige tijd later ontving Jan Peter een brief van de directeur van de hotelketen met een schadeclaim en een verzoek om uitleg hoe een voorname klant uit Nederland tegen het plafond kan schijten. Ik riposteerde met het bovenstaande verhaal en een gedicht, waarna de schadeclaim werd ingetrokken :

De Fransoos die doet het op de doos
En de Brit die doet het als hij zit
Maar hoe het ook zij
Stront hoort erbij "

Willem Alexander van Oranje

Waterbeheer

Gisteravond zag ik een vreemde droom. Ik moest een lezing geven over “waterbeheer” aan de vrije universiteit te Brussel. Ik las twintig minuten voor en toen zei ik: “Ahem, ahem, ik ben van mijn à propos gebracht, laten we eens echt met elkaar praten: water is als een vrouw, de natuur, niet te beheersen, ongrijpbaar en grillig…net als een echte man ? Dat ben ik niet, ik leef bij gratie van het protocol door die ma van me.”
Al gauw schreeuwde ik naar het publiek dat voornamelijk uit studenten bestond. Om mijn zenuwen te kalmeren had ik een paar borrels op. De studenten schreeuwden na verloop van tijd nog harder terug in dat Vlaams, ik meen zelfs “AWOERT” gehoord te hebben. Een poosje later haalde men mij weg. Een stelletje professoren en Prins Filip hadden deze lezing georganiseerd en zij vonden het welletjes.

“We hebben een goede kamer voor u, in het vrouwelijke studentenhotel waar ook Emily verblijft,” zei Prins Flip in Frans Nederlands.
“In het hotel van Emily ?,” vroeg ik verbrouwereerd. Hoe wisten zij dat ik van Emily hield ? “Juist. Een uitstekende kamer,” merkte een professor op.

Het was waar. Eén van hen had voor een smakelijke maaltijd gezorgd met een fles wijn en een ander gaf me een cheque voor de lezing. Daar kun je in Nederland naar fluiten. De professoren verdwenen geruisloos en ik nuttigde de consumpties en versnaperingen in mijn bed. Mijn stropdas gooide ik ver weg in de hoek. De Noormannen hebben de stropdas geïntroduceerd in Europa; de meeste mannen werden vermoord in de dorpjes en steden, degenen die in leven werden gelaten kregen een strop om hun hals. Als het gezicht van de stropdrager de Noormannen niet meer aanstond, dan werd de strop aangehaald.

Vervolgens dommelde ik weg. Het was donker toen ik bijkwam. Of had ik een droom ? Ik zat overeind, dronk nog een paar borrels en dacht: jij bent Alexander. Alex, een autoriteit op het gebied van waterbeheer, een legende. Je zit in het hotel van Emily ! Mam, mam, ik ben bang voor Maxima met haar fysieke, verbale en psychische geweld. Ik loop de hele dag op kousevoeten door het kasteel te Wassenaar, bang voor haar opvliegers en hoe ze met me omgaat in bijzijn van het personeel. Nu ben ik even van haar verlost hier in Brussel en dan verdrink ik mijn angst omdat ik overmorgen terug moet naar dat Wassenaar. Mam, ik ben eenzaam en bang.

Ik had alleen mijn onderbroek en sokken aan, liep desalniettemin de gang op en klopte op de eerste de beste deur.
“Hee, doe open, ik ben Alex, een autoriteit op het gebied van waterbeheer ! En bovendien binnenkort koning ! Doe open, Emily ! Ik zal je wat laten zien !” Nu durf ik wel, zo zonder Maxima erbij. Dan word ik een held met een dikke tong van de drank.
Ik hoorde gegiechel.
“Hee, hoeveel Emily’s zitten daar ? Doe open !”. Ik sloeg met mijn vuist op de deur, maar hoorde slechts gegiechel.
“Zo, dus jullie laten Alex niet binnen ? Pech gehad !”Ik klopte aan op de volgende deur. “Hee Emily ! Hier staat de beste man ! Doe open ! Doe iets aan de pijn, mijn verdriet ! Niet dat van België. Niets wordt er, niets, uit talloos veel miljoenen. Maar ik schenk je roem en macht, alles ! Open de deur !” Dat voelde als lekker ouderwets brallen bij het Leidse Corps, maar toen had ik wel een gezellig clubje vrinden, die me weliswaar bespotten vanwege al mijn bijles en spieken. Niets. Ik probeerde het nog een keer en nog eens. Ik beklopte wel 50 deuren op mijn verdieping en liep naar de tweede verdieping, maar tevergeefs. Ook op de eerste verdieping gaven ze niet thuis. Ik raakte vermoeid. Het leek of ik uren geleden de hotelkamer verlaten had. Ik was vergeten waar deze zich bevond. Ditmaal klopte ik zachtjes aan, mij bewust van mijn onderbroek en sokken. Ik wilde alleen nog maar terug naar mijn kamer. Onvindbaar. De groten der aarde zijn het meest eenzaam.

Willem Alexander van Oranje
Mano Verschrijver
Idee van Charles Bukowski

Eindeloos nabij

Onlangs droomde ik zo sterk, dat het leek of ik niet sliep: Jan Peter Balkenende deed zich tegoed aan varkenskoteletjes en hij leek op een varken; het varkensvet droop van zijn kin.
Opeens zag ik zijn tafelgenote: Rita Verdonk. Twee varkens naast elkaar en ook bij haar varkensvet over de kin. De nachtmerrie werd compleet: een gniffelende Verhagen, allen op weg naar hun levenseinde.

Een trieste zaak ? Zo oud was het drietal tenslotte nog niet. Waarmee ik geen lans wil breken voor hun leeftijd, want ouderdom gaat zelden met wijsheid gepaard. En wat is wijsheid. Men verwart die de laatste jaren met algemene goedheid en liefde voor het mensencollectief van alle werelddelen. Er mankeert niets aan die idealen dan hun vrijblijvendheid. Men moet eerst zijn huisgenoten maar eens zien te verdragen.

Waar was ik gebleven ? In mijn chaotische droom moest ik telefonisch 1000 Vlamingen ondervragen:
“Kent u Rita Verdonk ?”
“Wablief ?”
“Rita Verdonk ?"

Tegen die tijd werd de hoorn alweer op de haak gelegd. “Neen”, “Wij doen niet aan uwe telefoonspelletjes”, “Wij kopen niet aan den telefoon”. Een enkele keer werd ik voor “stomme ollander” uitgemaakt, maar Vlamingen zijn wel beleefder dan Nederlanders. Duizend keer bellen. Ik slaagde er maar niet in wakker te worden, bah, die kinnen met varkensvet en dat bellen.

Belgen weten niets van Nederlanders en omgekeerd. Mensen weten niets van elkaar. Een tijdlang heb ik Nederland gehaat. Maar de herinnering aan de goede Nederlanders die ik ontmoet heb ontzenuwde die domme emotie. Dom ja. Dom is het om over “wij Nederlanders” te praten, of over Turken, nsb-ers, Joden, negers of Moslims. Het is kopkleppraat van kroegen en vakanties. Ontwikkeling heeft er niets mee te maken. Er is niets zo dom als generaliseren.

Ik weet langzamerhand niet meer of het nu echt was of een droom, want ik heb in Brussel wel bij een “call center”, een telefonisch verkoop- en peilingen bureau, gewerkt. Ook heb ik in Den Haag politici, aan tafeltjes gezeten, zien eten. Ik kan aan niemand uitleggen hoe eenzaam ik ben.