Wednesday, May 10, 2017

Wie geen fouten maakt, maakt meestal niets

Merk dat Bert wagendorp er vaak naast zit, hoewel ik hem vroeger goed vond schrijven in de Volkskrant.

Nieuw optimisme

BERT WAGENDORP
Gerrit Zalm is gisteren meteen aan de slag gegaan als de nieuwe informateur. De eerste overeenkomst tussen de vier partijen VVD, CDA, D66 en CU ramde hij er meteen even doorheen: de laatste week van juli en de eerste van augustus gaan de onderhandelaars met vakantie. Dat was al meteen een veelbelovend succesje. Met de komst van Zalm naar het Binnenhof heeft een nieuw optimisme zich van de formatie meester gemaakt: Zalm gaat het klusje klaren.
Dat moet ook, want haast is geboden. Lodewijk Asscher dreigt Rutte II alsnog op te blazen. Als er voor Prinsjesdag geen nieuw kabinet is, wil hij dat het zittende kabinet de salarissen in het onderwijs verhoogt, anders stapt de PvdA eruit. Wat hebben we dan? Een demissionair minderheidskabinet van alleen de VVD. Voor je het weet komt het demissionaire minderheidskabinet ook nog ten val. Leg dat maar eens uit aan je Franse buren op de camping.
Maar gelukkig hebben we 'de goedlachse Gerrit Zalm', zoals Het Financieele Dagblad hem gisteren omschreef. Bij een vriend van mij hangt de beroemde foto van Peter Boer van een schaterende Gerrit aan tafel met Dirk Scheringa nog op de wc. Je komt daardoor altijd opgewekt weer terug in de woonkamer. Misschien was Gerrit Zalm destijds als hoofd-econoom en cfo wel een beetje medeverantwoordelijk voor de oplichterspraktijken van Scheringa's bank DSB, maar hij klopte de klanten in elk geval met een gulle lach het geld uit de zak en dat is ook wat waard.
RTL Nieuws had gisteren Scheringa nog even gebeld. 'Gerrit is geweldig met cijfers, dat lukt hem wel', zei de gevallen ex-ceo. 'Hij lost veel op met geweldige humor.' Maar Scheringa (CDA) vreesde dat Zalm over te weinig empathie beschikt om de partijen ook over de ethische kwesties zoals 'voltooid leven' op één lijn te krijgen. 'Het leven is nu eenmaal geen flipperkast', zei Scheringa, met een verwijzing naar een van pinball wizzard Zalms hobby's: flipperen.
Zelf heb ik wel een zwak voor Gerrit Zalm - dat krijgt iedereen die weleens met hem in een rookhok heeft gestaan. Hij is aardig en biedt je graag nog een rokertje aan. Als oud-sportverslaggever spreken omschrijvingen als 'de kolenboerszoon uit Enkhuizen' en 'de broer van een marktkoopman' mij ook erg aan.
Eind vorig jaar verklaarde Zalm in NRC Handelsblad dat hij 'een gesublimeerd minderwaardigheidscomplex' heeft. Oud-directeur van het CPB, twaalf jaar lang minister van Financiën en acht jaar bestuursvoorzitter van ABN Amro en dan zo naar jezelf kijken: ik zie het Dijsselbloem nog niet doen. Je hoeft ook maar heel even met Zalm te praten om te weten dat het geen koketterie was: hij maakt altijd een licht onzekere en wat nerveuze indruk.
Ik vermoed dat hij daarom bij de nieuwjaarsrecepties van ABN Amro ook graag mocht optreden als psychiater Clemens Zalm ('broer van Gerrit'), begrafenisondernemer Frans Zalm, circusdirecteur Carlo Zalm of - zijn beste rol - hoerenmadam Priscilla Zalm ('zus van Gerrit'). Toneelspelers zijn ook vaak onzeker, tot ze in hun rol kunnen verdwijnen en alle schroom van zich afzetten.
Parlementair verslaggevers zullen de komende tijd op het Binnenhof goed moeten opletten. Er kan zomaar een vrome dominee het plein op komen fietsen op een zwarte Gazelle, een knoestige boer kan met een koe aan een touw komen aansjokken of een kunstenaarstype in zomerrok kan uit een Tesla stappen. Laat je niet in de maling nemen jongens, het is Gerrit die alles in de strijd gooit om de boel vlot te trekken en de neuzen één kant op te krijgen

Verouderd

De meest recente – spectaculaire – doorbraak op het terrein van de veroudering, die onlangs wereldwijd de krant haalde, kwam van verouderingsbioloog dr. Peter de Keizer. Toen hij op de afdeling Moleculaire Genetica van het Rotterdamse Erasmus MC een nieuw verjongingsmiddel op muizen testte, zag hij tot zijn grote verbazing dat de bejaarde knaagdieren weer een stuk beweeglijker werden, hun jeugdige haren weer terugkregen en dat enkele organen weer beter functioneerden.
Aan prof. dr. dr. Andrea Maier, internist en hoogleraar veroudering aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en de Universiteit van Melbourne, nu de schone taak om de vertaalslag naar mensen te maken. Ze baarde opzien toen ze vorig jaar in Zomergasten uitlegde dat ouderdom een ziekte is, dus iets wat – op termijn – te genezen zou moeten zijn.

