Seas have their source, and so have shallow springs
And love is love in beggars and in kings.
De primaire bron voor het overdragen van besmettelijke ziektes is iemand de hand drukken. Denk maar aan buikgriep of diarree (mooi woord, dat diarree, een diarree aan wetten, een diarree aan woorden).
Maarten ‘t Hart beschrijft hoe een begrafenisondernemer altijd iedereen de hand wil drukken en dan kreeg je zo’n slap, klef en ontwijkend handje. Sindsdien wantrouwt Maarten ‘t Hart de handenschudders, want de begrafenisondernemer bedondert zijn klanten en medewerkers. Maarten ‘t Hart heeft bijna altijd gelijk.
Simon Carmiggelt beschrijft dat tussen geliefden een glimlachje volstaat en dat het bij vrienden om een lachje gaat. Zakelijke, afstandelijke en elkaar wantrouwende collega’s geven dagelijks een hand en acteurs en actrices gaan vol op de bek. Toch wel bijzonder, veel varkens voor de trog en dan toch elkaar in de armen vliegen. Hoe slechter de relatie, hoe kleffer, hoe valser ?
Monday, November 27, 2006
In darkness let me dwell
Wat zijn de kenmerken van fascisme en despotisme ?
- censuur
- regels zijn regels
- befehl is befehl, besluit is besluit
- geen tegenspraak dulden.
Als ik naar Rita Verdonk kijk op televisie dan ontdek ik wellicht het belangrijkste kenmerk van despotisme en fascisme. Geen zelfinzicht, geen fouten kunnen toegeven. Geen gemeende excuses kunnen maken. Adolf zal tot het laatste moment gedacht hebben dat hij het beste voor had met Duitsland, de mensheid, de wereld en met zichzelf.
Verdonk heeft nooit oprecht excuses kunnen maken.
Wat wordt er gedaan tegen de duisternis van het slechte weer
Meer dan 200.000 professionals werken samen !
Het beste middel tegen slecht weer is samenwerken. Alleen met elkaar kunnen we het risico zo klein mogelijk maken. Belangrijke organisaties werken al heel veel samen. Van het Koninklijk Nederlands Metereologisch Instituut tot Lampenfabrikanten. Van de Koninklijke Luchtmacht tot en met de tuinders en verlichtingsdeskundigen. Inmiddels hebben ruim 200.000 professionals hun krachten gebundeld bij de bestrijding. Hun organisaties staan met elkaar in contact en houden elkaar op de hoogte. Samen vormen ze een ‘schild’.
Wat u zelf kunt doen
We mogen niet mopperen. Misschien is wel het grootste gevaar van slecht weer dat er een sfeer ontstaat waarin we tegen elkaar gaan lopen mopperen. Belangrijk is dat we elkaar blijven respecteren en vertrouwen. Bijna iedereen in Nederland is tegen slecht weer, ook de mensen zonder paraplu.
Toch zullen we moeten opletten
Als we allemaal opletten, kunnen we de nare gevolgen van slecht weer verder verkleinen. Let u vooral extra op in situaties waar veel mensen bij elkaar zijn. Op metro- en treinstations. Bij festivals of concerten. In winkelcentra. Let u op straat altijd op waar u kunt schuilen voor slecht weer. Het kan zijn dat u websites tegenkomt die slecht weer verheerlijken. Of die op een andere manier tegen lekker weer zijn. Meld dit via www.knmi.nl. Laat uw eigendommen niet onbeheerd achter
Wat is verdacht?
Het is moeilijk in het algemeen te zeggen wat verdacht is en wat niet. Dat hangt af van de situatie. Een aantal voorbeelden:Ziet u de lucht betrekken en grauw worden, dan kan dat verdacht zijn. Waarschijnlijk waait het wel weer over en is er niets aan de hand. Toch is het beter om meteen een medewerker van het KNMI te waarschuwen.Dat het al twee weken goed weer is, hoeft niets te betekenen maar het kan wel. Als u de zaak niet vertrouwt, bel dan het KNMI. Mensen die overdreven veel aandacht hebben voor de zon of hoge temperatuur kunnen bezig zijn met de voorbereiding van slecht weer. Waarschuw in dat geval het KNMI. Het kan zijn dat u toevallig mensen met elkaar hoort praten over het slecht weer. Licht het KNMI in.Bent u winkelier en koopt een klant een grote hoeveelheid artikelen die u in verband kunt brengen met slecht weer, bel dan het KNMI.
Wat u moet doen als er toch slechtweer dreigt of plaatsvindt
Alle maatregelen om slecht weer te bestrijden, kunnen niet altijd voorkomen dat er slecht weer dreigt of plaatsvindt. Maar ze kunnen de kans op slecht weer wel kleiner maken. Wat moet u doen als er toch slecht weer plaatsvindt ? Bescherm uzelf tegen rondvliegend of vallend materiaal.Bent u zelf niet ernstig gewond, help dan zo veel mogelijk anderen.Ga zo snel mogelijk naar een beschutte plek.Ga in groepen staan. Er kan nog meer slecht weer komen.Blijf vanwege het gevaar voor instorten uit de buurt van grote gebouwen.Blijf uit de buurt van ramen omdat ze kunnen breken.Volg de instructies van politie, beveiligingspersoneel of hulpverleners, maar denk vooral zelf heel goed na. Het denkende individu maakt het verschil tegen het slechte weer.
Bel kort om mensen te laten weten dat u in veiligheid bent, maar gebruik de telefoon niet voor onnodige gesprekken. We moeten voorkomen dat netwerken overbelast raken. Is het mobiele netwerk overbelast, probeer dan de vaste lijn.Als het regent, gebruik dan geen lucifers of een aansteker. Dat lukt toch niet.Heeft u foto's gemaakt, bijvoorbeeld met uw mobiele telefoon, geef ze dan aan het KNMI of SBS6.
VEEL GESTELDE VRAGEN
Nederland is altijd een land geweest met redelijk goed weer. Is dat verleden tijd?Nee. Nederland is nog steeds een land waar het best lekker weer is. Iedereen heeft het recht om zijn of haar mening te geven. Scherpe debatten over bijvoorbeeld de elfstedentocht, zijn uitstekend. Maar zo'n schaatstocht mag niet misbruikt worden om slecht weer te propageren.
In mijn wijk is het ook wel eens slecht weer cipier rita. Ik ben wel eens bang dat ik op de verkeerde plek woon. Is dat terecht?
De kans dat het in uw wijk vaker slecht weer is, is erg klein. Bijna iedereen, met welke culturele of religieuze achtergrond dan ook, is tegen slecht weer.
Mijn kind bezoekt websites. Wat kan ik daaraan doen?
Ouders kunnen een belangrijke rol spelen bij het herkennen en voorkomen van radicalisering. Heeft uw kind veel aandacht voor radicale weersomstandigheden ? Praat daar dan over met hem of haar. Kunt u uw kind niet overtuigen, zoek dan hulp bij een familielid, een vertrouwenspersoon, een kennis, een leraar of de wijkagent.
Vertelt de overheid wel alles over slecht weer ?
Vrijwel alles. De overheid is zo open als mogelijk. Maar u begrijpt dat het niet goed is om te veel te vertellen. Ook het slechte weer zou er dan zijn voordeel mee kunnen doen.
Al die weerstations op straat en stations, mag dat wel?
Ja, dat mag. In steeds meer straten en op stations is tegenwoordig weertoezicht. En ook staan er steeds meer weercamera’s op gebouwen. Voor onze veiligheid moeten we een beetje van onze privacy inleveren.
Hoe herken ik slecht weer ?
U kunt niet aan de lucht zien of er slecht weer op komst is. U kunt wel letten op verdacht gedrag. Vindt u dat de lucht zich verdacht gedraagt, let dan extra goed op en waarschuw het KNMI. Wat moet ik doen als ik merk dat mensen in mijn omgeving van slecht weer cipier rita houden?Als u merkt dat mensen in uw omgeving anderen proberen te overtuigen dat slecht weer cipier rita eigenlijk goed is, kunt u hierover het beste praten met het KNMI.
Waarom waarschuwen jullie voor slecht weer en laten het vervolgens weer lopen?
Een gewaarschuwd mens telt voor twee. Het slechte weer wordt op de voet gevolgd. Ook al lijkt het dat we niets doen, we doen het toch.
Mag ik worden afgeluisterd?
Afluisteren mag alleen als er een goede reden voor is. En als er toestemming voor is. Wat de overheid wel en niet mag, is in wetten vastgelegd.
www.davidrietveld.nl
Impuls
Men handelt altijd uit een impuls. En dan gaat men er later een redelijke grond aan geven. Zo werkt het menselijk brein. Intuïtief handelen en er dan bliksemsnel een verklaring voor vinden. De echte rede zit in de impuls.
Zou mevrouw Verdonk of de heer Knevel zelf een achtjarig Chinees jongetje in de gevangenis opsluiten ? Zou mevrouw Verdonk of de heer Knevel zelf een 17-jarig meisje in een busje afvoeren ? Zouden Verdonk en Knevel zelf Congolezen afvoeren en vermoorden ?
Wat zijn de kenmerken van despotisme/fascisme ?
Bush, Blair, Verdonk, allen waanden zij zich op hun terrein de baas en zijn wars van kritiek. De kern van democratie is geen inspraak maar tegenspraak.
Wetenschap, de overheid en het leven moeten het niet hebben van autoriteit en inquisitie, maar van openbare kritiek en sceptisch debat. Liever dood dan éénmaal een despoot klakkeloos gevolgd.
Onze heer Balkenende vindt de doodstraf terecht. Dus geef hem een pistool of touw en laat hem Saddam executeren. Dat durft hij niet. Als een man/vrouw dat wel zou durven, dan is hij/zij niet veel beter dan Saddam.
Zou mevrouw Verdonk of de heer Knevel zelf een achtjarig Chinees jongetje in de gevangenis opsluiten ? Zou mevrouw Verdonk of de heer Knevel zelf een 17-jarig meisje in een busje afvoeren ? Zouden Verdonk en Knevel zelf Congolezen afvoeren en vermoorden ?
Wat zijn de kenmerken van despotisme/fascisme ?
Bush, Blair, Verdonk, allen waanden zij zich op hun terrein de baas en zijn wars van kritiek. De kern van democratie is geen inspraak maar tegenspraak.
Wetenschap, de overheid en het leven moeten het niet hebben van autoriteit en inquisitie, maar van openbare kritiek en sceptisch debat. Liever dood dan éénmaal een despoot klakkeloos gevolgd.
Onze heer Balkenende vindt de doodstraf terecht. Dus geef hem een pistool of touw en laat hem Saddam executeren. Dat durft hij niet. Als een man/vrouw dat wel zou durven, dan is hij/zij niet veel beter dan Saddam.
Sunday, November 26, 2006
Het tijdvak obsceen: verwrongen en versteend
Geoloog: het klimaat verandert al 4,5 miljard jaar, dus nu ook
Klimaatverandering is geen probleem dat we moeten oplossen, het is een natuurlijk gegeven waarmee de mens moet leren leven. De geoloog Salomon Kroonenberg gooit de knuppel in het hoenderhok van de opwarming. In zijn nieuwe boek De menselijke maat betoogt hij dat ons collectieve geheugen gebrekkig is.
"Dertig jaar geleden wisten we zeker dat er een ijstijd op komst was. Nu vrezen we dat de aarde gevaarlijk opwarmt. En over dertig jaar?"