Zouden jullie vijftigduizend euro betalen om er twintig gezonde jaren bij te krijgen?
Peter de Keizer: “Ja, tuurlijk.”
Andrea Maier: “Jazeker. Mits je het kunt betalen, maar natuurlijk!”
Is het niet vreemd dat we allemaal al ons vermogen ervoor over hebben om langer te leven, maar dat de focus erop niet groter is? Op wereldniveau maken we ons eerder druk om oorlogen en terreurdreiging dan dat we al onze energie en geld steken in langer gezond leven.
Maier: “Dat komt omdat de consequenties pas over vele jaren voelbaar zijn. Daarom werkt de antirookcampagne ook zo moeilijk. Als achttienjarig meisje ga je roken omdat je erbij wilt horen, maar je vergeet dat je over veertig jaar longkanker krijgt.”
De Keizer: “Mensen zijn er heel slecht in om aan iets te werken wat nog niet tastbaar genoeg is. Met het klimaat moet het echt helemaal misgaan voor we klimaatbeperkingen gaan invoeren. Ik denk dat veroudering net zoiets is. Terwijl het eigenlijk best heel gek is dat als je mensen vraagt: ‘Ben je voor het ontwikkelen van medicijnen tegen kanker of cardiovasculaire aandoeningen?’, ze volmondig ‘ja’ zeggen, maar als je vraagt: ‘Ben je voor het ontwikkelen van medicijnen tegen veroudering?’, ze zeggen: ‘Mwah, speel je dan niet voor God? Moet je dat wel willen?’ Terwijl veroudering de bron is van veel van die aandoeningen. Dus ergens zit daar wel een gekke discrepantie, ja. Misschien is veroudering te conceptueel voor mensen.”
Landeweerd: “Niet alleen te conceptueel. Ik denk dat we veroudering en de dood nog steeds liever zien als het lot dan als iets wat je kunt controleren. Veroudering en de dood zijn heel lang de enige elementen in ons leven geweest waar we geen ultieme controle over hadden. En ik denk dat de huiverigheid die je in dit soort discussies tegenkomt, te maken heeft met het feit dat ook díe verantwoordelijkheid nu weer op je schouders wordt geladen.”
Maier: “Terwijl, als je zo’n ziekte krijgt, je wel een behandeling wilt hebben. En we er alle baat bij hebben om de oorzaak van die ziekte, namelijk de veroudering, te bestrijden.”

Hoe denken jullie dat er meer vooruitgang te behalen is? Want je zou denken: op een dag kunnen we, net zoals bij de muizen van Peter, de tijd terugdraaien. Maar dan hebben wij er niks meer aan.
De Keizer: “Ik denk dat wij dat nog gaan meemaken, hoor.”

Maier: “Jaaaa. Zeker. Het gekke is dat wij nu ook een manier weten waarmee we veroudering kunnen vertragen, namelijk door er een goede levensstijl op na te houden. Dus die pil is er al! We weten dat je met een goede levensstijl vijftien jaar langer leeft. Niet te veel alcohol, niet roken, en vooral: bewegen. Maar ondanks die wetenschap zijn we heel lui en wordt het ontzettend gestimuleerd om naar die luiheid te leven. We hebben auto’s, afwasmachines, computers, we zitten de hele dag.”

De Keizer: “Ik denk dat alles complementair is. Natuurlijk kunnen we aan preventie doen, maar dat is één ding. Het is net als bij een auto: je kunt voorkomen dat hij roest oploopt, maar op een gegeven moment wordt-ie toch oud, en dan moet je de onderdelen gaan vervangen. Pas als je die twee dingen bij elkaar optelt, kun je met zo’n oldtimer weleens heel lang doen. Minder eten en meer sporten is heel slim, maar dat betekent niet dat je daarnaast niet nog allerlei andere dingen nodig hebt. Wij hebben toevallig net een review geschreven waarin we veroudering met een fiets vergelijken. Daarvoor heb je het smeermiddel WD-40, dat metaal tegen roest beschermt; dat staat voor minder eten. En dan is er de roest-remover, dat is waar ik aan werk: het weghalen ofwel opruimen van foute, senescente (verouderde) cellen. En dan heb je ook nog het plaatsen van nieuwe onderdelen, met bijvoorbeeld stamceltherapie of 3D-printers. En met al die gebieden samen valt er heel veel winst te behalen. Dat alles bij elkaar opgeteld maakt 1+1+1=6.”
Toen de muizen in jouw onderzoek opeens harig werden en heel jong en vitaal, maakte jouw hart toen een sprongetje van geluk omdat je dacht: jee, dat kan zo meteen ook bij mij?
De Keizer: “Ja. Eerst ben je natuurlijk heel sceptisch. Want je denkt: nou, dat moeten we eerst nog maar een keer zien, en nog eens, en nog eens. En op een gegeven moment blijkt het gewoon echt waar te zijn! En dan ga je wel nadenken: goh, daar kunnen we echt heel veel leuke dingen mee doen. Je merkt ook dat mensen er erg enthousiast van worden. We hebben nu ook mails gekregen van mensen uit bijvoorbeeld Amerika die het middel, het anti-verouderingsstofje FOXO4-DRI, al gekocht hebben. Je kunt het inmiddels in China op de markt krijgen. Voor duizend euro kun je tien milligram kopen en dat is genoeg voor een derde van één behandeling. Bij muizen doen we drie behandelingen, dus eigenlijk heb je negentig milligram nodig.”
Maier: “Ga dat alsjeblieft niet zeggen, want dan krijg ik weer zo veel mails, haha!”
De Keizer: “Ja, ik krijg ook allemaal mails van mensen die zeggen: ‘Ik heb het gekocht’ en niet eens: ‘Ik wil dit gaan testen,’ maar: ‘Ik gá dit op mijzelf testen.’ Je krijgt heel veel self-medication. Daar word ik wel heel bang van.”

Hebben die mensen het al uitgeprobeerd?
De Keizer: “Gisteren werd ik gewezen op iemand die ons peptide op zichzelf uitprobeert en dat bijhoudt op foxo4dri.com. Hij claimt meer haar te krijgen en zich fitter te voelen. Iemand anders houdt het bij op foxo4dri.com/others. Hij zegt na een week al te zijn afgevallen, meer uithoudingsvermogen te hebben en een verbeterde longfunctie.”
Maier: “De vraag ‘Wat kan ik doen?’ leeft zeer onder de bevolking. Ik krijg ook zo veel mails dat ik ze bijna niet meer kan beantwoorden: ‘Wat kan ik doen?’ ‘Mag ik op wachtlijsten?’ En die vraag komt met name van mensen die al gezond zijn en al die dingen doen. Dat is echt zo fantastisch.”
De Keizer: “Fanatici zou ik ze eerder noemen.”
Maier: “Nou ja, fanatici, dat klinkt zo negatief.”
De Keizer: “Ja precies, enthousiasts bedoel ik.”


Maier: “Die gaan resveratrol slikken. (Muizen die dat goedje kregen, leefden gemiddeld een stuk langer, en hadden minder vaak kanker en hart- en vaatziektes. Bij mensen is het gunstige effect van resveratrol nog niet onomstotelijk bewezen – red.) Of die gaan aan de rapamycine. (Dit werkt levensduurverlengend bij wormen, vliegen en muizen, en lijkt nu ook unaniem omarmd te zijn als zijnde ‘bewezen’ bij mensen, maar heeft vooralsnog vervelende mogelijke bijwerkingen als ontsteking van mond en lippen, bloedarmoede, een verhoogd gehalte aan vet en vetzuren in het bloed en een verhoogd bloedsuikergehalte – red.). Of aan de metformine. (Dit is net als resveratrol een controversiële verjongingsstof waarvan de werking bij mensen nog niet bewezen is – red.)”

En ga jij zelf ergens aan?
Maier: “Nee. Ik sport heel fanatiek. Krachttraining en bodyattack. Dat is zó goed.
Spiermassa is ontzettend belangrijk. Bijvoorbeeld tegen botontkalking. Het is goed voor alles. Ik sport echt elke dag.”
De Keizer: “Er zijn studies gedaan waarbij ze bejaarden een maand lang een duurloopprogramma hebben laten volgen versus krachttraining. En degenen die krachttraining hadden gedaan, waren echt gezonder. Dus het is niet zozeer uithoudingsvermogen, maar veeleer spieropbouw die veroudering tegengaat.”

Heb jij de neiging om van je eigen goedje te snoepen?
De Keizer: “Nee. Een heleboel van die anti-verouderingsmiddelen, zoals rapamycine en metformine, zorgen ervoor dat je vatbaarder wordt voor allerlei klappen van buitenaf. Dus er is een soort van timing waarop je dat soort dingen moet doen; je kunt niet een heel leven lang die middelen gebruiken.”
Maier: “Nou, dat weten we niet.”
De Keizer: “Oké, fair point. Laat ik het zo zeggen: dat is een hypothese van mij, haha.”
Landeweerd: “Dus de antiverouderingsstrategieën pakken ook weleens nadelig uit voor de overleving van het individu?”
De Keizer: “Ja, je moet daar een balans in vinden.”
Maier: “De timing is inderdaad het belangrijkste. En bij mensen zijn we er gewoon nog helemaal niet uit wat de juiste timing is. Tot hoeveel schade kan je lichaam het nog terugdraaien of niet verder laten accumuleren? Dat is dé vraag. Wanneer moet je ingrijpen met antiverouderingsmiddelen? Gaan we die op een gegeven moment als een soort vitamine D-pilletje of fluoride zien, dat ieder kind als standaard preventie krijgt?”
Maier: “Er zijn heel veel enquêtes over onsterfelijkheid gedaan, en van de jongeren tussen de 18 en 35 jaar zegt ongeveer de helft: ‘Ik wil wel onsterfelijk worden.’ Maar op latere leeftijd willen mensen dat niet meer. Want ja, als je jong bent, wie wil er dan niet nog een keer een leuke vrouw? En daarna een derde, vierde of vijfde jeugdliefde? Maar op latere leeftijd komt er een soort voldoening. Er is ook een groot verschil tussen langer gezonder blijven leven en onsterfelijkheid, vind ik. De discussie en de argumenten zijn heel anders als we het over onsterfelijkheid hebben. Ik denk dat niemand hier aan tafel voorstander is van onsterfelijkheid. Ik ben er zelf in ieder geval geen voorstander van.”