De fout die we volgens Kroonenberg maken, is dat we denken dat alles altijd geweest is zoals het nu is, en vooral ook zo moet blijven. "Het klimaat verandert al 4,5 miljard jaar. Er is geen reden om aan te nemen dat dat nu niet gebeurt. Bovendien: het klimaat is niets meer dan het gemiddelde van het weer en dat laten wij ook vrij variëren." Het klimaat is ondergeschikt aan de grote cycli van de aarde, die van de ijstijden. Vroeg of laat, maar in elk geval binnen 10000 jaar is de nieuwe ijstijd een feit. De omslag kan ook over dertig of honderd jaar liggen, zegt Kroonenberg."Maar de klimaatmodellen houden daar geen rekening mee. Dat kan toch niet? Wat ik vraag is: laat die modellen eens doorrekenen tot voorbij dat omslagpunt. Misschien blijkt dat de maatregelen die we nu nemen, straks averechts uitpakken.
"Nuchterheid in Klimaathysterie" U kwam van: www.google.nl, zoekend naar: salomon+kroonenberg
Zondag 19 februari werd er een aflevering uitgezonden van het programma Boeken etcetera. In deze aflevering was hoogleraar Salomon Kroonenberg te gast om te praten over zijn nieuwe boek dat 25 februari zal verschijnen. Het is mij vaker opgevallen dat geologen een geheel ander beeld hebben over klimaatsveranderingen dan veel politici en aan hun gelieerde wetenschappers van het IPCC. Na het zien van de aflevering lijkt mij het boek meer dan het lezen waard. Salomon brengt wat rationele nuchterheid in klimaathysterie waaraan vele politici, burgers en wetenschappers lijden. Hieronder wat meer informatie over Kroonenberg en zijn nieuwe boek.
De menselijke maat
De aarde over tienduizend jaar:Eigenlijk is het hoogzomer, geologisch gezien dan. Dat de ijskappen smelten heeft niets te maken met menselijk handelen, maar met het ijstijdseizoen.Het hele idee dat het klimaat momenteel flink aan het veranderen is, is onzin: het klimaat veranderde altijd al. Mensen die daarvoor waarschuwen zijn 'somberklonten', aldus Salomon Kroonenberg, auteur van De menselijke maat. Het Kyoto-verdrag is dan ook grote onzin, zegt de geoloog. Milieuactivisten hebben goed werk verricht door erop te wijzen dat er zuiniger omgegaan moet worden met grondstoffen, en dat je niet zomaar afval kan laten slingeren, dat weten we inmiddels wel, maar door campagne te blijven voeren en te waarschuwen tegen CO2 schieten ze hun doel voorbij. Deze activisten worden slechts gedreven door een heimwee naar vroeger en een christelijk denken van schuldgevoel en de mens als 'kroon op de schepping'.
Maar wil je werkelijk begrijpen wat er aan de hand is dan moet je niet alleen kijken naar waar je naartoe wilt, maar ook naar waar je vandaan komt.
Het tijdvak Obsceen
Ik ben archeoloog. Ik heb zojuist een belangrijke vondst gedaan, in een laag die dateert uit het Obsceen, de periode die volgde op het Holoceen, zo'n 5000 jaar geleden. Het Obsceen wordt gekenmerkt door een laag ondefinieerbare zwarte stinkende pulp met daarin de wonderlijkste voorwerpen: verwrongen blik, versteende hamburgers, geplette plastic jerrycans, roestige kabels, rafels fijne lingerie, scheepswrakken, ski's, beschimmelde luiers, brillen, platte toetsenborden met vage tekens erop, gouden en zilveren sieraden, handgranaten, kelders vol met mest, tonnen puin met glas en kilometers lange linten bitumineus materiaal waarvan ik het nut nog niet begrijp. Er zitten ook duizenden en duizenden glibberige rubberen vingers met opgekrulde randjes in waarvan het doel niet moeilijk is te raden. Die vingers zijn over de hele wereld ongeveer hetzelfde, en ze zijn daarom een bruikbaar gidsfossiel voor het Obsceen. Het valt niet mee in deze laag te graven, en nog veel minder om er enige logica in te brengen. Het is bovendien gevaarlijk want er zitten sterk radioactieve staven tussen, en flesjes met giftige stoffen.
Ik deed mijn vondst bij opgravingen in Engeland, in een pakket dat van rond het jaar 2000 AD moet dateren. In een sleuf in het landschap vond ik duizenden volstrekt gave skeletten van grote evenhoevigen: koeien, schapen, varkens, allemaal netjes gesorteerd op soort, net als in een museum. Ons team is jaren bezig geweest met het zorgvuldig uitgraven van al die skeletten, en het is volstrekt duidelijk dat het allemaal gezonde dieren waren. Er zijn geen sporen van strijd, verwondingen of afwijkingen door ziektes. Alleen hadden ze allemaal precies op dezelfde plaats een rond gat in hun kop. Wij weten niet waarom zij zijn gedood, en waarom hun kadavers allemaal bijeengebracht zijn. Want dat zij niet in deze keurig uitgegraven sleuf zijn gestorven is wel te zien aan de wijze waarop zij opgestapeld liggen. Bij elk skelet lag ook een geel label. Zijn dit inderdaad museumlabels, of merktekens van een vroegere opgraving, of grafschriften? Wij staan nog voor een raadsel.
Uit oude overleveringen is wel bekend dat de Obscenen de god Mammon aanbaden, maar waarom die god zulke uitzinnige dierenoffers vergde begrijpen we nog niet.
Ik heb nog maar één keer eerder iets dergelijks in mijn loopbaan gezien, in de Balkan ook in een sleuf uit dezelfde periode, bij een plaatsje dat op oude kaarten Srebrenica heet. Maar daar waren het skeletten van mensen, ook vaak met ronde gaten in de schedels, maar niet zo netjes, en ook wel met stukgeslagen ledematen. Bovendien ontbraken hier de gele labels. Het is niet duidelijk waarom in het ene geval mensen en in het andere dieren werden geofferd, en waarom de mensen slordiger zijn behandeld dan de dieren. Zijn het culturele verschillen? In elk geval toont de buitensporige omvang van de offers en de vergelijkbare wijze van doden en begraven aan dat beide culturen uiterst barbaars waren. Dit tijdvak wordt niet voor niets het Obsceen genoemd.
Salomon Kroonenberg
Deze column verscheen 12 april 2001 in Intermediair
Jeroen Bosch en George Bush
Prutswerk ter afbraak
Menno ter (af)braak
Veel van het werk van Jeroen Bosch beeldt de zonde uit, het falen van de menselijke moraal, of de kwaadaardigheid en de dwaasheid van de mensheid. De schilderijen bevatten zeer veel figuren uit de rijke verbeeldingswereld van Bosch, evenals heel veel symboliek, die tegenwoordig niet allemaal meer begrepen wordt. 26 jaar is hij geworden. Mozart 35. Good guys/girls go first.
Demolition
Corruptie, verregaande belangenverstrengeling tussen het bedrijfsleven en de politiek, elkaar baantjes toespelen, wij, de republikeinen (het cda-de vvd), zijn goed, zij, de democraten (pvda, gl, sp), zijn slecht en daarom krijgen ze ook geen (belangrijke) baantjes meer. Onze vriendjespolitiek, ons geloof, onze anti-moslim houding, onze kapitalistische denkwijze, onze dollar-euro is superieur aan alles en iedereen.
Voor de dood zijn we allemaal gelijk…..good guys/girls go first. Met slechte mensen gaat het altijd goed. Zelfs de dood is onrechtvaardig.
Demolition
“Manna, gemene mensen zijn niet intelligent “, zei Rinske van 't Lot.
“Verhagen lijkt mij politiek gemeen intelligent met zijn sluwe vossestreken.”
"Ik heb een voorkeur voor de vvd, die zijn tenminste eerlijk: het draait om geld”
“Met dat cda, ik weet het niet, meer dan 1700 jaar onderdrukking van vrouwen, de hypocrisie.”
Demolition
“Niets is toeval”, zei Koningin Beatrix afstandelijk tegen Anna Enquist, toen haar dochter onder een vrachtwagen kwam. Dat is een hele troost natuurlijk, want Beatrix weet dat Enquist intelligenter is en begrijpt dat zij bedoelt: “Alles is toeval”.
'Ik vind geloven in iemand die alles bestiert tamelijk infantiel. Het is een regressief, kinderlijk verlangen.', volgens Anna Enquist.
Menno ter (af)braak
Veel van het werk van Jeroen Bosch beeldt de zonde uit, het falen van de menselijke moraal, of de kwaadaardigheid en de dwaasheid van de mensheid. De schilderijen bevatten zeer veel figuren uit de rijke verbeeldingswereld van Bosch, evenals heel veel symboliek, die tegenwoordig niet allemaal meer begrepen wordt. 26 jaar is hij geworden. Mozart 35. Good guys/girls go first.
Demolition
Corruptie, verregaande belangenverstrengeling tussen het bedrijfsleven en de politiek, elkaar baantjes toespelen, wij, de republikeinen (het cda-de vvd), zijn goed, zij, de democraten (pvda, gl, sp), zijn slecht en daarom krijgen ze ook geen (belangrijke) baantjes meer. Onze vriendjespolitiek, ons geloof, onze anti-moslim houding, onze kapitalistische denkwijze, onze dollar-euro is superieur aan alles en iedereen.
Voor de dood zijn we allemaal gelijk…..good guys/girls go first. Met slechte mensen gaat het altijd goed. Zelfs de dood is onrechtvaardig.
Demolition
“Manna, gemene mensen zijn niet intelligent “, zei Rinske van 't Lot.
“Verhagen lijkt mij politiek gemeen intelligent met zijn sluwe vossestreken.”
"Ik heb een voorkeur voor de vvd, die zijn tenminste eerlijk: het draait om geld”
“Met dat cda, ik weet het niet, meer dan 1700 jaar onderdrukking van vrouwen, de hypocrisie.”
Demolition
“Niets is toeval”, zei Koningin Beatrix afstandelijk tegen Anna Enquist, toen haar dochter onder een vrachtwagen kwam. Dat is een hele troost natuurlijk, want Beatrix weet dat Enquist intelligenter is en begrijpt dat zij bedoelt: “Alles is toeval”.
'Ik vind geloven in iemand die alles bestiert tamelijk infantiel. Het is een regressief, kinderlijk verlangen.', volgens Anna Enquist.
Saturday, November 25, 2006
Willem Frederik Hermans
Dat zou ik ze maar niet aan hun neus hangen.
'Deze regering heeft mij te veel door de strot geduwd waar ik absoluut niet van gediend ben'
Op een zaterdagmorgen ontvangt Dr. Rufus (Roef) Dingelam, professor in de technische scheikunde, een telegram waarin staat dat hij de Nobelprijs heeft gekregen voor zijn in 1955 ontdekte synthese. Zijn vrouw Gré heeft geen belangstelling voor zijn werk en is alleen maar geïnteresseerd in de grootte van het bedrag van de prijs. Dingelam is verbonden aan de kleinste universiteit van ons kleine land, Groningen. Hij heeft het plezier in zijn werk volledig verloren: ‘Hij voelde de trilling in zijn gezicht die lachen bij hem verving.’ Die zaterdag wordt Dingelam gefeliciteerd met zijn prijs door boer Lagerwij die Gré en Roef een haan cadeau doet. De haan, het symbool van de mannelijke sexualiteit, komt er slecht van af: hij wordt doodgereden. De tweede figuur die Dingelam nog op zaterdag komt feliciteren is Eddy Barend, de psychiater die zijn leven te danken heeft aan Dingelam. Barend is een jood die aan het begin van de oorlog van Dingelam het advies kreeg zich niet te melden voor registratie.
Dingelams advies was: ‘Dat zou ik ze maar niet aan hun neus hangen.’
Eddy Barend draagt zijn visie aan het verhaal bij in de vorm van dagboekfragmenten waardoor hij zijn beroepsgeheim kan bewaren en toch spreekbuis van de auteur kan zijn door informatie over andere karakters te geven of te bevestigen. Zo schrijft Barend over de sinistere Goudewolf: ‘Waarom is uw rechterarm zo nu en dan als verlamd? Omdat u bang bent dat hij plotseling onder de kreet “Heil Hitler” omhoog zal schieten van ergernis.’ (Mattias Goudewolf-van Baalen, vader van twaalf kinderen, is criminoloog geworden nadat hij als sympathiserend SS-er in de gevangenis heeft gezeten.) Eddy Barend is ook de man die er voor zorgt dat de Dingelams tegen het eind van de roman even tot rust komen.De ironie is dat ze veel vrolijker zijn in een heel klein landje, het vorstendom Monaco, waar het in ieder geval warm is, in schril contrast tot de barre kou van Noord-Groningen. In het piepkleine Monaco voelen ze zich vrijer dan in hun eigen land. Een ironische parallel is ook dat Gré in het casino een kleine winst boekt. Over de gokkers zegt de auteur: ‘... dat zij het pure toeval niet met rust konden laten en het onder het juk van een systeem wilden brengen.’ Eerder in de roman zegt Dingelam, doelend op zijn scheikundige vondst, dat hij bij toeval een gouden appel uit een boom heeft geplukt.
De ergste kwelgeest van Dingelam is professor Knellis Tamstra. Deze zegt: ‘Het grootste belang van de zaak is natuurlijk niet de huldiging van Dingelam op zichzelf, veel belangrijker is het dat hierdoor het laboratorium waar ik directeur van ben, in het licht van de publiciteit komt te staan.’ Niemand waarschuwt Dingelam dat zijn laboratorium de volgende maandag bezet zal zijn door studenten. De aanleiding tot het rumoer van de studenten is een ingezonden stukje van Tamstra in De Telegraaf. Tamstra is degene die, op aanraden van Goudewolf, de hulp van de politie inroept en bovendien het smerige gerucht verspreidt dat het Dingelam was die de politie heeft opgebeld. Tamstra is in een prima stemming omdat zijn opzet lukt het feest voor Dingelam te verpesten. Wanneer Dingelam maandagmorgen bij de universiteit aankomt, ziet hij een vlag aan het gebouw: geen vlag voor hem maar een uitgehangen door studenten die het gebouw hebben bezet. De televisie is er ook, maar niet om Dingelam over zijn prijs te interviewen. De interviewer kent zijn eigen naam niet eens: hij stelt zich voor als Klaas-Bart Vanonderholland, maar een paar regels verder blijkt hij Bart-Klaas te heten. Dit stuk onbenul stelt Dingelam de meest dwaze vragen en krijgt dan ook lik op stuk. Dingelam kan zijn eigen werkkamer niet in, een slechtere kamer dan hij eerst had maar waaruit hij is weggepest door Tamstra. Dingelam is razend. Ook de huldiging van Dingelam in de aula is een fiasco doordat de studenten een rookbom hebben geplaatst. Iedereen loopt in paniek weg maar Dingelam niet. Hij maakt de bom onschadelijk want hij weet dat het ding ongevaarlijk is. Zo zet Dingelam zijn geleerde collega's te kijk.
Voor de lezer valt er veel te genieten bij het zien van de satirisch getekende portretten van de leden van deze zogenaamde gemeenschap. Studentenleider Louis Cuffeler is een jongen met ‘een stem die uit zuiver miskelkkristal gegoten was’ en dat is niet vreemd voor iemand die twee jaar op een seminarie voor priester gestudeerd heeft. Achter buitendeuren van ‘naturel gelakt eikehout’ wonen de professoren die roddelende praatjesmakers blijken te zijn.
Professor Janus Petrus Balkebekkus ‘droeg een zwarte kousen pak’ . Zulke dingen waren psychologisch heel belangrijk, wist hij.’ Deze conservatieve ‘kleuter’ spreekt in de volgende trant: ‘... wij gaan geen enkel waagstuk uit de weg, als de inzet het opbouwen van een leefbare wereld is.’
Professor Tabe Zalmpap, leeropdracht: makro-economische verkenningen, bewondert een dichter vooral om zijn brilmonturen. Een technocratische regelzuchtige boekhouder en toch alweer 4 a 12 jaar feitelijk financieel premier van Nederland...of ziet hij door de cijfers de werkelijkheid niet meer ?
Door de tranen van het lachen en de treurigheid ziet de lezer een integer man, Dingelam, die door al het ongerief zelf niet meer kan lachen. Dingelam is een decente man, onkreukbaar, wars van meeloperij, modieuze kletspraat, geen intrigant zoals de meeste anderen, niet dom zoals de meeste anderen, een man voor wie het geld te laat komt.
Onder professoren, 1975, is grandioos.
'Deze regering heeft mij te veel door de strot geduwd waar ik absoluut niet van gediend ben'
'Deze regering heeft mij te veel door de strot geduwd waar ik absoluut niet van gediend ben'
Op een zaterdagmorgen ontvangt Dr. Rufus (Roef) Dingelam, professor in de technische scheikunde, een telegram waarin staat dat hij de Nobelprijs heeft gekregen voor zijn in 1955 ontdekte synthese. Zijn vrouw Gré heeft geen belangstelling voor zijn werk en is alleen maar geïnteresseerd in de grootte van het bedrag van de prijs. Dingelam is verbonden aan de kleinste universiteit van ons kleine land, Groningen. Hij heeft het plezier in zijn werk volledig verloren: ‘Hij voelde de trilling in zijn gezicht die lachen bij hem verving.’ Die zaterdag wordt Dingelam gefeliciteerd met zijn prijs door boer Lagerwij die Gré en Roef een haan cadeau doet. De haan, het symbool van de mannelijke sexualiteit, komt er slecht van af: hij wordt doodgereden. De tweede figuur die Dingelam nog op zaterdag komt feliciteren is Eddy Barend, de psychiater die zijn leven te danken heeft aan Dingelam. Barend is een jood die aan het begin van de oorlog van Dingelam het advies kreeg zich niet te melden voor registratie.
Dingelams advies was: ‘Dat zou ik ze maar niet aan hun neus hangen.’
Eddy Barend draagt zijn visie aan het verhaal bij in de vorm van dagboekfragmenten waardoor hij zijn beroepsgeheim kan bewaren en toch spreekbuis van de auteur kan zijn door informatie over andere karakters te geven of te bevestigen. Zo schrijft Barend over de sinistere Goudewolf: ‘Waarom is uw rechterarm zo nu en dan als verlamd? Omdat u bang bent dat hij plotseling onder de kreet “Heil Hitler” omhoog zal schieten van ergernis.’ (Mattias Goudewolf-van Baalen, vader van twaalf kinderen, is criminoloog geworden nadat hij als sympathiserend SS-er in de gevangenis heeft gezeten.) Eddy Barend is ook de man die er voor zorgt dat de Dingelams tegen het eind van de roman even tot rust komen.De ironie is dat ze veel vrolijker zijn in een heel klein landje, het vorstendom Monaco, waar het in ieder geval warm is, in schril contrast tot de barre kou van Noord-Groningen. In het piepkleine Monaco voelen ze zich vrijer dan in hun eigen land. Een ironische parallel is ook dat Gré in het casino een kleine winst boekt. Over de gokkers zegt de auteur: ‘... dat zij het pure toeval niet met rust konden laten en het onder het juk van een systeem wilden brengen.’ Eerder in de roman zegt Dingelam, doelend op zijn scheikundige vondst, dat hij bij toeval een gouden appel uit een boom heeft geplukt.
De ergste kwelgeest van Dingelam is professor Knellis Tamstra. Deze zegt: ‘Het grootste belang van de zaak is natuurlijk niet de huldiging van Dingelam op zichzelf, veel belangrijker is het dat hierdoor het laboratorium waar ik directeur van ben, in het licht van de publiciteit komt te staan.’ Niemand waarschuwt Dingelam dat zijn laboratorium de volgende maandag bezet zal zijn door studenten. De aanleiding tot het rumoer van de studenten is een ingezonden stukje van Tamstra in De Telegraaf. Tamstra is degene die, op aanraden van Goudewolf, de hulp van de politie inroept en bovendien het smerige gerucht verspreidt dat het Dingelam was die de politie heeft opgebeld. Tamstra is in een prima stemming omdat zijn opzet lukt het feest voor Dingelam te verpesten. Wanneer Dingelam maandagmorgen bij de universiteit aankomt, ziet hij een vlag aan het gebouw: geen vlag voor hem maar een uitgehangen door studenten die het gebouw hebben bezet. De televisie is er ook, maar niet om Dingelam over zijn prijs te interviewen. De interviewer kent zijn eigen naam niet eens: hij stelt zich voor als Klaas-Bart Vanonderholland, maar een paar regels verder blijkt hij Bart-Klaas te heten. Dit stuk onbenul stelt Dingelam de meest dwaze vragen en krijgt dan ook lik op stuk. Dingelam kan zijn eigen werkkamer niet in, een slechtere kamer dan hij eerst had maar waaruit hij is weggepest door Tamstra. Dingelam is razend. Ook de huldiging van Dingelam in de aula is een fiasco doordat de studenten een rookbom hebben geplaatst. Iedereen loopt in paniek weg maar Dingelam niet. Hij maakt de bom onschadelijk want hij weet dat het ding ongevaarlijk is. Zo zet Dingelam zijn geleerde collega's te kijk.
Voor de lezer valt er veel te genieten bij het zien van de satirisch getekende portretten van de leden van deze zogenaamde gemeenschap. Studentenleider Louis Cuffeler is een jongen met ‘een stem die uit zuiver miskelkkristal gegoten was’ en dat is niet vreemd voor iemand die twee jaar op een seminarie voor priester gestudeerd heeft. Achter buitendeuren van ‘naturel gelakt eikehout’ wonen de professoren die roddelende praatjesmakers blijken te zijn.
Professor Janus Petrus Balkebekkus ‘droeg een zwarte kousen pak’ . Zulke dingen waren psychologisch heel belangrijk, wist hij.’ Deze conservatieve ‘kleuter’ spreekt in de volgende trant: ‘... wij gaan geen enkel waagstuk uit de weg, als de inzet het opbouwen van een leefbare wereld is.’
Professor Tabe Zalmpap, leeropdracht: makro-economische verkenningen, bewondert een dichter vooral om zijn brilmonturen. Een technocratische regelzuchtige boekhouder en toch alweer 4 a 12 jaar feitelijk financieel premier van Nederland...of ziet hij door de cijfers de werkelijkheid niet meer ?