Wat is er mis met onsterfelijkheid? Als het langer leven niet blijkt te bevallen, dan kun je toch alsnog beslissen eruit te stappen. Maar dan heb je zélf de regie.
Maier: “Maar wat is er mis met doodgaan? Ik begrijp dat de dood een beetje beangstigend is, maar als ik er gesprekken over heb met ouderen, dan verlangen ze er niet naar, maar dan vinden ze wel dat je het leven op een gegeven moment moet sluiten, als een hoofdstuk, als een boek. Dat is gewoon iets heel natuurlijks binnen een diersoort.”
De Keizer: “Ik denk dat mensen fossiliseren omdat ze op een gegeven moment aftakelen. Dus je blijft een beetje in het verleden hangen, omdat je denkt: vroeger kon ik meer, vroeger was alles beter. Maar als het mogelijk is om constant in het lichaam van een dertigjarige te blijven, fossiliseer je dan wel?”
Landeweerd: “Misschien komt alles dan wel tot stilstand. Simone de Beauvoir schreef ooit de roman Tous les hommes sont mortels (alle mensen zijn sterfelijk). Hierin voert ze een onsterfelijke edelman op, Fosca, en een actrice, Régine. Zij is met de vluchtigheid van haar roem bezig; hij worstelt met de zinloosheid van zijn stilstaande bestaan. Dus het is de vraag in hoeverre die onsterfelijkheid in abstracto niet gewoon een nieuwe dood is. Omdat alles stil komt te liggen.”
Maier: “Ik zou niet weten waar ik mijn motivatie vandaan zou kunnen halen als mijn leven eeuwig doorging. Ik verheugde me op deze dag. Maar als ik dat morgen, en over duizend jaar opnieuw zou moeten beleven, dan is dat verheugen wel verdwenen.”
De Keizer: “Maar stel dat je daar ook wat aan kan doen? Het gevoel is ook maar een chemische reactie natuurlijk.”
Maier: “Tuurlijk, gaan we die ook weer beïnvloeden. Volgens mij is het ontzettend repetitief aan het einde, nee dank je wel.”
De Keizer: “Maar wat zou dan een mooie leeftijd zijn? Ik denk dat de meeste mensen zeventig vrij vroeg vinden. Toch? Wat is dan een mooie leeftijd?”
Maier: “130. De gemiddelde leeftijd is nu 80,1 bij mannen en 83,9 bij vrouwen. Als je daar vijftig jaar bij doet, is dat in de ogen van veel mensen ontzettend veel. Doordat wij in dit vakgebied zitten, kijken we iets anders. Dan wil je grotere stappen maken. Ik vind 130 ook heel weinig. Maar de meesten schrikken daarvan.”
Landeweerd: “Je zit ergens ook met de wat absurde notie dat in de meest deprimerende voorspellingen over klimaatverandering wordt gezegd dat onze planeet over 150 jaar niet meer geschikt zal zijn voor menselijk leven. Tegelijkertijd zitten we onderzoek te doen om 150 te worden. Daar wringt het wel.”


Verwacht jij dat het spul dat jij je muizen hebt gegeven hetzelfde voor mensen gaat doen?

De Keizer: “Nou, als het niet dit is, dan is het wel een versie 2.0 van iemand anders. Er is een aantal vakgebieden waar heel veel gebeurt en binnen een generatie komen daarvan toepasbare middelen op de markt, daarvan ben ik overtuigd.”
Maier: “Die worden nu al getest.”
De Keizer: “Ja, en het is misschien nog niet ideaal, maar het gaat echt wel komen. Het is naïef om te denken dat dat niet komt. Er zijn nu aardig wat middelen op de markt om ofwel cellen die beschadigd zijn op te ruimen, ofwel die schade zelf weer te verwijderen. Als dat er is, dan kun je de problemen weer een stuk terugdraaien. Nogmaals, ik denk dat het binnen één generatie toepasbaar wordt.”
Maier: “Een moeilijkheid is dat mensen onderling meer van elkaar verschillen dan muizen. Dus van al die antiverouderingsmiddelen die nu in aanmaak zijn, zou je de ene persoon meer van het middel a moeten geven, en de andere meer b of c.”
De Keizer: “Personalized anti-aging medicine.”
Maier: “Afhankelijk van wat bij jou goed gaat of misgaat, door je genenpatroon bijvoorbeeld, pas je de middelen aan. Dus ja, dat is allemaal mogelijk.”
De Keizer: “Dat gaat komen.”
Maier: “Natuurlijk, natuurlijk. We weten nu al op heel jonge leeftijd wie er versneld verouderen en wie er minder snel verouderen. Zelfs aan het uiterlijk kunnen wij al zien: die heeft een snelle veroudering.
De Keizer: “Het maakt niet uit of je rijk of arm bent, iedereen krijgt het.”


Je hoort ook veel dat ze via de aanpak van telomeren je leven kunnen rekken. Bij elke celdeling worden die steeds korter, en hoe korter de telomeren, hoe eerder de dood volgt.

De Keizer: “Ik ben helemaal geen fan van de telomeertheorie. Die is echt een beetje achterhaald.”
Maier: “Ja, wij zijn beide volgens mij non-believers in de telomeren.”