Door de tranen van het lachen en de treurigheid ziet de lezer een integer man, Dingelam, die door al het ongerief zelf niet meer kan lachen. Dingelam is een decente man, onkreukbaar, wars van meeloperij, modieuze kletspraat, geen intrigant zoals de meeste anderen, niet dom zoals de meeste anderen, een man voor wie het geld te laat komt.
Onder professoren, 1975, is grandioos.
'Deze regering heeft mij te veel door de strot geduwd waar ik absoluut niet van gediend ben'
Anna Enquist en Coen Verbraak
Zestig wordt ze, op 19 juli a.s. Maar ze viert het niet. Op haar verjaardag zal Anna Enquist samen met haar man een vriend naar Frankrijk brengen. En dan zullen ze heus onderweg wel ergens lekker gaan eten. Maar er is geen reden voor een groot feest, vindt ze. Omdat “zij” er niet bij is. ‘Dan doet het me toch alleen maar verdriet.’
“Zij” is Margit, haar dochter, die in augustus 2001 op de Dam werd doodgereden door een vrachtwagen. Bijna vier jaar geleden is het inmiddels. Enquist wil er niet steeds weer over beginnen. Dan wordt ze zo’n eeuwig treurende moeder. Maar ze leeft alsof er een vitaal orgaan bij haar is geamputeerd. ‘Je blijft gaande, domweg omdat je voeten blijven lopen. Niet omdat er een doel is waar je heen wilt.’
Ze praat bedachtzaam; de stem gedempt, de lichtgrijze ogen melancholiek. Haar vest verhult maar nauwelijks hoe mager ze geworden is. Toch lijkt Enquist haar leven weer een beetje op orde te hebben. Ze is weer begonnen met haar praktijk als psycho-therapeut, ze speelt piano en ze heeft zowaar alweer een keer op de tribune gezeten bij Feyenoord. En ze schrijft weer. Drie maanden geleden verscheen De thuiskomst, een historische roman over Elisabeth Cook, de vrouw van zeevaarder en ontdekkingsreiziger James Cook. In 1992 kwam Enquist tijdens een van haar lange afstandwandelingen met James Cook in aanraking, in het Captain Cook Memorial Museum in Whitby. ‘ Ik raakte door hem gefascineerd, wilde meer over hem weten. Uiteindelijk kwam ik bij zijn gezinsleven uit, bij zijn vrouw Elisabeth. Een heel bijzondere vrouw, die haar man en al haar zes kinderen overleefde.’ Het plan bleef jarenlang in een la liggen. ‘Toen ik na de dood van Margit die dichtbundel –De Tussentijd- had geschreven, dacht ik: en nu? Ik moet wérk hebben. Opeens schoot dat boek me weer te binnen. Ik dacht: dát moet ik gaan doen.’
Het werken aan de roman heeft haar goed gedaan. Door dat schrijven had de dag een structuur. ‘Ik had een wereld waar ik in weg kon zinken. De kern van mijn dag was toch: achter die tafel zitten en schrijven. Die wereld van James Cook en zijn vrouw was een veilige wereld waarin ik kon verdwijnen. Dat mis ik nu ook wel. Ik ben weer in de werkelijkheid terug.’
In het najaar staat er weer een ander project op stapel: Enquist gaat gastcolleges geven in Leiden. Op haar zestigste keert ze als docent terug aan de universiteit waar ze veertig jaar geleden psychologie studeerde. Twaalf weken lang zal ze er werkcolleges geven over zowel de historische roman, als over de relatie tussen muziek en poëzie. ‘Maar ik heb nu nog geen idéé wat ik precies ga vertellen’, zegt ze, met hoorbare schroom. ‘Ik heb het aangenomen omdat ik dacht: dan heb ik in de herfst in elk geval weer een structuur. Maar ik zie er ook wel heel erg tegenop. Wat moet ik daar in godsnaam aan die kinderen vertellen?’ Misschien zal het in één van die colleges wel gaan over het onderwijsbeleid van de laatste tien jaar. Enquist ergert zich al geruime tijd “suf” aan de manier waarop Den Haag het onderwijs uitholt. Dat was in haar tijd nog heel anders. Zij kon er eindeloos keuzevakken bij volgen. ‘Neurologie, fysiologie, alles wat je boeide, kon je meepikken. Nu moeten die kinderen het in een paar jaar tijd zien af te ronden. De salarissen van docenten zijn slecht, de eisen van de PABO zijn echt minimaal. Het onderwijs wordt totaal uitgehold.’ Van Maria van der Hoeven heeft Enquist sowieso geen hoge dunk. Al helemaal niet sinds de minister een serieus debat wil over de geldigheid van de evolutietheorie.
‘Het is volkomen idioot dat regeringsleiders hun privé-besognes in hun beleid gaan verdisconteren.’
Misschien is het wel de leeftijd, dat ze die dingen zo somber ziet., tekent ze er vergoeilijkend bij aan. ‘Maar ik ben teleurgesteld in de politiek. Kijk naar het gezondheidsbeleid. Mijn eigen vak –de psychotherapie- is eigenlijk gewoon afgeschaft. Ik hou mij bezig met langdurende inzichtgevende therapieën, waarbij je mensen soms een paar jaar in behandeling hebt. Die analyses zijn nu alleen nog mogelijk voor mensen die het zelf kunnen betalen. De rest moet het van de poltitiek doen met hapsnap-therapieën van vijf gesprekken. Terwijl ik van een aantal Kamerleden wéét dat zijzelf –of leden van hun gezin- in behandeling zijn geweest. Geheel tot hun tevredenheid. Naar buiten toe zullen ze dat nooit zeggen, dat houden ze kennelijk liever stil. In het beleid zie ik er helemaal niets van terug.’
Ze heeft ook “nee”gestemd tegen de Europese grondwet. Kinderachtig misschien, want ze is eigenlijk een vurig voorstander van Europa.
‘Maar mijn afweging was toch: deze regering heeft mij teveel door de strot geduwd waar ik absoluut niet van gediend ben.
En dan in Europa zeker goede sier gaan maken met mijn stem. Over mijn lijk! Ik erger me werkelijk dood aan de arrogantie van de politiek. Het ergste zijn de mensen die wel intelligent zijn, maar toch dom handelen. Daarom vind ik een man als Donner zo kwalijk. Een heel slimme man, maar hij is desondanks niet in staat om zijn religieuze preoccupaties thuis te houden. De scheiding tussen kerk en staat wordt voortdurend diffuser.’ Dát is nog het meest teleurstellend, zegt Enquist. Haar hele leven had ze erop gerekend dat we langzaam maar zeker uit ‘die beklemming van de godsdienst’ zouden kruipen. ‘Ik heb altijd gehoopt dat de Verlichting zou doorzetten. Dat is ook een tijd gebeurd. Maar sinds een paar jaar hoor ik verstandige mensen opeens buitengewoon rare dingen roepen: “er is toch iets”. Oosterse flauwekul, geklets over spiritualiteit.’ Ze spreekt het uit alsof het smerige woorden zijn. ‘Blijkbaar vinden mensen het te moeilijk om zich neer te leggen bij “hoe het is”.’ Ze heeft daar na de dood van haar dochter veel over nagedacht. Natuurlijk had ze het prettig gevonden om te kunnen denken dat haar dood niet zonder bedoeling was geweest. ‘Ik kan dat verlangen van “we zien haar terug aan gene zijde” heel goed begrijpen. Ik voel dagelijks aan den lijve hoe zwaar het is om je bij de kille feiten van leven en dood neer te leggen. Het is moeilijk om te accepteren dat door stom toeval je leven totaal aan scherven geslagen kan worden. Maar ik ben echt verbijsterd als mensen werkelijk in die onzin geloven.’
Is “geloven in stom toeval” aantrekkelijker dan “geloven in God”?
‘Ik vind geloven in iemand die alles bestiert tamelijk infantiel. Het is een regressief, kinderlijk verlangen.’
Ze vindt zestig worden bepaald geen mijlpaal. Sterker nog, Enquist staat er nauwelijks bij stil. ‘Ik realiseer mij al sinds een paar jaar dat ik in een neergaande lijn zit. Zeker wanneer een kind sterft. Dan besef je dat een heel groot gedeelte van je toekomst weg is. Dus dan kan “zestig worden” er ook nog wel bij.’
Wat ziet u als u omkijkt?‘Dat veel idealen uit mijn jeugd totaal niet uitgekomen zijn. Van de dingen waar ik mij in mijn leven sterk voor heb gemaakt is weinig terechtgekomen. Ik ben opgegroeid in de tijd van “gelijkheid voor allen”. Je ziet nu de tweedeling tussen arm en rijk alleen maar groter worden. Dat is behoorlijk wrang.’
Wat is er wél gelukt?‘Op het gebied van de kunst gebeurt er nog altijd heel veel. Er worden nog steeds romans en dichtbundels geschreven. Terwijl iedereen een paar jaar geleden zei dat dat met de televisie en de opkomst van internet wel snel voorbij zou zijn. Het muziekleven in Nederland bloeit ook nog steeds volop. Wat er in ons land op dat vlak gebeurt, is echt bijzonder. Terwijl daar in Den Haag geen enkele trots op is. Er wordt vrolijk gesnoeid in orkestbegrotingen, terwijl ze werkelijk geen idéé hebben.’
Voor haar eigen leven geldt dat er in het laatste kwart nog een compleet nieuw hoofdstuk aan haar bestaan werd toegevoegd. Pas op haar zesenveertigste maakte ze haar debuut als dichter, met de veelgeprezen bundel Soldatenliederen. Drie jaar later, in 1994, verscheen haar romandebuut Het Meesterstuk ‘Gek, he?’, zegt Enquist. ‘Ik vond mezelf voordien altijd al zo vreemd, omdat ik twee dingen naast elkaar had; ik speelde piano en ik had mijn gewone vak als therapeut.’ Ze was destijds eigenlijk tegen wil en dank psychologie gaan studeren. Enquist wilde liever naar het conservatorium, maar haar ouders en leraren vonden dat geen goed plan. Nadat ze afgestudeerd psycholoog was, koos ze alsnog voor een pianostudie aan het conservatorium. Ze wist dat ze als spijtoptant nooit meer concertpianist zou kunnen worden. ‘Maar die piano maakte mij ontzaglijk gelukkig.’ Toen ze in 1987 begon met een psychoanalytische praktijk, besloot ze dat ze de muziek maar beter kon laten vallen. ‘Ik begon het kinderachtig van mezelf te vinden. “kom op, je moet gewoon als een groot mens één ding doen”.’ De pianoklep ging onverbiddelijk dicht; er moest gewérkt worden. En ja, toen was ze voor ze het wist opeens aan het schrijven geslagen. ‘Blijkbaar hoort het bij mij om meerdere dingen tegelijk te doen.’ Totdat het schrijven zoveel tijd ging opslokken, dat ze het niet meer met haar praktijk kon combineren. In 2000 nam ze ontslag, om fulltime schrijver te worden. Dat kon makkelijk; haar beide kinderen waren afgestudeerd, er was geen reden om nog in loondienst te blijven. Ze vond het fantastisch om de hele dag bezig te kunnen zijn met schrijven. ‘Parttime schrijven deed ik zo amateuristisch. Ik begon in de grote vakantie. Net als ik lekker op dreef was, moest ik weer aan het werk. Toen ik fulltime ging schrijven kon ik heerlijk mijn gang gaan.’
Totdat op 3 augustus 2001 alles anders werd. Waar ze was op die fatale dag? Ik zie dat ze van de vraag schrikt. Ze was op vakantie in Zweden, zegt Enquist. Maar daar wil ze liever niet aan denken. Het is niet goed voor haar om dat allemaal weer op te rakelen. In elk geval duurde het na dat ene verwoestende telefoontje nog een gekmakend etmaal lang voordat ze weer in Nederland terug was. Haar zoon Wouter was ondertussen onvindbaar, op vakantie ergens in Frankrijk. ‘Het duurde nog dagen voor we ‘m konden traceren. Een complete nachtmerrie.’
U bent psychoanalytica. Wat bleek er te kloppen van wat u over het effect van zo’n dramatische gebeurtenis dacht te weten?‘Eigenlijk alles. In Het Meesterstuk heb ik geschreven over een moeder die een dochter van een jaar of tien verliest. Dat klopte allemaal wel. Alleen is de werkelijkheid nog veel erger.’
Hoe ziet rouw er van binnen uit?‘Dat is te groot en te veel om iets over te kunnen zeggen. “Rouw” klinkt me ook te positief. Dat suggereert dat er een tijd van verdriet is en een tijd waarin dat minder is. Zo voel ik dat helemaal niet.’
Verdriet slijt niet? Ferm: ‘Nee. Verdriet tast alleen maar aan. Het holt je uit. Ik ben er nu wel beter aan toe dan drie jaar geleden. Ik werk weer, kan wat meer hebben, gedraag me iets socialer. Maar van binnen voelt het helemaal niet als een vooruitgang. Ik vind het juist verschrikkelijk dat die tijd almaar voortschrijdt. Het zit ‘m in kleine dingen; een weg die wordt verlegd, een nieuwe winkel, een gevel die verandert… allemaal dingen die zij niet meer gezien heeft. Alles voert steeds verder weg van haar.’
Wordt zij in uw hoofd wel ouder?‘Nee. Dat is ook zoiets wat mensen tegen je zeggen: het kind groeit met je mee. Ik heb dat niet. Dat vind ik juist zo erg: haar vriendinnen zijn nu 31, zij blijft altijd 27. We laten haar achter in de tijd.’
Zijn er dingen die onveranderlijk zijn gebleken?‘Ik heb er veel voldoening in dat die muziek is gebleven. Sinds haar dood ben ik weer echt begonnen met pianospelen. Vooral om mezelf af te leiden. In het begin ging ik fuga’s studeren, heel moeilijke technische dingen die niet veel gevoel oproepen. Zo dwong ik mezelf om me even te concentreren op iets anders.’ Inmiddels speelt ze ook muziek die wél gevoel oproept. Vaak samen met haar man, die professioneel cellist is. ‘We hebben met vrienden een strijkkwartet. Die vrienden zijn ons ook direct na haar dood komen ophalen om samen te spelen. Die eerste avonden heb ik geen woord gezegd, maar wel gespeeld. Dat deed me goed. Je wordt even uit de werkelijkheid getild. Je bent met elkaar in contact, woordeloos maar intens.’
‘Margit was een uitstekende muzikante. De laatste avond dat ik haar gezien heb, hebben we nog samen gemusiceerd; zij op hobo, ik op piano. We hebben samen het adagio van Cimarosa gespeeld. Dat hebben we later ook op de begrafenis gedraaid. Ze verongelukte een maand voor 11 september. Ik zat die dag piano te studeren, toen er een vriendin belde. “Je moet onmiddellijk de televisie aanzetten. Er is iets vreselijks gebeurd”. Ik dacht alleen maar: “het zal wel”en heb gewoon doorgespeeld..Het kon me geen bal schelen.’
Wanneer begon u dingen buiten uw eigen leven weer érg te vinden?“De moord op Theo van Gogh vond ik heel erg. Ik vond hem aardig, wist bovendien hoeveel hij van zijn kind hield. En ik dacht al heel snel aan zijn ouders. Hoe moet het voor die mensen zijn? En vrij kort na het ongeluk stierf het kindje van Frans en Makira Thomese. Dat greep me enorm aan. Maar dan ook zó intens dat ik direct helemaal verlamd raakte.’
Zou u een roman als Schaduwkind willen schrijven?‘Ik heb in zekere zin hetzelfde gedaan in de dichtbundel De tussentijd (uit 2004). Ik verlang er wel heel erg naar om over haar te schrijven. Ik heb een monoloog gemaakt over die laatste week, geschreven vanuit Margit. Daarin schrijf ik wat zij gedacht moet hebben. Dat gaf me de gelegenheid om met haar agenda voor me te gaan zitten, en met allerlei mensen te bellen: “wat zei ze, wat deed ze?” Een heel schema van haar laatste dagen, tot aan het einde. Erg griezelig om te doen, maar ook heel fijn. Ik wilde me graag in haar verdiepen. Om bij haar te zijn. Ze is heel erg alleen gestorven. Ik vind het ontzettend dat ik er toen niet was. Via die monoloog probeerde ik toch nog een beetje bij haar te komen.’
‘Als zoiets gebeurt, houdt het leven op. De toekomst is stuk. De reden dat je toch overleeft, is louter dat je lichaam het niet opgeeft. Dat had ik als therapeut al vaak van anderen gehoord. Door al die jaren ervaring in de spreekkamer weet je dat mensen verschrikkelijke dingen kunnen meemaken en toch dóórleven. Je leeft verder, simpelweg omdat je niet doodgaat.’
Heeft u eigenlijk wel zin om al die problemen van anderen weer aan te horen? Ook als het in uw ogen futiele dingen zijn?Verbaasd: ‘Oh nee! Zo werkt dat helemaal niet. Ik vond het juist onvoorstelbaar fijn om mijn vak weer op te pakken. Het verlies van een kind is een enorm identiteitsverlies. Alsof zelfs je moederschap vergeefs is geweest. Ik kon aanvankelijk mijn vak niet meer doen, kon niet meer schrijven. Ik kon helemaal níks meer. Daarom ging ik ook pianospelen. Dat was een identiteit die ik al had voor ik kinderen kreeg. Je bent enorm op zoek naar bezigheden die je identiteit weer kunnen versterken. Juist in dat vak vond ik uiteindelijk weer iets van mezelf terug.’ Maar ze wordt nooit meer wie ze was, zegt Enquist. ‘Wat nooit meer terugkomt is dat vanzelfsprekende gevoel van “het zit wel goed”. In mijn spreekkamer heb ik al jaren een foto van m’n kinderen staan. Hij staat precies zo, dat ik ‘m kan zien, maar de patiënt niet. Wanneer het in een therapie soms heel moeilijk ging, dan keek ik altijd even naar die foto en dacht: “dát zit onaantastbaar goed”.’ De foto staat er nog steeds. Maar dat gevoel dat Enquist er vroeger bij had is weg. ‘Hij staat nu voor wat er verloren kan gaan. En tegelijk voel ik dat ik verleden daar geen recht mee doe. We hebben het goéd gehad samen. Dat moet ik proberen te koesteren.’
De dichtbundel De Tussentijd, over de periode na Margits dood, kreeg scherpe kritiek. Begreep u waarom mensen u “pathetiek” verweten?‘Mijn werk heeft altijd heftige reacties opgeroepen, van zeer lovend tot vernietigend. In het geval van De Tussentijd vond ik het wel lullig. Het gaat toch over mijn dochter. De teneur was: die mevrouw is zó verdrietig dat ze eerst maar in een hoekje moet gaan uithuilen voordat ze weer gaat schrijven. Daar begreep ik niets van. Als je dat zo ziet, laat die bundel dan door een ander bespreken.’
Bent u “de tussentijd” inmiddels al voorbij?‘Ik heb die titel voor de dichtbundel over Margit opgevat als de tijd tussen háár dood en de mijne. Dat verandert niet. Het hoogste om in de rest van mijn leven naar te streven is dat ik het op een dag kan verdragen. Dat ik kan verdragen dat het gebéurd is. “Verdragen” is iets anders dan “accepteren”. Dat zou betekenen dat ik erin kan berusten. Zoiets is ondenkbaar; ik zal het nooit accepteren. Maar ik hoop dat ik ooit de gedáchte kan verdragen dat ze er niet meer is. Als dat lukt, heb ik al heel wat bereikt.’
“Zij” is Margit, haar dochter, die in augustus 2001 op de Dam werd doodgereden door een vrachtwagen. Bijna vier jaar geleden is het inmiddels. Enquist wil er niet steeds weer over beginnen. Dan wordt ze zo’n eeuwig treurende moeder. Maar ze leeft alsof er een vitaal orgaan bij haar is geamputeerd. ‘Je blijft gaande, domweg omdat je voeten blijven lopen. Niet omdat er een doel is waar je heen wilt.’
Ze praat bedachtzaam; de stem gedempt, de lichtgrijze ogen melancholiek. Haar vest verhult maar nauwelijks hoe mager ze geworden is. Toch lijkt Enquist haar leven weer een beetje op orde te hebben. Ze is weer begonnen met haar praktijk als psycho-therapeut, ze speelt piano en ze heeft zowaar alweer een keer op de tribune gezeten bij Feyenoord. En ze schrijft weer. Drie maanden geleden verscheen De thuiskomst, een historische roman over Elisabeth Cook, de vrouw van zeevaarder en ontdekkingsreiziger James Cook. In 1992 kwam Enquist tijdens een van haar lange afstandwandelingen met James Cook in aanraking, in het Captain Cook Memorial Museum in Whitby. ‘ Ik raakte door hem gefascineerd, wilde meer over hem weten. Uiteindelijk kwam ik bij zijn gezinsleven uit, bij zijn vrouw Elisabeth. Een heel bijzondere vrouw, die haar man en al haar zes kinderen overleefde.’ Het plan bleef jarenlang in een la liggen. ‘Toen ik na de dood van Margit die dichtbundel –De Tussentijd- had geschreven, dacht ik: en nu? Ik moet wérk hebben. Opeens schoot dat boek me weer te binnen. Ik dacht: dát moet ik gaan doen.’
Het werken aan de roman heeft haar goed gedaan. Door dat schrijven had de dag een structuur. ‘Ik had een wereld waar ik in weg kon zinken. De kern van mijn dag was toch: achter die tafel zitten en schrijven. Die wereld van James Cook en zijn vrouw was een veilige wereld waarin ik kon verdwijnen. Dat mis ik nu ook wel. Ik ben weer in de werkelijkheid terug.’
In het najaar staat er weer een ander project op stapel: Enquist gaat gastcolleges geven in Leiden. Op haar zestigste keert ze als docent terug aan de universiteit waar ze veertig jaar geleden psychologie studeerde. Twaalf weken lang zal ze er werkcolleges geven over zowel de historische roman, als over de relatie tussen muziek en poëzie. ‘Maar ik heb nu nog geen idéé wat ik precies ga vertellen’, zegt ze, met hoorbare schroom. ‘Ik heb het aangenomen omdat ik dacht: dan heb ik in de herfst in elk geval weer een structuur. Maar ik zie er ook wel heel erg tegenop. Wat moet ik daar in godsnaam aan die kinderen vertellen?’ Misschien zal het in één van die colleges wel gaan over het onderwijsbeleid van de laatste tien jaar. Enquist ergert zich al geruime tijd “suf” aan de manier waarop Den Haag het onderwijs uitholt. Dat was in haar tijd nog heel anders. Zij kon er eindeloos keuzevakken bij volgen. ‘Neurologie, fysiologie, alles wat je boeide, kon je meepikken. Nu moeten die kinderen het in een paar jaar tijd zien af te ronden. De salarissen van docenten zijn slecht, de eisen van de PABO zijn echt minimaal. Het onderwijs wordt totaal uitgehold.’ Van Maria van der Hoeven heeft Enquist sowieso geen hoge dunk. Al helemaal niet sinds de minister een serieus debat wil over de geldigheid van de evolutietheorie.