Maier: “Over vijftig jaar weten wij precies wat onze emoties opwekt en dat zijn uiteindelijk gewoon biochemische processen.”
Landeweerd: “Maar je weet dat heel veel mensen het daar niet mee eens zullen zijn. Die zullen toch zeggen dat een emotie niet zo simpel tot biochemie te reduceren valt.”
Maier: “Maar als je gewoon kijkt naar wat er de afgelopen tien à twintig jaar binnen de psychiatrie is ontdekt, is het toch terug te voeren op neurotransmitters die van A naar B gaan. Ik denk dat we onszelf een beetje overschatten als we zeggen dat wij nog iets naast ons lichaam hebben wat ons zo bijzonder maakt als menssoort. Dat is met name onbegrip, die er op dit moment nog is.”
Maier: “Ja. En gebrek aan kennis van de biochemie. Wij zijn op dit moment gewoon nog niet intelligent genoeg om de complexiteit van ons brein te ontrafelen. Daarom is die analogie met een auto zo mooi. Uiteindelijk zijn we gewoon een serie onderdelen.”
De Keizer: “Ja, en wat we daarover weten, schuift net als bij de technologie in de auto-industrie voortdurend op. Kijk bijvoorbeeld naar kanker. In de jaren zestig is dat voor het eerst serieus aangepakt. Nu, zestig jaar verder, hebben we een enórme vooruitgang geboekt: een genezingsgraad van vier procent toen tegenover ongeveer zestig procent nu. Op het gebied van veroudering zijn we nu op het punt waarop we zestig jaar geleden bij kanker zaten, bij wijze van spreken. Dat betekent dat tegen de tijd dat wij het nodig gaan hebben, we hopelijk dezelfde vooruitgang zullen hebben gemaakt op het gebied van de veroudering.”
Maier: “Het is duidelijk dat dat gaat komen, terwijl niemand had gedacht dat we voor de oplossing voor allerlei levensverkortende ziekten bij het onderwerp veroudering zouden belanden. We waren eerst zo orgaan-specifiek bezig, dat we het mechanisme van de veroudering, dat achter die ziekten zat, niet zagen. Maar nu weten we dat veroudering met elk orgaan samenhangt.”

Wat zou nog meer kunnen helpen om het proces te versnellen, zodat wij niet de generatie zijn die net de boot mist? Stel dat Donald Trump tachtig miljard investeert.
Maier: “O, alsjeblieft niet Trump. In zijn geval zou ik zeggen: soms is eindigheid een heel erg goed iets.”


If you want to know who controls you, look at who you are not allowed to criticize.

It is dangerous to be right when the government is wrong.

So long as the people do not care to exercise their freedom, those who wish to tyrannize will do so; for tyrants are active and ardent, and will devote themselves in the name of any number of gods, religious and otherwise, to put shackles upon sleeping men.

Many are destined to reason wrongly; others, not to reason at all; and others, to persecute those who do reason.

No opinion is worth burning your neighbor for.

I disapprove of what you say, but will defend to the death your right to say it.

Voltaire

Sterker nog. De ontwikkeling van een niet noodzakelijke woede.


Grootste geluk

Geluk van binnenuit (en hoewel lachgas me verlost heeft van sombere buien heb ik het nu 8 maanden niet meer gebruikt, wel dexamfetamine 5 Mg, elke maand 1 keer, dat werkt ook perfect).

Je lekker goed voelen.

Verliefd zijn, bij voorkeur door dezelfde geliefd worden, maar ook zonder gelukkig kunnen zijn.

Yoga met een knappe lerares die je aanraakt.

1 keer aerobics gedaan met space cake, gebakken door mijn zoon, wat een fantastische ervaring, mijn gevoel receptoren gingen van 2 naar 5. De dag daarna wel somber en vermoeid, dus toen dexamf. genomen.

Sex met liefde.

Lekker eten, lekker slapen, lekker vrijen, evt. zwemmen bij voorkeur tijdens twee nachten met haar weg.

Blij zijn dat ze zo vrolijk en lief is en intimiteit geeft, dat ik sinds januari 2017 meer verliefd ben geworden.

Vakantie, ski of zon.

Groter geluk

Fietstocht met haar of met kinderen.

Skiën

Vliegeren

Snorkelen

Dat ze zegt dat ze ook van je houdt omdat je minimalistisch en niet erg materialistisch bent. Blij zijn met die goede analyse.

Genieten van mijn Hyundai tucson van 2005.

Nieuwe oude fiets ontdekken, giant triple x !

Met bamboe sokken in mijn fijne schoenen lopen.

Genieten van knappe en mooie dames.

Me goed voelen op het werk (eigenlijk het grootste geluk, ik zit er 31 uur per week !)

Alleen zijn.

Met haar leuke dingen doen, fietsen, museum, uit eten, enzovoorts.


Klein geluk

In mijn luie Corbusier stoel in slaap vallen, een goede film zien, Heineken 0,0 drinken of/en grapefruit radler van de Aldi drinken. Daarna drop, niet meer, er zit 60-75% suiker in, pukkeltjes !

Analyse van mensen en de beurs, geld verdienen op de beurs.






De tv-uitzending van College Tour met Christiane Amanpour van CNN zou verplichte kost op alle journalistieke opleidingen moeten worden. Het was een bemoedigend, overtuigend pleidooi voor toegewijde, op feiten gebaseerde journalistiek.

Wijzend op de opmars van de Amerikaanse zender Fox News, zei ze: „Ze brengen veel desinformatie en leugens. De waarheid is niet ‘van iemand’, je kunt de waarheid niet aanpassen. Er bestaan empirische feiten, je kunt die niet ontkennen. Ik heb me als journalist altijd op feiten gebaseerd.”

Het lijken open deuren die Amanpour hier intrapt, maar dat wáren ze – het zijn deuren die de laatste jaren door belanghebbenden één voor één worden gesloten. Overheden, bedrijven en allerlei instanties hebben zich omgord met een pantser van pr-adviseurs, die ongunstige publiciteit moeten voorkomen. Het wordt daardoor steeds moeilijker de feiten boven water te krijgen.

Sommige journalisten laten zich erdoor ontmoedigen. Ik hoor tegenwoordig ook achtenswaardige collega’s zeggen dat ‘de’ waarheid eigenlijk niet bestaat, dat iedere belanghebbende zijn eigen waarheid heeft, en dat het voor een journalist een bijna ondoenlijke opgave is om een keuze te maken uit al die ‘waarheden’.