‘Het is volkomen idioot dat regeringsleiders hun privé-besognes in hun beleid gaan verdisconteren.’
Misschien is het wel de leeftijd, dat ze die dingen zo somber ziet., tekent ze er vergoeilijkend bij aan. ‘Maar ik ben teleurgesteld in de politiek. Kijk naar het gezondheidsbeleid. Mijn eigen vak –de psychotherapie- is eigenlijk gewoon afgeschaft. Ik hou mij bezig met langdurende inzichtgevende therapieën, waarbij je mensen soms een paar jaar in behandeling hebt. Die analyses zijn nu alleen nog mogelijk voor mensen die het zelf kunnen betalen. De rest moet het van de poltitiek doen met hapsnap-therapieën van vijf gesprekken. Terwijl ik van een aantal Kamerleden wéét dat zijzelf –of leden van hun gezin- in behandeling zijn geweest. Geheel tot hun tevredenheid. Naar buiten toe zullen ze dat nooit zeggen, dat houden ze kennelijk liever stil. In het beleid zie ik er helemaal niets van terug.’
Ze heeft ook “nee”gestemd tegen de Europese grondwet. Kinderachtig misschien, want ze is eigenlijk een vurig voorstander van Europa.
‘Maar mijn afweging was toch: deze regering heeft mij teveel door de strot geduwd waar ik absoluut niet van gediend ben.
En dan in Europa zeker goede sier gaan maken met mijn stem. Over mijn lijk! Ik erger me werkelijk dood aan de arrogantie van de politiek. Het ergste zijn de mensen die wel intelligent zijn, maar toch dom handelen. Daarom vind ik een man als Donner zo kwalijk. Een heel slimme man, maar hij is desondanks niet in staat om zijn religieuze preoccupaties thuis te houden. De scheiding tussen kerk en staat wordt voortdurend diffuser.’ Dát is nog het meest teleurstellend, zegt Enquist. Haar hele leven had ze erop gerekend dat we langzaam maar zeker uit ‘die beklemming van de godsdienst’ zouden kruipen. ‘Ik heb altijd gehoopt dat de Verlichting zou doorzetten. Dat is ook een tijd gebeurd. Maar sinds een paar jaar hoor ik verstandige mensen opeens buitengewoon rare dingen roepen: “er is toch iets”. Oosterse flauwekul, geklets over spiritualiteit.’ Ze spreekt het uit alsof het smerige woorden zijn. ‘Blijkbaar vinden mensen het te moeilijk om zich neer te leggen bij “hoe het is”.’ Ze heeft daar na de dood van haar dochter veel over nagedacht. Natuurlijk had ze het prettig gevonden om te kunnen denken dat haar dood niet zonder bedoeling was geweest. ‘Ik kan dat verlangen van “we zien haar terug aan gene zijde” heel goed begrijpen. Ik voel dagelijks aan den lijve hoe zwaar het is om je bij de kille feiten van leven en dood neer te leggen. Het is moeilijk om te accepteren dat door stom toeval je leven totaal aan scherven geslagen kan worden. Maar ik ben echt verbijsterd als mensen werkelijk in die onzin geloven.’
Is “geloven in stom toeval” aantrekkelijker dan “geloven in God”?
‘Ik vind geloven in iemand die alles bestiert tamelijk infantiel. Het is een regressief, kinderlijk verlangen.’
Ze vindt zestig worden bepaald geen mijlpaal. Sterker nog, Enquist staat er nauwelijks bij stil. ‘Ik realiseer mij al sinds een paar jaar dat ik in een neergaande lijn zit. Zeker wanneer een kind sterft. Dan besef je dat een heel groot gedeelte van je toekomst weg is. Dus dan kan “zestig worden” er ook nog wel bij.’
Wat ziet u als u omkijkt?‘Dat veel idealen uit mijn jeugd totaal niet uitgekomen zijn. Van de dingen waar ik mij in mijn leven sterk voor heb gemaakt is weinig terechtgekomen. Ik ben opgegroeid in de tijd van “gelijkheid voor allen”. Je ziet nu de tweedeling tussen arm en rijk alleen maar groter worden. Dat is behoorlijk wrang.’
Wat is er wél gelukt?‘Op het gebied van de kunst gebeurt er nog altijd heel veel. Er worden nog steeds romans en dichtbundels geschreven. Terwijl iedereen een paar jaar geleden zei dat dat met de televisie en de opkomst van internet wel snel voorbij zou zijn. Het muziekleven in Nederland bloeit ook nog steeds volop. Wat er in ons land op dat vlak gebeurt, is echt bijzonder. Terwijl daar in Den Haag geen enkele trots op is. Er wordt vrolijk gesnoeid in orkestbegrotingen, terwijl ze werkelijk geen idéé hebben.’
Voor haar eigen leven geldt dat er in het laatste kwart nog een compleet nieuw hoofdstuk aan haar bestaan werd toegevoegd. Pas op haar zesenveertigste maakte ze haar debuut als dichter, met de veelgeprezen bundel Soldatenliederen. Drie jaar later, in 1994, verscheen haar romandebuut Het Meesterstuk ‘Gek, he?’, zegt Enquist. ‘Ik vond mezelf voordien altijd al zo vreemd, omdat ik twee dingen naast elkaar had; ik speelde piano en ik had mijn gewone vak als therapeut.’ Ze was destijds eigenlijk tegen wil en dank psychologie gaan studeren. Enquist wilde liever naar het conservatorium, maar haar ouders en leraren vonden dat geen goed plan. Nadat ze afgestudeerd psycholoog was, koos ze alsnog voor een pianostudie aan het conservatorium. Ze wist dat ze als spijtoptant nooit meer concertpianist zou kunnen worden. ‘Maar die piano maakte mij ontzaglijk gelukkig.’ Toen ze in 1987 begon met een psychoanalytische praktijk, besloot ze dat ze de muziek maar beter kon laten vallen. ‘Ik begon het kinderachtig van mezelf te vinden. “kom op, je moet gewoon als een groot mens één ding doen”.’ De pianoklep ging onverbiddelijk dicht; er moest gewérkt worden. En ja, toen was ze voor ze het wist opeens aan het schrijven geslagen. ‘Blijkbaar hoort het bij mij om meerdere dingen tegelijk te doen.’ Totdat het schrijven zoveel tijd ging opslokken, dat ze het niet meer met haar praktijk kon combineren. In 2000 nam ze ontslag, om fulltime schrijver te worden. Dat kon makkelijk; haar beide kinderen waren afgestudeerd, er was geen reden om nog in loondienst te blijven. Ze vond het fantastisch om de hele dag bezig te kunnen zijn met schrijven. ‘Parttime schrijven deed ik zo amateuristisch. Ik begon in de grote vakantie. Net als ik lekker op dreef was, moest ik weer aan het werk. Toen ik fulltime ging schrijven kon ik heerlijk mijn gang gaan.’
Totdat op 3 augustus 2001 alles anders werd. Waar ze was op die fatale dag? Ik zie dat ze van de vraag schrikt. Ze was op vakantie in Zweden, zegt Enquist. Maar daar wil ze liever niet aan denken. Het is niet goed voor haar om dat allemaal weer op te rakelen. In elk geval duurde het na dat ene verwoestende telefoontje nog een gekmakend etmaal lang voordat ze weer in Nederland terug was. Haar zoon Wouter was ondertussen onvindbaar, op vakantie ergens in Frankrijk. ‘Het duurde nog dagen voor we ‘m konden traceren. Een complete nachtmerrie.’
U bent psychoanalytica. Wat bleek er te kloppen van wat u over het effect van zo’n dramatische gebeurtenis dacht te weten?‘Eigenlijk alles. In Het Meesterstuk heb ik geschreven over een moeder die een dochter van een jaar of tien verliest. Dat klopte allemaal wel. Alleen is de werkelijkheid nog veel erger.’
Hoe ziet rouw er van binnen uit?‘Dat is te groot en te veel om iets over te kunnen zeggen. “Rouw” klinkt me ook te positief. Dat suggereert dat er een tijd van verdriet is en een tijd waarin dat minder is. Zo voel ik dat helemaal niet.’
Verdriet slijt niet? Ferm: ‘Nee. Verdriet tast alleen maar aan. Het holt je uit. Ik ben er nu wel beter aan toe dan drie jaar geleden. Ik werk weer, kan wat meer hebben, gedraag me iets socialer. Maar van binnen voelt het helemaal niet als een vooruitgang. Ik vind het juist verschrikkelijk dat die tijd almaar voortschrijdt. Het zit ‘m in kleine dingen; een weg die wordt verlegd, een nieuwe winkel, een gevel die verandert… allemaal dingen die zij niet meer gezien heeft. Alles voert steeds verder weg van haar.’
Wordt zij in uw hoofd wel ouder?‘Nee. Dat is ook zoiets wat mensen tegen je zeggen: het kind groeit met je mee. Ik heb dat niet. Dat vind ik juist zo erg: haar vriendinnen zijn nu 31, zij blijft altijd 27. We laten haar achter in de tijd.’
Zijn er dingen die onveranderlijk zijn gebleken?‘Ik heb er veel voldoening in dat die muziek is gebleven. Sinds haar dood ben ik weer echt begonnen met pianospelen. Vooral om mezelf af te leiden. In het begin ging ik fuga’s studeren, heel moeilijke technische dingen die niet veel gevoel oproepen. Zo dwong ik mezelf om me even te concentreren op iets anders.’ Inmiddels speelt ze ook muziek die wél gevoel oproept. Vaak samen met haar man, die professioneel cellist is. ‘We hebben met vrienden een strijkkwartet. Die vrienden zijn ons ook direct na haar dood komen ophalen om samen te spelen. Die eerste avonden heb ik geen woord gezegd, maar wel gespeeld. Dat deed me goed. Je wordt even uit de werkelijkheid getild. Je bent met elkaar in contact, woordeloos maar intens.’
‘Margit was een uitstekende muzikante. De laatste avond dat ik haar gezien heb, hebben we nog samen gemusiceerd; zij op hobo, ik op piano. We hebben samen het adagio van Cimarosa gespeeld. Dat hebben we later ook op de begrafenis gedraaid. Ze verongelukte een maand voor 11 september. Ik zat die dag piano te studeren, toen er een vriendin belde. “Je moet onmiddellijk de televisie aanzetten. Er is iets vreselijks gebeurd”. Ik dacht alleen maar: “het zal wel”en heb gewoon doorgespeeld..Het kon me geen bal schelen.’
Wanneer begon u dingen buiten uw eigen leven weer érg te vinden?“De moord op Theo van Gogh vond ik heel erg. Ik vond hem aardig, wist bovendien hoeveel hij van zijn kind hield. En ik dacht al heel snel aan zijn ouders. Hoe moet het voor die mensen zijn? En vrij kort na het ongeluk stierf het kindje van Frans en Makira Thomese. Dat greep me enorm aan. Maar dan ook zó intens dat ik direct helemaal verlamd raakte.’
Zou u een roman als Schaduwkind willen schrijven?‘Ik heb in zekere zin hetzelfde gedaan in de dichtbundel De tussentijd (uit 2004). Ik verlang er wel heel erg naar om over haar te schrijven. Ik heb een monoloog gemaakt over die laatste week, geschreven vanuit Margit. Daarin schrijf ik wat zij gedacht moet hebben. Dat gaf me de gelegenheid om met haar agenda voor me te gaan zitten, en met allerlei mensen te bellen: “wat zei ze, wat deed ze?” Een heel schema van haar laatste dagen, tot aan het einde. Erg griezelig om te doen, maar ook heel fijn. Ik wilde me graag in haar verdiepen. Om bij haar te zijn. Ze is heel erg alleen gestorven. Ik vind het ontzettend dat ik er toen niet was. Via die monoloog probeerde ik toch nog een beetje bij haar te komen.’
‘Als zoiets gebeurt, houdt het leven op. De toekomst is stuk. De reden dat je toch overleeft, is louter dat je lichaam het niet opgeeft. Dat had ik als therapeut al vaak van anderen gehoord. Door al die jaren ervaring in de spreekkamer weet je dat mensen verschrikkelijke dingen kunnen meemaken en toch dóórleven. Je leeft verder, simpelweg omdat je niet doodgaat.’
Heeft u eigenlijk wel zin om al die problemen van anderen weer aan te horen? Ook als het in uw ogen futiele dingen zijn?Verbaasd: ‘Oh nee! Zo werkt dat helemaal niet. Ik vond het juist onvoorstelbaar fijn om mijn vak weer op te pakken. Het verlies van een kind is een enorm identiteitsverlies. Alsof zelfs je moederschap vergeefs is geweest. Ik kon aanvankelijk mijn vak niet meer doen, kon niet meer schrijven. Ik kon helemaal níks meer. Daarom ging ik ook pianospelen. Dat was een identiteit die ik al had voor ik kinderen kreeg. Je bent enorm op zoek naar bezigheden die je identiteit weer kunnen versterken. Juist in dat vak vond ik uiteindelijk weer iets van mezelf terug.’ Maar ze wordt nooit meer wie ze was, zegt Enquist. ‘Wat nooit meer terugkomt is dat vanzelfsprekende gevoel van “het zit wel goed”. In mijn spreekkamer heb ik al jaren een foto van m’n kinderen staan. Hij staat precies zo, dat ik ‘m kan zien, maar de patiënt niet. Wanneer het in een therapie soms heel moeilijk ging, dan keek ik altijd even naar die foto en dacht: “dát zit onaantastbaar goed”.’ De foto staat er nog steeds. Maar dat gevoel dat Enquist er vroeger bij had is weg. ‘Hij staat nu voor wat er verloren kan gaan. En tegelijk voel ik dat ik verleden daar geen recht mee doe. We hebben het goéd gehad samen. Dat moet ik proberen te koesteren.’
De dichtbundel De Tussentijd, over de periode na Margits dood, kreeg scherpe kritiek. Begreep u waarom mensen u “pathetiek” verweten?‘Mijn werk heeft altijd heftige reacties opgeroepen, van zeer lovend tot vernietigend. In het geval van De Tussentijd vond ik het wel lullig. Het gaat toch over mijn dochter. De teneur was: die mevrouw is zó verdrietig dat ze eerst maar in een hoekje moet gaan uithuilen voordat ze weer gaat schrijven. Daar begreep ik niets van. Als je dat zo ziet, laat die bundel dan door een ander bespreken.’
Bent u “de tussentijd” inmiddels al voorbij?‘Ik heb die titel voor de dichtbundel over Margit opgevat als de tijd tussen háár dood en de mijne. Dat verandert niet. Het hoogste om in de rest van mijn leven naar te streven is dat ik het op een dag kan verdragen. Dat ik kan verdragen dat het gebéurd is. “Verdragen” is iets anders dan “accepteren”. Dat zou betekenen dat ik erin kan berusten. Zoiets is ondenkbaar; ik zal het nooit accepteren. Maar ik hoop dat ik ooit de gedáchte kan verdragen dat ze er niet meer is. Als dat lukt, heb ik al heel wat bereikt.’
Waartoe nog verschrijven na Enquist/Verbraak ?
In 1984 zat ik te grommen en te knorren tegen een vvd-vrind, ook rechtenstudent, over een groen punk kapsel.
“Vind jij alles wat nieuw en anders is ook zo leuk, mano ?”, zei vvd-vrind Ernst.
“Dat ziet er toch niet uit ! Kijk, die dame loopt er ook met een paars kapsel bij”, gromde ik.
“Vind jij alles wat nieuw en anders is, ook zo leuk ?” herhaalde hij.
Waartoe nog verschrijven na Enquist/Verbraak ?
Er is sprake van een inburgeringsexamen. Ik zou graag een examen behoorlijk bestuur en algemene kennis willen instellen voor toekomstige bewindslieden.
Waartoe je nog druk maken na Enquist/Verbraak ?
Ik had een rustige beminnelijke collega, een zeer vriendelijke jongen waarmee ik het goed kon vinden. Eenmaal reed ik met hem van Den Haag naar Utrecht: bumper kleven, met het licht flitsen, voordringen, toeteren, schofterig gedrag kortom. Dan moet ik altijd aan het “pinkeltje” van Brigitte Kaandorp denken. Mannetjes met een klein pikkie gaan ter compensatie scheuren in hun auto.
ING sponsort renault in formule 1 races. Balkenende is ook zo dol op hard rijden in auto’s. Zou ING niet beter in scholen en achterstandswijken investeren, nederland- europa- of wereldwijd ? Plak er bij die scholen en in de achterstandswijken maar een ING sticker op. Liever die gereformeerde onnozelaar tevreden houden zal het bestuur van ING gedacht hebben bij maatschappelijk zeer zorgvuldige besluitvorming. Het “missionaire” minderheidskabinet gaat door met de aanschaf van de oorlogszuchtige JSF. Zou dat geld niet beter besteed kunnen worden aan onderwijs en zorg ? In plaats van bommenwerpers ?
Waartoe nog verschrijven voor eigen parochie na Enquist/Verbraak ?
Vandaag is ieder van ons getuige van de geschiedenis. Jullie lezen en horen nu wat geschiedenis eigenlijk is: niets dan roddel. Een verzameling kletspraatjes van horen zeggen, waarin onder andere Verhagen zich 11 jaar verdiept heeft tijdens zijn studie te Leiden. Ook Rutte en Balkenende zijn schuldig aan geschiedenisvervalsing en praatjes over enorme waarde van het JSF- en formule 1 contract.
Weet je, militairen zijn tenminste in staat tot besluitvaardigheid. Het is waar dat ze meestal de verkeerde beslissingen nemen. Ik heb niet zo’n hoge dunk van de legerleiding. Generaals en zo, die zijn vooral geschikt om bij ons in het Haagje een decoratieve rol in het straatbeeld te vervullen. Speciaal de bronzen exemplaren voldoen uitstekend.
Waartoe nog klikken op internet na Enquist en Verbraak ?
'Pim had als premier veel feesten gebouwd' Uitgegeven: 13 juli 2006 16:03 Laatst gewijzigd: 13 juli 2006 16:33, www.nu.nl
ROTTERDAM - Als wijlen Pim Fortuyn in de Tweede Kamer was gekomen of minister-president was geworden, dan had hij het Haagse wereldje na een paar jaar al voor gezien gehouden. Dat zegt Ari Versluis, fotograaf en voormalig intieme vriend van Fortuyn in het nieuwe nummer van het magazine Nieuw Rotterdam. Fortuyn, die in 2002 is vermoord, noemde Versluis zijn grote liefde. Volgens de fotograaf zou de flamboyante politicus over het premierschap hebben gezegd: "Nou dan doen we dat een jaar en dan moet er dit en dat gebeuren en dan gaan we heel veel feesten bouwen, een paar wetten er doorheen jassen en het Catshuis verbouwen."
Versluis vindt dat Fortuyn 'veel te hedonistisch' was om in de politiek te blijven. "Hij was van: nu wil ik wijn drinken, dikke sigaren roken en van bil". Volgens de in Werkendam geboren fotograaf vertoonde Fortuyn xenofobische trekken, bang voor alles wat hem vreemd was. Als ze samen gingen winkelen in een gekleurd deel van Rotterdam was Fortuyn 'arrogant, angstig en analyserend'. In Parijs in een Afrikaanse buurt gebeurde volgens Versluis hetzelfde. "Hij verstarde als een idioot. Zo van je moet heel dicht bij me blijven, het wordt gevaarlijk en we moeten hier wel doorheen."
Vanwaar die angst voor het onbekende, bang voor alles wat hem vreemd was ?
“Meneer Fortuyn, kent u marrokanen ?”
“Ze kennen ? ik ga met ze naar bed, meneer !”, zei Pim.
Of dat is een leugen of hij is eens enorm afgerost toen hij op zoek was naar een sexueel avontuurtje. Of leed de heer Fortuyn aan AIDS/HIV ? Dood gaan we allemaal. Hoe verkild raakt een hart, op zoek naar warmte in smart ?
'Theo van Gogh stuurde dreigbrieven' Uitgegeven: 17 augustus 2006 14:48 Laatst gewijzigd: 17 augustus 2006 15:12
AMSTERDAM - Theo van Gogh stuurde dreigbrieven naar zijn vijanden. Ook pestte de in 2004 vermoorde filmmaker zijn tegenstanders met onwelkome cadeautjes. Dat zegt Thom Hoffman in het donderdag uitgekomen lifestyleblad Blvd. Zo zou de cineast brieven met hakenkruizen hebben gestuurd naar de Joodse schrijfster Jessica Durlacher en stukjes prikkeldraad naar haar man en collega-schrijver Leon de Winter. Jarenlang schreef Van Gogh scherpe stukken over De Winter, die hij verweet zijn Joodse identiteit 'uit te venten'. Ook Hoffman zelf zegt dreigbrieven te hebben ontvangen. Van Gogh was een jeugdvriend van de acteur. Samen maakten zij hun eerste film, 'Luger' uit 1982. Al snel kregen de vrienden uit Wassenaar echter ruzie.
Over één van zijn brieven aan Hoffman schepte Van Gogh op in zijn columns. Omdat hij nog een schuld bij de acteur had uitstaan, stuurde de filmmaker hem een emmer met vijfduizend gulden aan dubbeltjes en kwartjes waar hij overheen had geplast. "Omdat jij een krentenkakker bent, heb je hier wat om te tellen", luidde het begeleidende briefje. De ruzie lag niet aan Hoffman, zegt de acteur. "Theo had wel veel ruzie met mensen", zegt hij in het tijdschrift. "Er hoefde maar weinig te gebeuren of hij voelde zich verraden." Toch denkt Hoffman niet op een negatieve manier terug aan de gezette provocateur. "Van de goede kant van dat hele extreme van Theo heb ik intens genoten, maar de slechte kant ervan is voor mij een zwarte bladzijde geweest." Hoffman is donderdag niet bereikbaar voor een toelichting.
Waartoe ijdel verschrijven na enquist en verbraak ?