Het is pseudofilosofische onzin en bovendien een recept voor journalistieke luiheid. Want waarom zou je nog je best doen om een door iedereen kneedbare, fictieve waarheid te achterhalen? In zijn boekje Over tirannie schrijft historicus Timothy Snyder over dit gebrek aan waarheidsliefde: „We voelen ons hip en alternatief bij een algemeen cynisme, zelfs wanneer we daarbij samen met onze medeburgers afglijden naar een moeras van onverschilligheid.”

Zo’n houding is ook in strijd met de journalistieke traditie, want onderzoeksjournalisten zijn er altijd geweest: van de muckrakers in de Amerikaanse journalistiek aan het einde van de negentiende eeuw tot Joep Dohmen van NRC en Bas Haan van Nieuwsuur, die het vuur oprakelen in de doofpotten van nu.

Ik koester het boek De ritselaars uit 1997 van Harm van den Berg, een gepensioneerde onderzoeksjournalist van NRC, die zo’n dertig grote Nederlandse schandalen vanaf 1972 inventariseerde: van het gifschandaal in Lekkerkerk (1975) en de Lockheed-affaire rond prins Bernhard (1976) tot het plagiaat van hoogleraar psychologie René Diekstra (1996). Het is een komen en – vooral – gaan van ministers, staatssecretarissen en corrupte captains of industry. Stromen verspild belastinggeld (de paspoortaffaire; de door minister Kroes royaal gesubsidieerde schurken van Tankcleaning Rotterdam; de graaiers van de OGEM-top) spoelen door dit boek.

Het bevat een nog altijd actueel nawoord van universitair hoofddocent Koen Koch. „We leren leven”, schreef hij, „in een samenleving waar het profijtelijk is om zich niet langer te storen aan de wetten van de publieke moraal. Van de straffeloosheid van de premier [Lubbers, FA], de prins-gemaal, de politiecommissarissen en de officieren van justitie gaat een onmiskenbaar corrumperende werking uit. Wanneer hij de macht van zijn publieke functie mag aanwenden voor het regelen van een particuliere aangelegenheid of wanneer hij zich mag laten omkopen, waarom zou ik, kleine ploeteraar, dat dan niet mogen?”

Amanpour zou zeggen: journalisten, zoekt en gij zult vinden.

Je kunt niet bepalen hoe de wind waait, je kunt wel de zeilen bijzetten

De koning en zijn vader




Het ziet ernaar uit dat koning Willem-Alexander het cabaret en de columnistiek van Nederlandse bodem een zware slag heeft toegebracht. Wie zal hem voorlopig na het openhartige tv-interview met Wilfried de Jong nog belachelijk willen maken? Daarvoor moeten wel zeer sterke redenen zijn.


Misschien zal er bij sommige van zijn critici zelfs enige gêne zijn ontstaan, omdat uit het interview bleek hoezeer hij de afgelopen jaren geleden heeft onder het verlies van zijn vader en zijn broer.


Wat hij over zijn vader vertelde, was voor mij dé openbaring van dit interview. We wisten dat prins Claus een gewetensvol man was, maar wie had gedacht dat hij zich zozeer medeverantwoordelijk voelde voor de Holocaust dat hij er nog op zijn sterfbed met verplegend personeel over sprak? „Mijn vader is zich altijd bewust gebleven dat hij uit Duitsland kwam", zei Willem-Alexander.


Zelf heeft prins Claus (geboren in 1926), die verplicht in de Hitlerjugend en de Wehrmacht had gediend, er al op de dag van zijn officiële verloving in 1965 met prinses Beatrix dit over gezegd tegen tv-journalist Herman Felderhof: „In Italië, toen ik in Amerikaanse krijgsgevangenschap was, was het ergste wat de Amerikanen ons lieten zien een film over wat zij zagen toen ze in de Duitse concentratiekampen van 1945 arriveerden en eh…ik kan daar voor mijzelf en voor mijn kameraden van toen spreken als ik zeg dat we werkelijk geschokt waren en zo echt geschokt waren, weil wir wirklich nichts davon gewusst haben en niets daarvan vermoed hebben. Dat mag zeker voor een buitenlander die dat nu hoort ongeloofwaardig klinken, maar het was werkelijk zo."


Dr. L. de Jong, directeur van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie, moest er destijds aan te pas komen om na onderzoek vast te stellen dat Claus zelf geen oorlogsmisdaden had begaan.


In 1971 zat Claus op Drakensteyn tegenover een afvaardiging van de Nederlandse Vereniging van Ex-Politieke Gevangenen (Expogé) uit de bezettingstijd. Ze vroegen hem: „U, als Duitser, voelt u zich schuldig aan al die dingen die tijdens de bezetting in Nederland door de Duitsers zijn gedaan?" „Ja", zei Claus toen, „daar voel ik mij schuldig aan." Hij zei dat hij alle begrip had voor de destijds negatieve houding („Claus raus") van veel Nederlanders. Vervolgens vertelde hij zijn levensverhaal. Het gesprek leidde voor de Expogé-mensen tot een ommekeer in hun kritische houding tegenover Claus.


We kenden deze feiten en citaten – ik haalde ze uit de minibiografie Claus heden & verleden uit 1983 van Pim Christiaans en Henk Hanssen – maar we konden niet weten dat dit trauma hem tot aan zijn dood heeft achtervolgd.