How cold is a heart when it’s warmth that is seeks. Quelle froideur atteint le coeur quand il cherche le bonheur. "Oh mon dieu, il y-a-t-il vraiment une mort après cette vie", las ik op een muur in een marrokaans/griekse/turkse wijk waar ik woonde in Brussel in 1990. O mijn god, er is toch wel een dood na dit leven ?
In 1984 declareerde Corne, student Economie te Rotterdam, 60 EUR aan gestolen boeken uit zijn studentenunit (3 tot 10 studenten die bij elkaar moeten wonen) bij Nationale Nederlanden/ING. Inmiddels is Corne binnen als succesvol optiehandelaar. Er werd aangebeld bij onze unit en Corne deed open. Daar stond een kalend heertje van 55 jaar.
“Goedeavond, ik ben van Nationale Nederlanden en ik ben op zoek naar de heer Corne Zandduinen ?”
“Ik zal even voor u kijken of hij er is, momentje”, zei Corne,
“Nee helaas, die is er niet”
Tegen mij zei de ouderejaars economie student Corne daarna : "als ik jaarlijks 85 EU premie betaal, dan wil ik daarvan wel wat terug zien."
Mano Verschrijver belde met de NRC, het rechtstreekse nummer van de heer Kroon.
"Hallo, met J."
“Goededag, met Mano Verschrijver, ik ben op zoek naar de heer Kroon, de goede redacteur van de NRC?”
“Ik zal even kijken of hij er is, momentje…nee, die is er niet, helaas.”
Denk eens aan alle mensen die tussen 16 mei 1940 en circa 1 januari 1945 zijn gestorven zonder zeker te weten dat Hitler verslagen zou worden. Deze laatste zin is van Willem Frederik Hermans.
In 1984 zat ik te grommen en te knorren tegen een vvd-vrind, ook rechtenstudent, over een groen punk kapsel.
“Vind jij alles wat nieuw en anders is ook zo leuk, mano ?”, zei vvd-vrind Ernst.
“Dat ziet er toch niet uit ! Kijk, die dame loopt er ook met een paars kapsel bij”, gromde ik.
“Vind jij alles wat nieuw en anders is, ook zo leuk ?” herhaalde hij.
Waartoe nog verschrijven na Enquist/Verbraak ?
Er is sprake van een inburgeringsexamen. Ik zou graag een examen behoorlijk bestuur en algemene kennis willen instellen voor toekomstige bewindslieden.
Waartoe je nog druk maken na Enquist/Verbraak ?
Ik had een rustige beminnelijke collega, een zeer vriendelijke jongen waarmee ik het goed kon vinden. Eenmaal reed ik met hem van Den Haag naar Utrecht: bumper kleven, met het licht flitsen, voordringen, toeteren, schofterig gedrag kortom. Dan moet ik altijd aan het “pinkeltje” van Brigitte Kaandorp denken. Mannetjes met een klein pikkie gaan ter compensatie scheuren in hun auto.
ING sponsort renault in formule 1 races. Balkenende is ook zo dol op hard rijden in auto’s. Zou ING niet beter in scholen en achterstandswijken investeren, nederland- europa- of wereldwijd ? Plak er bij die scholen en in de achterstandswijken maar een ING sticker op. Liever die gereformeerde onnozelaar tevreden houden zal het bestuur van ING gedacht hebben bij maatschappelijk zeer zorgvuldige besluitvorming. Het “missionaire” minderheidskabinet gaat door met de aanschaf van de oorlogszuchtige JSF. Zou dat geld niet beter besteed kunnen worden aan onderwijs en zorg ? In plaats van bommenwerpers ?
Waartoe nog verschrijven voor eigen parochie na Enquist/Verbraak ?
Vandaag is ieder van ons getuige van de geschiedenis. Jullie lezen en horen nu wat geschiedenis eigenlijk is: niets dan roddel. Een verzameling kletspraatjes van horen zeggen, waarin onder andere Verhagen zich 11 jaar verdiept heeft tijdens zijn studie te Leiden. Ook Rutte en Balkenende zijn schuldig aan geschiedenisvervalsing en praatjes over enorme waarde van het JSF- en formule 1 contract.
Weet je, militairen zijn tenminste in staat tot besluitvaardigheid. Het is waar dat ze meestal de verkeerde beslissingen nemen. Ik heb niet zo’n hoge dunk van de legerleiding. Generaals en zo, die zijn vooral geschikt om bij ons in het Haagje een decoratieve rol in het straatbeeld te vervullen. Speciaal de bronzen exemplaren voldoen uitstekend.
Waartoe nog klikken op internet na Enquist en Verbraak ?
'Pim had als premier veel feesten gebouwd' Uitgegeven: 13 juli 2006 16:03 Laatst gewijzigd: 13 juli 2006 16:33, www.nu.nl
ROTTERDAM - Als wijlen Pim Fortuyn in de Tweede Kamer was gekomen of minister-president was geworden, dan had hij het Haagse wereldje na een paar jaar al voor gezien gehouden. Dat zegt Ari Versluis, fotograaf en voormalig intieme vriend van Fortuyn in het nieuwe nummer van het magazine Nieuw Rotterdam. Fortuyn, die in 2002 is vermoord, noemde Versluis zijn grote liefde. Volgens de fotograaf zou de flamboyante politicus over het premierschap hebben gezegd: "Nou dan doen we dat een jaar en dan moet er dit en dat gebeuren en dan gaan we heel veel feesten bouwen, een paar wetten er doorheen jassen en het Catshuis verbouwen."
Versluis vindt dat Fortuyn 'veel te hedonistisch' was om in de politiek te blijven. "Hij was van: nu wil ik wijn drinken, dikke sigaren roken en van bil". Volgens de in Werkendam geboren fotograaf vertoonde Fortuyn xenofobische trekken, bang voor alles wat hem vreemd was. Als ze samen gingen winkelen in een gekleurd deel van Rotterdam was Fortuyn 'arrogant, angstig en analyserend'. In Parijs in een Afrikaanse buurt gebeurde volgens Versluis hetzelfde. "Hij verstarde als een idioot. Zo van je moet heel dicht bij me blijven, het wordt gevaarlijk en we moeten hier wel doorheen."
Vanwaar die angst voor het onbekende, bang voor alles wat hem vreemd was ?
“Meneer Fortuyn, kent u marrokanen ?”
“Ze kennen ? ik ga met ze naar bed, meneer !”, zei Pim.
Of dat is een leugen of hij is eens enorm afgerost toen hij op zoek was naar een sexueel avontuurtje. Of leed de heer Fortuyn aan AIDS/HIV ? Dood gaan we allemaal. Hoe verkild raakt een hart, op zoek naar warmte in smart ?
'Theo van Gogh stuurde dreigbrieven' Uitgegeven: 17 augustus 2006 14:48 Laatst gewijzigd: 17 augustus 2006 15:12
AMSTERDAM - Theo van Gogh stuurde dreigbrieven naar zijn vijanden. Ook pestte de in 2004 vermoorde filmmaker zijn tegenstanders met onwelkome cadeautjes. Dat zegt Thom Hoffman in het donderdag uitgekomen lifestyleblad Blvd. Zo zou de cineast brieven met hakenkruizen hebben gestuurd naar de Joodse schrijfster Jessica Durlacher en stukjes prikkeldraad naar haar man en collega-schrijver Leon de Winter. Jarenlang schreef Van Gogh scherpe stukken over De Winter, die hij verweet zijn Joodse identiteit 'uit te venten'. Ook Hoffman zelf zegt dreigbrieven te hebben ontvangen. Van Gogh was een jeugdvriend van de acteur. Samen maakten zij hun eerste film, 'Luger' uit 1982. Al snel kregen de vrienden uit Wassenaar echter ruzie.
Over één van zijn brieven aan Hoffman schepte Van Gogh op in zijn columns. Omdat hij nog een schuld bij de acteur had uitstaan, stuurde de filmmaker hem een emmer met vijfduizend gulden aan dubbeltjes en kwartjes waar hij overheen had geplast. "Omdat jij een krentenkakker bent, heb je hier wat om te tellen", luidde het begeleidende briefje. De ruzie lag niet aan Hoffman, zegt de acteur. "Theo had wel veel ruzie met mensen", zegt hij in het tijdschrift. "Er hoefde maar weinig te gebeuren of hij voelde zich verraden." Toch denkt Hoffman niet op een negatieve manier terug aan de gezette provocateur. "Van de goede kant van dat hele extreme van Theo heb ik intens genoten, maar de slechte kant ervan is voor mij een zwarte bladzijde geweest." Hoffman is donderdag niet bereikbaar voor een toelichting.
Waartoe ijdel verschrijven na enquist en verbraak ?
How cold is a heart when it’s warmth that is seeks. Quelle froideur atteint le coeur quand il cherche le bonheur. "Oh mon dieu, il y-a-t-il vraiment une mort après cette vie", las ik op een muur in een marrokaans/griekse/turkse wijk waar ik woonde in Brussel in 1990. O mijn god, er is toch wel een dood na dit leven ?
In 1984 declareerde Corne, student Economie te Rotterdam, 60 EUR aan gestolen boeken uit zijn studentenunit (3 tot 10 studenten die bij elkaar moeten wonen) bij Nationale Nederlanden/ING. Inmiddels is Corne binnen als succesvol optiehandelaar. Er werd aangebeld bij onze unit en Corne deed open. Daar stond een kalend heertje van 55 jaar.
“Goedeavond, ik ben van Nationale Nederlanden en ik ben op zoek naar de heer Corne Zandduinen ?”
“Ik zal even voor u kijken of hij er is, momentje”, zei Corne,
“Nee helaas, die is er niet”
Tegen mij zei de ouderejaars economie student Corne daarna : "als ik jaarlijks 85 EU premie betaal, dan wil ik daarvan wel wat terug zien."
Mano Verschrijver belde met de NRC, het rechtstreekse nummer van de heer Kroon.
"Hallo, met J."
“Goededag, met Mano Verschrijver, ik ben op zoek naar de heer Kroon, de goede redacteur van de NRC?”
“Ik zal even kijken of hij er is, momentje…nee, die is er niet, helaas.”
Denk eens aan alle mensen die tussen 16 mei 1940 en circa 1 januari 1945 zijn gestorven zonder zeker te weten dat Hitler verslagen zou worden. Deze laatste zin is van Willem Frederik Hermans.
Is Maxima de beste regeerder ?
Regeren is vooruitzien. Zoals de Romeinse vrouwen haar haren gingen bleken, toen de Germanen onderworpen waren, zo had Maxima op 22-jarige leeftijd haar haren gebleekt.
Dus vergeven we haar dat ze kindermeisjes volop in het gezicht mept, leuve het moederinstinct en het Spaanse temperament. Ole Maxima ! Ook vergeven we het haar, dat ze een invalide aanrijdt en weigert schuld te bekennen. Ola Maxima !
Mano Verschrijver.
Poeha.
Truth hits everybody.
Simenon e vero, e ben trovato.
Se non e vero, e ben trovato.
Dus vergeven we haar dat ze kindermeisjes volop in het gezicht mept, leuve het moederinstinct en het Spaanse temperament. Ole Maxima ! Ook vergeven we het haar, dat ze een invalide aanrijdt en weigert schuld te bekennen. Ola Maxima !
Mano Verschrijver.
Poeha.
Truth hits everybody.
Simenon e vero, e ben trovato.
Se non e vero, e ben trovato.
Subscribe to:
Posts (Atom)