In de vele lovende reacties op het interview met Willem-Alexander duiken steeds de woorden ‘vriendelijk’, ‘menselijk’ en ‘kwetsbaar’ op. Terecht. Alleen resteert dan de vraag: maakte hij vroeger een zoveel minder vriendelijke, menselijke en kwetsbare indruk? Onvriendelijk heb ik hem nooit gevonden, maar hij gedroeg zich bij officiële gelegenheden, inclusief gesprekken op tv, wel wat stijfjes en formeel.


Misschien hebben zijn adviseurs gezegd: „Je hebt een andere kant die je nooit laat zien."


Hoe dan ook, we kwamen er woensdagavond achter dat hij meer op zijn vader lijkt dan we ooit beseft hebben.


 
Frits Abrahams

Verschrijver maakt kans op een buitenaardse prijs


Ik kan niet eens doen alsof ik voetbal interessant vind, maar mijn aandacht werd onlangs toch getrokken door een deskundige op de radio. Het ging over de zoektocht naar een nieuwe bondscoach. De kwestie was: Henk ten Cate of Dick Advocaat.

De deskundige zei: „Dick Advocaat is niet favoriet bij de spelers, maar als je alles weglaat, dan is hij eigenlijk de ideale bondscoach, van iedereen die beschikbaar is.”

Wat bleef rondzingen was die achteloze tussenzin: „Als je alles weglaat.” Want ja, inderdaad, als je alles weglaat, dan is Dick Advocaat het meest geschikt.

Het lijkt me ook een heel handige bijzin voor sollicitatiegesprekken. „Waarom denkt u zelf dat u geschikt bent voor deze functie?”

„Nou, als je alles weglaat – zoals dat ik graag drink op de werkvloer en ik een verleden heb met agressie, en ik mezelf ook niet echt een mensenmens vind – dan ben ik wel echt geschikt. Maar dan moet je wel alles weglaten.”

„Oké, nou, dan doen we dat.”

Wat een vrijheid ineens. Ik denk dat weglaten ook in veel relaties een uitkomst zou zijn. „Maar hou je nog wel echt van me?”

‘Als je alles weglaat wel, ja.”

„Oké, gelukkig maar, want soms denk ik…”

„Lieve schat, dat moet je állemaal weglaten.”

Ondertussen ging het gesprek door over de bondscoach. Maar waarom eigenlijk? Stel dat Dick Advocaat het toch niet zou worden, dan zou je toch ieder ander kunnen nemen? Hoe meer je bereid bent weg te laten, hoe geschikter iemand wordt. Ik vroeg me af of ik zelf Hans van Breukelen eens op zou moeten bellen.

„Hou je van voetbal?”

„Nee.”

„Ben je een man?”

„Nee.”

„Heb je leiderschapskwaliteiten?”

„Nee.”

„Heb je zin in deze baan?”

„Nee.”

„Nou, als we dat allemaal weglaten… Wanneer kun je beginnen?”









 

Friday, February 17, 2017

gos paul de bos


 “Goedemiddag, thans verklaar ik de terechtzitting geopend in de zaak van het genootschap tot onderdrukking van schijnachtervolgingen (hierna: gos) versus Paul de Bos,” zei ze snibbig en hautain.

"Ons genootschap bestaat uit eminente rechtsgeleerden die elkaar ooit benoemd hebben, daar komt geen democratie bij kijken, dus ontneemt dat de rechterlijke macht mogelijk elke legitimiteit, maar nu moet ik niet weer in een tweespalt raken over onze autoriteit, ik twijfel al genoeg en zal op zich nooit twijfelen over mijn bestaanszekerheid en de rechtspraak, daarvoor ben ik te recht in de leer en dogmatisch en star, om eerlijk te zeggen. Waarom ik nu “om eerlijk te zeggen” zeg, weet ik op zich niet, het zijn van die standaard uitdrukkingen net zoals “dan heb ik zoiets van”, “op zich” en “sterker nog”. Nu is het bovendien zo dat ik vast stel dat als je “om eerlijk te zeggen” zegt, dat je dan vragen zou kunnen stellen bij de eerlijkheid van hetgeen je verder zegt. Misschien komt het voort uit mijn leegte, mijn overbodigheid, mijn schuldgevoelens, mijn onzekerheid, mijn verlangen naar waardering en erkenning. Respectloosheid roept respectloosheid op, liefdeloosheid roept liefdeloosheid op, harde woorden lokken harde woorden uit, geweld lokt geweld uit, oorlog lokt oorlog uit. Sereniteit bevordert sereen zijn, liefdevol zijn bewerkstelligt liefdevol zijn, aardig en vriendelijk zijn doen hetzelfde. Als er geen liefde in zit, dan kan dat er ook niet uit komen. Stellen dat je genoeg liefde hebt voor twee achten wij pretentieus en dom. Het gos stelt vast dat er niet gedacht kan worden voor een ander en daarbij komt, zo Paul de Bos volhardt in zijn waangedachte, dat er in dat geval ook voldoende haat kan zijn voor twee.


Laat ik me bepalen tot de voorliggende en onderhavige zaak en niet tot mijn dwangneurosen, van prestatiedwang tot de dwang om telkens twee tegenstrijdige zaken te willen waardoor ik continu in dubio verkeer omtrent mijn doen en laten en mogelijk leef in mijn eigen gevangenis. Leeft niet iedereen in zijn eigen gevangenis. Zo is het. Iedereen leeft in zijn eigen waanwereld, leeft zijn of haar gedachten, leeft in zijn eigen gevangenis op zich. Ik al helemaal. En op den duur wordt alles erger is mijn motto. Laat ik mijn raadsheren en mezelf voorstellen. Mijn naam is mr. dr. E.U. Calypta, voorzitter en voorts maken deel uit van dit kromsprekende genootschap de heren mr. D.U.U.R. Salomo Zilver en mr. Oe.Roe.Boe.Roe Simons, leden.”  


Afbeeldingsresultaat voor paulus de boskabouter oeroeboeroeAfbeeldingsresultaat voor paulus de boskabouter salomoAfbeeldingsresultaat voor eucalypta

“Heertje de Bos, u wordt door het gos beschuldigd een schijnbaar vrolijk en energiek manneke te zijn, dat af en toe zomaar fluit of zingt. Voorts stellen wij vast dat dergelijk gedrag de afgelopen drie jaar gestimuleerd wordt door lachgas, wiet gebakken door de zilvervliesrijst en sinds 1 maand elke drie weken een pilletje dexamfetamine van 2,5 mg, in de volksmond aangeduid als speed. U kunt zich niet in redelijkheid op het standpunt stellen dat u lachgas langer dan een maand niet gebruikt heeft, noch wiet heeft meegebakken met zilvervliesrijst, want dat weten wij niet zeker. Dat u stelt geen verslavingsgevoelige persoonlijkheid te hebben maakt dit niet anders. Vast staat dat u afgelopen week een pilletje dexamfetamine gebruikt heeft van 2,5 mg." "Ja, wie het kleine niet eert, krijgt het lid op de neus," sprak de helendal buitengemeen zeer gewichtige Oe.Roe.Boe.Roe.  

"Mocht u niet tot dit gebruik overgegaan zijn, dan zou u aangemerkt worden als iezegrim, van het angstige negatieve depressieve narcistische egocentrische soort. Nu stelt het genootschap vast dat een varken niet verweten kan worden een varken te zijn. Wij kunnen Paul de Bos niet verwijten Paul de Bos te zijn, een afhankelijk zielig doenend ontevreden en verongelijkt mens. U wordt verweten te huilen dat anderen het ook niet goed doen, dat anderen ook overbodig zijn, dat anderen veel meer verdienen voor minder in plaats van verantwoordelijkheid te nemen voor uw eigen leven, uw eigen daden, uw eigen werk. Er is geconstateerd dat u zich vaak beklaagt over nerveuze rare moeilijke drukke mensen die denken dat ze het verschil maken, die zichzelf te serieus nemen. Wat u zegt bent u zelf. Ook is er gehoord dat u vertelde dat ergens iets aan doen het altijd erger maakt. Het genootschap stelt vast dat alles wat je doet onbelangrijk is. Het genootschap neemt niet van Gandhi over dat het wel belangrijk is dat je het doet, omdat een en ander bij Hitler en Trump schadelijke gevolgen kan hebben. Daarnaast strooit u graag met halve gare wijsheden, bij voorkeur in het engels omdat u dat interessant vindt staan, van a loving heart is the truest wisdom tot here is my secret, it is very simple: one sees well only with the heart, the essential is invisible to the eyes. Regelmatig werd er gehoord dat u de woorden sprak “qui se respecte, s'abstient”. Het staat vast dat u tegen mij gezegd heeft dat “wie zichzelf respecteert zich verre van mij, E.U. Calypta, houdt". Dat is belediging van een ambtenaar in functie en van dit genootschap.


Daarmee komen we op de volgende klacht; u wordt verweten grof, bot, respectloos en narcistisch  te zijn, u heeft in feite een hekel aan de mensen en een gebrek aan (zelf)respect en (zelf)liefde. U schimpt op trump, maar u bent hetzelfde, een vrouwenhater of een mensenhater en dergelijke.
Het genootschap is van oordeel dat u gestraft dient te worden voor uw uitspraken dat u vindt dat ik de lekkerste heb en dat u naar een filmpje van charlyse bella en erica fontes heeft gekeken waarbij u fantaseerde dat daar een jongere versie van mij sexuele handelingen verrichtte met twee t’s waartoe ik mij niet verlaag. Overigens opvallend om te zien hoe charlyse bella van een klasse dame in dat filmpje verwordt tot iemand die zich laat vernederen door mannen en u daar niet meer naar kon kijken. Je bent een vies mannetje. Nu het vast staat dat u een oud mannetje bent en het genootschap overigens van oordeel is dat u een viespeuk bent komt het gos aan de behandeling van de overige klachten omtrent uw naargeestigheid en akeligheid niet meer toe. Hoe dan ook: u wordt veroordeeld tot het beantwoorden van de volgende vraag; hoe lang duurt de wereld ?


U moet daarop kennelijk het antwoord schuldig blijven. Hoe lang duurt de wereld ? Ik zal het dan maar zeggen: Een mensenleven lang."


Na deze zitting ging Paul bedremmeld en boos naar huis. Daar kon Paul niet tegen, onrechtvaardigheid onder andere, zijn conditie ging achteruit. Hij lag uitgeput op bed, wachtend op de dood. Die kwam. Voor het zover was, hief Paul met zijn laatste krachten zijn hoofd op en zei "dus zo lang duurt de wereld !” Toen viel hij terug op zijn kussen en achtervolgde niemand meer.

 


 

Image result for eucalyptaImage result for eucalyptaImage result for eucalypta